maandag 26 februari 2018

Gelul met bietjes

Waar jullie ongetwijfeld al jaren diep niet van doordrongen zijn is het feit dat ik advertentieruimte verkoop in een 15-tal bladen. Het leeuwedeel, zoals genoegzaam toch wel niet bekend zal zijn, bestaat uit christelijke tijdschriften. Ik heb dus de hele dag contact met christenmensen van diverse pluimage en richtingen. Ooit sloegen die richtingen malkander de beide hersenhelften in omdat de één beweerde dat de slang Eva met een Drents accent slissend de appel aanbood terwijl de ander ervan overtuigd was dat de slang, die toch een wrede snodaard was om zo’n arm kersvers pas geschapen vrouwmens te verleiden tot het ultieme kwaad, Duits sprak met een Syrische tongval en dat dan telepatisch omdat een slang nou eenmaal te weinig stembanden heeft om helder te kunnen oreren. Reeds. Tegenwoordig kunnen al die 734 kerkgenootschappen het redelijk met elkaar vinden en soms trekken ze zelfs de bijl uit de schedel van hun afwijkende geloofsgenoot en gaan samen in de leeglopende kerkbanken zitten zingen dat het een lieve lust heeft en je de tranen in de ogen springen. Afijn. Ik hou van die mensen en zij houden van mij, dus de verkoop loopt als een tierelier en iedereen is helemaal heppie de peppie.


Een welopgevoed advertentieverkoper trekt er zo nu en dan wel eens op uit, met een stapel bladen in zijn koffertje, gako-pak aan en gaan met die banaan. Gezellig langs bij de dierbare klanten met de bedoeling de relatie te bestendigen en ze de laatste centen uit het beursje te kloppen. Ik mocht dus naar De Dominee. De Dominee was een begrip bij ons op de uitgeverij. Naast zijn zondagse taken was hij eigenaar van een vijftal gelderse fietsenzaken en twee enorme campings. De campings huurden fietsen bij de rijwielhandelaren en om de camping te vullen met over het Smalle Fietspad huurfietsfietsende broekrokken en gesteven pantalons adverteerde de Dominee in mijn christelijke blaadjes. Dat deed hij al heel wat jaren en we vonden het wel eens tijd worden voor een persoonlijke ontmoeting. Geen probleem, ik zou graag eens komen kijken bij hem op een van de campings of juist in een van de fietsenzaken. Niets zo heerlijk als de geur van een verse binnenband. Hij wilde echter dat ik bij hem thuis zou komen eten, in de pastorie naast zijn kerk, in het Gelderse dorp. Dat vond ik reuzespannend. Ik had hem nog nooit ontmoet en nu mocht ik bij hem dineren. Wat kon ik in Hemelsnaam of eh.. in vredesnaam verwachten? Een dominee van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, de enige nog bestaande kerk van dit al in 1946 opgeheven kerkgenootschap, die zou me vast om de oren slaan met bijbelteksten, dat ik toch zo snel mogelijk met mijn Trabant de Smalle Weg zou moeten kiezen en onze joodse broer van lang gelêe zou moeten accepteren als enig middel om een eeuwigheid gillen in het borrelende ossewit te kunnen voorkomen. Dus ik mijn stoute nieuwe schoenen en mijn gako-pak aangetrokken, met de Trabant naar het Gelderse dorp. De kerk doemde op, de toren wierp een zware zwarte schaduw over de ernaast gelegen pastorie. De Dominee stond me in de deuropening op te wachten. Niet verrassend, hij zag eruit als een dominee, rijzig, zwart pak, de oogopslag van Gert Schutte van de GPV, u kent hem nog wel. Hij noodde me binnen en schonk me ongevraagd een glas wijn in. Het werd een genoeglijke avond, de dominee was een begenadigd spreker en vertelde volop over zijn wederwaardigheden als herder van een vergrijzende gemeente. Gelukkig, er waren ook jongeren in zijn kerk. Dezen lieten zich elke vrijdagavond vollopen met Aldi-bier in een stacaravan en hij sprak ze daar op aan. Ladderzat een trekker besturen in het holst van de nacht is uit den boze. Ze dienden hem van repliek: alles is toch voorbestemd, wie verloren gaat en wie niet, dus het maakte allemaal niks uit wat ze deden. “Gelul met bietjes!” baste de Dominee. “Mensen hebben twee kanten, een goede en een kwade en je kunt zelf kiezen of je als klootzak wilt leven of niet”. De jongeren waren er danig van onder de indruk. En ik ook. Dat is een hele joodse manier van denken, Dominee! Hij knipoogde naar me en schonk zijn glas weer in.

Geelkerken-foto.jpg (640×480)
Eerder gepubliceerd in NIW 15 van 2018.

maandag 19 februari 2018

Zwijgen


Terwijl ik mijn boodschappentrolley door de sneeuw sleur richting mijn favoriete pleisterplaats, de Jumbo aan het Geinplein (ongelogen) denk ik zoals wel vaker na over de dingen die er toe doen. Mijn schoenen die vol strooizoutvlekken zitten die nooit meer weg te poetsen zijn, mijn fantastische haargel die ondanks de mensonterende sneeuwval mijn coup de jeune homme gewoon fier in model houdt, antisemitisme en de wetenschap dat ik morgen maar weer es thuis blijf werken omdat mijn Trabant eh… een Trabant is met dit weer. Begin je nou alweer over dat stomme antisemitisme, hou er nou es over op, je lijkt wel een Duitser, die hadden het ook altijd maar over antisemitisme, ben helemaal klaar met dat gezeik over antisemitisme, wat een akelige woord ook, ik hoor het veels te vaak, jullie doen niet anders dan klagen, klagen, klagen, zo erg is het allemaal niet hoor, kappen nou. Oh, nou sorry, je hebt een punt, ik wil er graag over ophouden maar helaas pindatralalaas, er vált niet over op te houden want het wordt alleen maar erger! Dus ik wil er best over ophouden, gráág zelfs, maar zover is de wereld geloof ik nog niet. En niet alleen de antisemieten zijn nog niet zover, die bestormen gewoon openlijk een synagoge in Gotenburg (Spreek uit: Jeuteborje.) Met 20 man. Gemaskerd. Ze smijten brandbommen naar binnen terwijl de kids van jongelingenvereniging Bne Akiwa een braaf feestje vieren met chips en cola. De kinderen vluchtten in paniek naar de kelder (slim! een kelder onder een sjoel!) en achteraf pakt de poliesie drie schavuiten op die wat met deze belhamelerij te maken zouden kúnnen hebben gehad, eventueel. Wat zeg ik dat lekker voorzichtig he! Die jongens kunnen er ook niks aan doen. Het is toch allemaal de schuld van de 45e president van de Verenigde United States van de Amerikanen! Die haalde het in zijn poesjesgrabbelende hoofd om zomaar Jeruzalem als hoofdstad van Israel te erkennen! Dan vraag je er ook wel een beetje om! Dat een restaurant in Mokum de ruiten ingekeild krijgt en dat de joodse jongeren in Jeuteborje in de fik gestoken worden. Nee, als Trump dat nou niet gedaan had, dan was er allang wereldvrede geweest. Enfin, ik preek hier voor eigen parochie (ik droosj hier voor eigen kille?) dus ik hoef hier verder niet op door te gaan. Het punt wat ik wil maken is dat er weer een grote zwijgende meerderheid is. Geen onverschillige menigte, nee nee, een grote groep mensen die niets wil horen over islamitisch antisemitisme. Bam. Ik zei zomaar het onvoorstelbare. De kranten die berichtten over de moordpoging op de Bne Akiwa-jongeren in de Zweede synagoge noemden nergens de achtergrond van de 20 aanvallers. De Volkskrant zei ook nog (en ik citeer letterlijk, want ze sleuren je zo voor het tribunaal): “Hoewel er geen gewonden vielen, roept de aanval heftige reacties op.”
Lees deze zin maar een paar keer. “Er was eigenlijk niks aan de hand, toch gingen wat mensen emotioneel lopen te mekkeren.”
Dan spring ik dus echt uit mijn spekkige vel. 20 mannen gooien brandbommen naar een joods kinderfeest. Heel gek, maar dat vinden veel mensen dus niet zo’n goed idee, Volkskrant!
Om even terug te komen op het Grote Zwijgen: ik plaatste een berichtje op Facebook over de aanslag op de synagoge en daarvoor over de aanslag op het restaurant van de familie Bar-On en dan valt me op dat mijn rechtse en a-politieke vrienden reageren, maar niet mijn linkse vrienden. Ik hou nog steeds van ze, maar het valt me wel op. Ik weet dat ze geëngageerd zijn, begaan met dolfijnen, vluchtelingen en biologische bananen. Ze zullen echter nooit reageren op mijn ongezellige nieuwsfeiten omdat ze zich er ongemakkelijk bij voelen. Het past niet bij het wereldbeeld dat zij voor ogen hebben. Dit grote zwijgen baart me bijna nog meer zorgen dan de glasscherven op de Amstelveenseweg.

kosher-restaurant-Amsterdam.jpg (612×363)

Column eerder gepubliceerd in NIW 11, 2017.

vrijdag 29 september 2017

Mi kamocha baeliem Hashem?

Mi kamocha baeliem Hashem?


Een tekst die we allemaal wel kennen, wie is als U onder de machten? Niemand is als de Eeuwige. Hij is zo anders dan wij, dat zelfs de mens die het dichtst bij Hem stond, Mosje, hem niet mocht zien. We zouden het niet kunnen verdragen en ter plekke ophouden te bestaan als we Hem in het gelaat zouden kijken. Deze tekst dicht de Eeuwige ontzagwekkende eigenschappen toe, Hij wekt mensen op uit de dood, maar laat ze ook sterven. Hij ondersteunt de levenden en is ook hen die er niet meer zijn tot steun. Een baken in het menselijk bestaan. Ervaren we dat ook zo? Is Hij groots, dus ver weg, én nabij in onze kleine en grote noden? Duizenden jaren vervolging heeft er toe geleid dat velen zeggen: er is geen G’d, anders liet hij dit niet gebeuren. Zij hebben gelijk. Er zijn er die zeggen: ondanks duizenden jaren vervolgingen zijn we er nog steeds. G’d is er en ziet naar ons om. Ook zij hebben gelijk. Ik kan niet anders dan het dicht bij me houden: in goede tijden voel ik me dankbaar en ná slechte tijden voel ik me ook dankbaar. Er is niemand als de Eeuwige, wie zal Hem begrijpen?


vrijdag 22 september 2017

Oei oei oei, het is weer tijd voor de widoej

We staan weer op de grens van een nieuw jaar. Ik kijk verbijsterd om, de tijd vliegt als kamelenzand door mijn vingers. Elk jaar weer het terugblikken, Jom Kippoer – Grote Verzoendag, stilstaan bij wat ik verkeerd deed en het goede dat ik naliet. Wat ging er mis. Wat kon er beter. Contemplatie. Geen makkelijk woord, ik weet zelf amper wat het betekent, maar ik gebruik het wel voor de periode rond Jom Kippoer. Voor mij was het een heftiger jaar dan ooit. Vaak lijkt alles te draaien om wat je doet, om je carrière. Of lijkt.. zo werkte dat bij mij. Noeste arbeider die maar liefst 6 kinderen en slechts 1 vrouw te voeden heeft. Ik begon aan een nieuwe baan maar vond niet waar ik op hoopte en keerde terug naar de open armen van mijn “vorige” werkgever. De Verloren Zoon werd ik grappend genoemd. Christelijke onderneming, van oorsprong, ik lachte met ze mee. Toch gaat zo’n uitstapje niet in je koude kleren zitten. Hoop en verwachting verdampten, maar daarnaast: veel geleerd. Zingeving hangt niet van af van je werk, dat weet ik nu. Je bent niet je job. Het is genoeg wanneer je gewoon Mister Roel bent. Niet minister Roel, dat zou rampzalige gevolgen hebben en de ondergang inluiden van ons koninkrijk, maar gewoon, mezelf. Zelfkennis als de bron van groei en ontwikkeling. Het is niet belangrijk of je tichelbakker, varkensboer, rabbijn, kunstmatig inseminator of laminaatlegger bent. Wat wel belangrijk is is je kern: blijf dicht bij jezelf.

Gotsammekrake Abraham, wat een chagrijnig en zweverig gezever! Hou es op en doe es normaal, hier zit niemand op te wachten hoor. Je maakte een verkeerde keus, of je maakte een keus die verkeerd uitpakte, nou so what, such is life. Verder nog wat? Geen sappige dingen? Vreemdgegaan met een Poolse aspergesteker? Wat gejat misschien? Wat ben je toch saai. Eh ja.. Toch rammel ik straks weer met een serieus (en hongerig) hoofd met mijn spekkige knuisten op mijn borsten terwijl ik prevel dat ik me schuldig heb gemaakt aan allerlei vreselijks, want oei oei oei, het is weer tijd voor de widoej. Voor de stumpers onder u die geen diskette met Google hebben zal ik even uitleggen wat de widoej inhoudt: het is de schuldbekentenis of schuldbelijdenis die we uitspreken tijdens Jom Kippoer, waarbij een individu vergiffenis vraagt aan de Eeuwige voor zaken die weliswaar niet door hemzelf, maar ongetwijfeld wel door een andere Jood zijn uitgevoerd. We vormen één geheel en zijn verantwoordelijk voor elkaar. Net zoals je je naaste moet liefhebben als jezelf deel je dus ook in de minder lieve kanten. Een solidaire gedachte. We vragen vergiffenis op nederige wijze, in het wit gekleed en op badslippers of houten klompen met een Volendams motief, want leren schoeisel is uit den boze. (Best toepasselijk, deze zegswijze.) Het zijn geen kleine dingen die voorbij komen: asjamnoe: we zijn schuldig, bagadnoe: we waren ontrouw, gazalnoe: we pleegden diefstal, dibarnie dofi: we hebben gelogen en gelasterd, he’ewinoe: we waren onrein en schaamteloos, wehirsjanoe: we hebben anderen aangezet tot zondigen, chamasnoe: we waren gewelddadig en zo gaat het nog even door. We sluiten de schuldbelijdenis af met het Awinoe Malkenoe, volgens de vermaarde opperrabbijn J. Hertz van het Verenigd Koninkrijk én de vermaarde opperschlemiel van Almere, Roel A. het meest emotionele lied van het hele Joodse religieuze jaar: Onze Vader, onze Koning, wees ons genadig, verhoor ons, wij hebben geen daden waarop wij ons beroepen kunnen, maar toch, laat uw recht, dat U spreekt over ons, de mildheid kennen van uw trouw, ja, wil ons helpen."

Ik wens jullie allemaal een zoet jaar, maar niet te zoet, want daar word je alleen maar misselijk van.

Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 1, 5778/2017

woensdag 20 september 2017

Politionele koffiekeetje

Ja ja ja, ik weet het, jullie zullen me wel weer niet geloven he, maar ik zeg het toch: ook als je maar liefst zes kinderen hebt zoals ik (en slechts 1 vrouw, wat ging daar mis) hou je van allemaal. Nou niet gaan mekkeren dat dat helemaal niet kan,  dat je er zelf drie hebt en één daarvan het liefst zou teugstoppen, dat er toch echt wel eentje enorm moet tegenvallen omdat ie advertentieverkoper wordt i.p.v. gewoon advocaat of arts zoals iedereen - maar geloof me, ongelogen, ik hou van al mijn kinderen. Uiteraard zijn heel erg verschillend alle zes, heeft er eentje de mazzel dat ie op zijn moeder lijkt en de ander nebbisj pech dat ie mijn oren en rughaar heeft. DESALNIETTEMIN wil ik ze allemaal houden. Nou Roel, poepoe, wat ongelofelijk allemaal, maar waarom smijt je óns dat nou weer in het pokdalige gelaat?? Wel, ik wilde een vrolijke inleiding naar een onderwerp dat wat minder gezellig is. Het is de afgelopen twee weken namelijk weer hommeles in ons aller Israel, de Tempelberg kreeg bezoek van een paar fanatiekelingen en een gezin werd afgelopen sjabbat door een gast bezocht, niet door Eliyahu maar door een Palestijn, Yimach Sjmo V'Zichro, moge zijn naam worden uitgewist, die nu grijnzend wordt verpleegd in een Israelisch ziekenhuis, verzekerd van een heldenstatus voor hemzelf en een inkomen voor zijn familie. Uitgerekend zondag, twee dagen na deze aanslag, bracht ik de twee oudste kinderen naar Schiphol, waarvandaan ze samen met nog een paar fantastische Netzer-pubers vertrokken richting Ben Goerion. Echt leuk!  Vanzelfsprekend ging er van alles mis. Paspoorten waren onvindbaar, ik had geen koffie op en toen ik die wilde kopen bij La Place bleek de bankpas van mijn vrouw geblokkeerd. (Zou ze het erom doen? Ik kreeg nu de koffie gratis!) Maar dus. De kinderen doen mee met een uitwisselingsprogramma: zij een weekje daar, in huis bij gastgezinnen, dolleuke dingen doen, zoals naar een paar musea met ouwe dingen en de Kotel (de Klaagmuur), en een dagje meehelpen in Beth Juliana, (het bejaardenoord voor Nederlanders). Daarna komen de Israelische kinderen waar ze hebben gelogeerd een weekje naar Eretz Nederland en zo leren elkaar goed kennen en voor je het weet staan ze glunderend onder de choepa en schenken ze mijn vrouw en mij 37 prachtige kleinkinderen die allemaal een advocatenkantoor beginnen. Fantastisch! Maar ook best wel een beetje spannend. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen. Niemand wordt bijvoorbeeld vrolijk van de veiligheidsmaatregelen die getroffen worden, niet alleen rond sjoeldiensten, maar ook wanneer er dingen georganiseerd worden die wél leuk zijn. Zoals dingen met eten en zo. Er blijven mensen weg! Gelukkig haalt de politie nou haar gepaalde witte koffiekeetjes weg. Dat scheelt weer uitleggen aan de kindjes waarom er zoveel bewakers zijn. O wacht, die gaan nu natuurlijk vragen: “Waarom zijn de witte hokjes weg?” En dan zeg ik: “O, die zijn niet meer nodig sjnokkeltje. Er hangen nu camera’s en de plietsies zien dan op een scherm dat we worden opgeblazen en dan komen ze hier heel snel naar toe. Ze kunnen allemaggies hard rennen, die plietsies, dus komt helemaal goed!” Enfin. Gelukkig overdrijf ik nooit. Ik mag dit stukje vast niet naar de redactie faxen van mijn vrouw. Ja, zij leest ze altijd. En dat is maar goed ook. Waar waren we gebleven? Bij de oudste jeledjes die nu naar Israel zijn. Ze hebben het vast heel erg naar hun zin, merken niets van woedende muzelmannen en komen overmorgen gezond weer thuis. En natuurlijk knaagt het, maar uiteraard gaan we naar Israel. Omdat we dat willen, omdat Israel ons nodig heeft en wij Israel.


Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 40, 5777/2017

vrijdag 15 september 2017

Vader is de beste

Voordat u denkt dat dit weer zo`n slijmerig gezellig stukje wordt over een fantastische vader die de hele dag aan zijn kinderen denkt en ze nooit harder slaat dan nodig: neen, daarover gaat het niet.
Er schijnt een televisieprogramma te zijn dat zo heet. Mijn Vader Is De Beste.
Het gaat over vaders die dan samen met hun kinderen andere vaders met hun kinderen moeten overwinnen. Of zoiets. En de vader plus kind die dan winnen zijn dan de helden. Nadat ze op een glijbaan van zeep de andere vader plus kind hebben geslagen met thermische lansen. Ik weet het eigenlijk niet precies. Wat ik wel weet is dat jeled 4 al duizend keer heeft gevraagd, nee heeft gezégd dat wij hieraan mee moeten doen. Dus dat ik dan vragen over sport moet gaan beantwoorden en over technische dingen zoals automobielen. Van sport heb ik veel verstand, ik weet bijvoorbeeld dat je NEC ook kunt uitspreken als NAC, omdat dat zo hoort in het Brabants dialect. Wat wel gek is want NEC Zwolle komt helemaal niet uit Brabant. Van automobielen weet ik dat je viertakt hebt en tweetakt. Ik heb tweetakt want ik rijd Trabant. *kuch* Ik voorzie een ramp van ongekende proporties als ik hieraan mee moet doen. En dan moet er ook nog gesport worden. Dan zal ik moeten zeggen dat ik joods ben. En dan hoef ik dat vast niet.

Gelukkig hebben we geen televisietoestel dus ik word niet heel vaak met het bewuste programma geconfronteerd.
Maar Roel, waarom heb je geen televisietoestel? Dat is toch raar? Ja dat klopt. We hadden er eentje, een hele grote platte. Ik had hem besteld bij Bol en inches en centimeters verward. Dus toen kwam er me toch een enorme surfplank door de brievenbus zetten, echt van wat heb ik jou daar nou!
Een gigantische zwarte wand die op een wankel voetje op een kastje gezet werd want gaten boren in een muur, haha, nou laat maar. Dus dat ding stond daar gigantisch lelijk te zijn en toen gooide jeled 4 hem per ongeluk om. Kan gebeuren. Hij kroop namelijk over het kastje achter het televisietoestel langs en die viel toen voorover op een krukje.
Nu heb ik dus geleerd dat houten krukjes die rood met witte stippen geschilderd zijn sterker zijn dan een platte HD ready beeldbuis van een televisietoestel.
Ik hoopte op verlossing maar helaas. Ze hebben op hun teblet ook tv tegenwoordig, dus ik moest nog steeds meedoen van jeled 4. Stel dat ik dat zou doen. We zouden als laatste eindigen en met groenteafval bekogeld worden door het publiek. Ik zou gewond zijn geraakt bij het beantwoorden van een vraag over de klepstelling van een Mercedes Turbo omdat ik uitgleed in mijn eigen angstzweet en de reis naar huis in de Trabant zou lawaaierig als altijd (door de motor, had ik al verteld dat een Trabant een tweetaktmotor heeft?) doch zwijgzaam verlopen. Thuisgekomen zou ik op de bank moeten slapen terwijl mijn vrouw zich over de tot in het diepst van zijn nesjomme gekwetste telg ontfermt en ik zou hem nooit, neehee nooit meer, nooit meer naar school mogen brengen. Mijn G’d wat een ellende. Gelukkig zei mijn vrouw, toen jeled 4 weer es begon over mijn onontkoombare deelname: “ Je hébt al de beste vader van de wereld, kijk maar, hij zit tegenover je.”
Gered. Voor nu.

Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 34, 5777/2017.

maandag 11 september 2017

38 Columns



De tussen 2006 en 2015 voor diverse media geschreven columns heb ik gebundeld in een boekje. Als je er elke avond eentje leest heb je 38 nachten om óf lachend in slaap te vallen, óf gezellig met mee te piekeren over de klerezooi in de wereld. 
Mijn "Wederwaardigheden" zijn te bestellen bij bol.com en via de boekhandel (ISBN 9789402139679 paperback en ISBN 9789402147803 voor de hardcoverversie).


vrijdag 13 januari 2017

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

Ik kan nogal zwaar op de hand zijn. Je zou het niet zeggen wanneer je me lichtelijk kent, maar invloeden van buitenaf leggen soms een behoorlijk gewicht in mijn schaal. Volgens mij heb ik het nooit benoemd richting jullie, maar behalve te dik (althans, ik ben natuurlijk niet te dik, ik ben gezellig gevuld, knuffelbaar, knuffelbeer, lekker wollig-warm. Dat mijn kindjes soms zingen “papa is een dikzak, papa is een dikzak, enz. keer 30, dat is natuurlijk een soort van grap) ben ik ook nog joods. 

Dat geeft toch niks, hoor ik je denken, dat kan de beste overkomen, je hebt ook mensen die Drents zijn of schizofreen, dus dat valt allemaal reuze mee. Echter, aangezien ik dus een dikke Jood ben (zeg het es hardop! Het klinkt echt lekker!) en mijn vrouw ook nog es (slank! slank! licht!) zijn mijn kinderen, die naar ik stellig vermoed allezes óók van haar zijn, dat ook. En daar komt het zwaar op de hand zijn vandaan. Kinderen worden geconfronteerd met een soms vijandige buitenwereld. Dat overkomt denk ik alle kinderen wel. Ze hebben rood haar, twee vrouwen als ouder, of drie mannen, of een man en een axolotl en een pekingeend, hun vader is plietsie, of dominee, ze fietsen nog met zijwieltjes, stotteren en laten onwillekeurig de hele dag harde windjes die klinken als een trompet waar een kurk in zit.


We weten natuurlijk allemaal wat ik bedoel. Je kind komt thuis, verdrietig, boos of allebei. Er zijn harde dingen gezegd tegen je aapje en de stoom komt uit je oren. Of de tranen uit je ogen. Zeker als het gaat om hun identiteit, om hun zíjn; doet het pijn. En dat rijmt dus het is waar. Hoe zwaar moet je het nemen? Zoals gezegd, alle kinderen worden wel eens gepest, hele erge dikke helaas, maar wanneer is het erg? Als ze tegen je knuppie in groep 5 zeggen: “jij bent stom want alle joodse maken oorlog” (joodse wát? Trambestuurders? Atleten? (haha. Die bestaan niet.) Varkenshouders?)  is dat erger of net zo erg als “jij stinkt want je vader is getrouwd met een axolotl”? Ik probeer er zo licht mogelijk mee om te gaan, maar dat valt soms niet mee. Toch wil je graag meewerken aan een zo onbezorgd mogelijke jeugd. Dus bedek je alles met de mantel der liefde en zeg je dat ze het maar zo snel mogelijk moeten vergeten. Dat was het weer, tot de volgende keer. Nee. Natuurlijk niet. Luister naar ze, ERKEN HUN GEVOEL, probeer het waarom te beantwoorden maar als je dat niet kunt zeg je dat ook eerlijk. Neem ze serieus en begrijp ze. Vervolgens ga je een rondje hardlopen tot je je weer een ons lichter voelt. 

Deze column verscheen in iets gewijzigde vorm in de wintereditie van Kiind 2016.

dinsdag 27 september 2016

Grenzeloos

Zoals jullie weten hebben we een boel kinderen. Allemaal heel verschillend van karakter met heel veel eigenschappen waarvan er een paar in het oog springen. Zo is er een superslimme, een supersociale, een superinvoelende, een superintense, een superbaby en een super speciaal gebakje. Zo noem ik hem wel eens als ik over hem praat. Ons speciale gebakje. Ik heb het dan over ons vierde kind. Onze kabouter. Schroeft alles open. Wil van alles weten hoe het werkt. Is alláng “Avi uit”. Zijn lievelingswoord is waarom. Hij kan grenzeloos vragen stellen. Manneke is inmiddels 9 jaar, ziet er uit als een jongetje van 5 door extreme voedselallergieën die hem beroemd maakten op menig artsenconventie. Hij heeft grote moeite met communicatie en hij heeft op zijn linkerschouderblad een donkerblauwe stempel. Autist staat daar. Baf. We wilden nooit een diagnose, een hokje, een doosje om hem in te stoppen. We wilden dat mensen hem zouden zien zoals hij is. In zijn geheel, niet begrensd door een vertroebeld beeld: hij is gewoon zoals hij is. Kan heel hard woedend schreeuwen. Als er dingen gebeuren die hij niet wil. Als er dingen gebeuren die hij niet snapt. Hij begrijpt niet dat mensen kunnen schrikken van hem. Hij is soms grenzeloos in zijn emoties. Dat doet pijn om te zien. Een bijna onbereikbaar kind dat in paniek raakt van… ja waarvan eigenlijk.. van álles. Een zingende zus, een stofzuiger, een broodzak waar hij niet bij kan, een afspraak die niet nagekomen wordt. Alles wat niet past in zijn kaders, in zijn patroon, dat niet valt binnen zijn verwáchtingen. De grenzen van zijn eigen lichaam ervaart hij nog niet. Hij bakent zijn omgeving af door heel gestructureerd hekjes neer te zetten. Zó hoort het, en zéker niet anders.
Hij speelt niet bij klasgenoten. Kinderfeestjes zijn er niet voor hem. Oók van een eigen feestje kan hij nog niet genieten. Hij kan grenzeloos hard lachen, zo hard en schaterend dat de tranen je over de wangen lopen. Omdat je hem blij ziet. Met zijn moppenboekje waar hij uit voorleest. Ook al snapt hij een mop niet: er wordt om gelachen. Zo aanstekelijk, met zijn ene grote-mensen-voortand. Godzijdank heeft hij ouders met grenzeloos geduld, broers en zussen die hem kénnen en hem ondersteunen. Die het er ook zwaar mee hebben af en toe. En hij heeft een uitzonderlijk talent: het verzamelen van uitzonderlijk bijzondere mensen om zich heen. We houden allemaal grenzeloos veel van hem. Nog nooit heb ik hem als autist benoemd, dat vreselijke hokjeswoord vol stempel en oordeel. Je zou deze column als een heel verdrietige coming out kunnen zien. Want ik wil het helemaal niet. Hij is gewoon zoals hij is, en dat is ook goed.


Column in ingekorte vorm gepubliceerd in de derde editie van Kiind magazine 2016

woensdag 27 juli 2016

Niets

Vandaag is het zomer en heb ik na 15 jaar afzien wel es recht op een dagje niets doen. Uiteraard besproken met het vrouwmens en die gunde me dat wel, een dagje vrij.
Om half zes gaat de telefoon, de dikke baby is wakker en natuurlijk wil ik die wel even ophalen. Ophalen? Ja ja, zucht, ik slaap nog steeds op de bank. Voor mij geen doorwaakte nachten, die gun ik mijn echtgenote, maar daar staat tegenover dat ik dus altijd lekker vroeg mag opstaan. Zodat zij nog even kan snurken tot een uur of 8. Licht korzelig, dit is natuurlijk geen nietserig begin van een dag vol niets, maar omdat ik zo vreselijk barmhartig ben toch maar de dikke baby van zolder geplukt.

Ik hoopte op een luier vol niets, of hooguit een beetje pies, maar - uiteraard - de gier zat tot in zijn poezelige nekje. Daar kwam ik achter toen ik er met mijn hand door gleed. Geeft niets. Komt goed, baby poetsen en dat strontpertje over zijn dikke hoofdje trekken, al 1000 keer gedaan, komt goed.

Niets zit me mee. De fluffy zwarte haartjes van mijn bolly zitten nu vol poepstrepen. Ik kan dat negeren, niets aan de hand, maar neen, verman u zelf, o vader van een menigte, baby in bad, schone romper aan, en nu wachten op het grote niets waar ik recht op heb en wat me is beloofd en wat ik nooit heb. Gnnn! En jaja lieve vrouwmensen, ik weet het nu wel, hij kan ook via de beentjes uit, die romper. Zucht.

Er druppelen wat van mijn nabestaanden de trap af. O ik moet een appeltje snijden voor een dochter. Tuurlijk popje. Ik had toch niets te doen. En wat zie je er mooi uit met die zonnetjes op je wangen. Is dat nagellak? Leuk hoor. Kuch. Ik pak straks wel de verfafbijt uit de schuur. Ga nou niet huilen! Ik vind het mooi! Heus! Knap gedaan! Niets erg! Argh. Ik bedoel natuurlijk: Ik zie dat je er blij mee bent! En eh… bijzondere kleuren? Ik dreun geweldloos mijn hoofd een paar keer op de ontbijttafel en ga haar appeltje snijden met de baby op schoot, die heeft toch al zijn vingertjes nog.

Eén van de zoontjes gaat koffie voor me zetten, kijk, die voelt mijn hunkering naar niets goed aan. Nu heb ik een D.E. koffiemaler uit de jaren 50, nog van mijn oma geweest. Je maalt met de hand en dan valt de koffie pardoes in een glazen bakje, alsof het niets is! Het kind maalt als een bezetene want als ik kom kijken ligt de hele keuken vol koffie (gemalen!) en glasscherven van het 60 jaar oude glazen bakje.
Zoonlief staat er middenin te stralen als een kernreactor na een aardbeving en mijn tranen worden alras geabsorbeerd door het koffietapijt.

En dat was dan pas de ochtend.
Fijne zomer allemaal, hopelijk goed gevuld. Misschien wel met niets!


In ingekorte vorm gepubliceerd in de tweede editie van Kiind magazine 2016.

zondag 14 februari 2016

De bank

De bank is maar anderhalve meter lang en ik slaap er al sinds juli op. Er staat een krukje naast met mijn benen erop zodat ik er min of meer op pas - ik lig in een bocht anders val ik er af. Gelukkig is het leven zo zwaar dat ik toch al krom ben.

Om half zes gaat de wekker. Of ja, de wekker… de telefoon gaat en een montere vrouwenstem, die me vaag bekend voorkomt, meldt dat ene David wakker is en of ik hem wil komen halen. Ik strompel de trap op naar wat ooit ook mijn slaapkamer was en tref daar een vrouwmens, dat me vaag bekend voorkomt, benevens een olijk kereltje dat me intens wakker tegemoet lacht. Nu strompel ik de trap weer af met een klein schoppend ventje dat helaas erg op me lijkt en dat ik liever niet plet, dus ik strompel voorzichtig. Beneden aangekomen koester ik de hoop dat de kleine knoetentrol in de box wil, maar neen, het biggetje wil vermaakt worden en wel door mij.

De dag is begonnen.
Normale mannen zitten om zeven uur gestropdast aan den ontbijtdis, terwijl hun slechts in een schortje geklede echtgenote gebakken eieren en een versgestreken ochtendcourant serveert. Ik niet. Ik moet met traangas en een stroomstok twee pubers uit hun bed jagen, terwijl een stuiterende achtjarige me vraagt waarom een analoge telefoon vier draden heeft pap namelijk rood blauw geel groen en een moderne aansluiting alleen maar rood en blauw. Terwijl hij me dit vraagt kotst een zesjarige over mijn sandalen, gelukkig heb ik sokken aan, en huilt een elfjarige dat hij vannacht zijn loszittende kies heeft ingeslikt. Had ik al verteld dat ik ondertussen ook nog een baby bij me draag?

De pubers.
Ondertussen slaapt mijn vrouw eindelijk in – ze heeft de hele nacht met de baby, die slapen haat, liedjes zitten zingen – en ik probeer nogmaals de pubers uit bed te krijgen, wat niet meevalt want ze willen helemaal niet uit bed. Ik probeer ze te lokken. Ik heb zelf brood gebakken maar er zijn ook nog zes plakjes witbrood voor wie er op tijd bij is. Werkt niet. Dan maar heel geweldloos communiceren dat als ze NU niet komen dat ze dan de HELE ontbijtboel – onvoorwaardelijk - ZELF moeten opruimen.

Het kotsende kind.
Ik vergeet behalve te douchen en twee dezélfde sokken met gaten op dezélfde plek aan te trekken helemaal het arme zielige kotsende kind. Eerst moeten de knorretjes van acht en elf naar school, die overleven vast wel een keertje de tocht door Almere zonder mij. Zodra ze de deur uit zijn en ik me er van vergewis dat de pubers niet naar de gevondenvoorwerpenmand in de kleedkamer van de gymzaal ruiken, ga ik op de bedrand zitten van mijn lieve meisje met de rode koontjes. Ik heb het zo warm papa. Ja aapje, je bent ziek. Blijf maar lekker thuis snoetje. Ik ben d’r voor je.



Deze column verscheen in de eerste editie van het magazine Kiind, 2016.

dinsdag 8 september 2015

De Ontmoeting

Zoals jullie weten ben ik een bescheiden persoon die zich het liefst op de achtergrond ophoudt. Mensen merken vaak niet eens dat ik er ben en nieuwsgierigheid of achterdocht is mij vreemd. Ik ben zeg maar een soort varen in een lelijke pot.

Toen ik dan ook afgelopen nacht oranje knipperlichten waarnam vanachter de gordijnen wist ik niet hoe snel ik me in mijn badjas moest hijsen om te veinzen dat er absoluut een vuilnisbak in de keuken (we hebben er vier, Almere doet aan extremistische vormen van afvalscheiding) geleegd moest worden in één van onze kliko´s (we hebben er vier, Almere enz.) in het voortuintje.
Ik dus semi-nonchalant met ogen op steeltjes zachtjes neuriënd naar buiten met de voor een kwart gevulde vuilniszak, om daar heel verrast de auto met kennelijke pech op te merken.

Er stonden drie mannen bij met een donker uiterlijk. Ze bleven als betrapt staan en staakten hun bezigheden, wat die ook mochten inhouden. Ik dacht onwillekeurig aan de sticker die ik onlangs op de lantaarnpaal voor ons huis had aangetroffen, die voorbijgangers er op wees dat er in ons huis Israelieten woonden, om het zo maar even uit de drukken. Eén van de mannen maakte zich los van zijn auto en kwam met ferme stappen op me af.

Dus. Auto met knipperlichten aan. Drie mannen met Noord-Afrikaans uiterlijk. Lantaarnpaal met merkteken. Man komt op me af. Met ferme stappen. Midden in de nacht.

De man die op me af kwam gaf me een hand en stelde zich voor. Reza nog wat. Verstond er natuurlijk geen klap van. Hij vertelde me dat ze het kerkgebouwtje naast ons mochten lenen van de International Church omdat ze multimediale producten maakten voor kinderen in Iran en ik geloof ook Tadzjikistan.
Hij vertelde dat ze alle drie uit Iran kwamen en nooit meer terug konden omdat daar de regels van de Islam golden.

Ik vertelde over mijn zoro-astrische (zoek maar op mocht je een versie van Google bezitten) postbode met zijn mooie gouden hanger en hoe bijzonder ik die oude Godsdienst vond. Hij beaamde dat ook de aanhangers van dit “geloof” het niet makkelijk hadden onder de sharia. De andere twee mannen lachten naar me en staken hun hand op.

Later bedacht ik me dat hij waarschijnlijk gewoon anticipeerde op wat zijn ervaring is. Mannen die eruit zien als hij worden misschien wel steevast met wantrouwen bejegend. In het donker wellicht helemaal. Dan kun je beter de buitenwereld met open blik en uitgestoken hand tegemoet treden.

Weer een mooie doordenker voor Jom Kippoer, even een ijkpunt. Hoe bejegen ik de ander, ongeacht kleur en omstandigheid?

Een goed jaar voor ons allemaal, met broederschap en harmonie! Sjana tova 5776.




Geschreven voor de Joodse Omroep 2015. http://www.joodseomroep.nl/de-ontmoeting/

maandag 7 september 2015

Jom Kippoer 5775

Het is zaterdag 5 september 2015. Havdala is achter de rug en de nieuwe week ligt weer op de loer.

Vanochtend was ik in sjoel met mijn echtgenote en 4 van onze kinderen. Bat Mitswa van een vriendinnetje van onze oudste dochter. Zelf heb ik er weinig van meegekregen, behalve dan de ontzettend lekkere broodjes zalm na afloop, aangezien er de maandelijks peutergroep was en ik daar met de één na jongste heen was. We hebben Rosj Hasjana-kaarten gemaakt!

Toen de peutergroep was afgelopen gingen we nog even terug de dienst in. Keuvelend liepen we later richting de Makadiazaal waar de Bat Mitswa kiddoesj ging maken. Ik praatte met een lieve dame, ze oogt jonger dan ze is en ze draagt een kek rood hoedje. “Je hoedje doet me ergens aan denken.” Zeg ik. “O ja?” vraagt de lieve dame. Mijn vrouw probeert nog, die kent me: “Niet doen!” Maar ik flap er al uit: “conducteur”. Dat was dom! Ik kan niet aangeven of ze het erg vond, hóe erg ze het vond want ik heb er daarna niet meer gesproken.
Mijn vrouw voegde me uiteraard van alles toe, onder andere dat ze me nog waarschuwde, maar het kwaad was al geschied.

Dit soort dingen overkomen mij wel vaker. Of, overkomen, ik doe het natuurlijk helemaal zelf, en dat is niet best. Soms zelfs bewust omdat ik gewoon benieuwd ben naar iemands reactie. Waarschijnlijk heb ik op deze manier al verschillende mensen pijn gedaan of van me verwijderd. Soms gaan grappen te ver, je hoeft niet elke opmerking te maken die in je komt boven borrelen.

Dit is uiteraard een mooie brug naar Jom Kippoer, over ruim twee weken is het weer zo ver! Een zware dag elk jaar, we vasten, we brengen de hele dag door in sjoel als we de zitplaatsen willen of kunnen betalen (blijft een apart gebruik) en we staan vooral stil bij wat er het afgelopen jaar in ons persoonlijke joodse jaar goed en fout ging. Voor mij is het goed om stil te staan bij mijn grote mond, het grappig willen zijn ten koste van een ander. Eigenlijk word je geacht om vóór de dag zelf iedereen die je hebt benadeeld excuses aan te bieden, het goed mee te maken. Maar dat is me toch een brug te ver.

Mag het ook zo? Sorry lieve mensen! Ik zal ook komend jaar 5776 wederom en alweer mijn best doen!
In elk geval een welgemeend goed jaar gewenst voor iedereen die dit leest, moge het een vredig en harmonieus jaar worden, maar dat zal wel niet lukken vrees ik.

Sjana tova!


geschreven voor Christenen voor Israel 2015

zondag 7 juni 2015

Kijkend uit het raam...

Ik zit voor het raam in sjoel. Of erachter. De kindjes hebben les.

ISIS schreef de afgelopen week over hun dankbaarheid jegens Allah voor de ruggengraatloze westerse landen waar ze heen kunnen gaan om uit te rusten en te herstellen van de strijd. Met name Zweden werd uitvoerig bejubeld. Ook werd de hoop uitgesproken om met de hulp van Allah het genoemde land volledig te vernietigen.

Terwijl ik hier in sjoel door het kogelwerende glas kijk zie ik een marechaussee zijn ronde lopen, hij spreekt een jonge man aan die op een bankje zit dat uitzicht heeft op de sjoel, ik zie dat de soldaat zijn ID checkt, iets noteert, en weer doorloopt. De man blijft schijnbaar ontspannen op het bankje hangen.

Zijn we echt zo ruggengraatloos? De joodse instellingen worden beveiligd van staatswege, er wordt toch actie ondernomen zou je zeggen. Waarom blijft het onbehaaglijke gevoel?
Ik heb wel eens verteld dat ik vlak bij een moskee woon. De moskee van waaruit mensen naar Syrië zijn vertrokken om te gaan slachten voor ISIS. Eén van de mannen is gefotografeerd voor een hek waarop een aantal hoofden was gespietst. Hij blikt serieus de camera in en wijst met een vinger omhoog. De week ervoor liep hij nog door mijn straat met een tas van de Jumbo. Wellicht.
Elke vrijdag trekt er een grote stroom mannen naar die moskee. Sommigen dragen jurken, om het zo maar even te noemen, velen hebben baarden. Ze kijken vaak serieus en strak en lopen gehaast. De weinige vrouwen zijn volledig bedekt.

Inmiddels staan er twéé marechaussees bij de jongeman. Ze zijn teruggekomen en hij moet nu de inhoud van zijn  tas laten zien. Petje gaat af, zakken moeten leeg. Hij gaat nu overduidelijk met ze in discussie. Ook de kontzak gaat binnenstebuiten, hij overhandigt allerlei papieren. Hij praat geagiteerd, met hoofdbewegingen, toch blijft hij zitten. Hij is van Afrikaanse herkomst. De marechaussees lopen weer verder. Zou de man begrijpen waarom hij dit moet ondergaan? Zou hij boos zijn? En op wie dan?

Zou je de klederdracht van de moskeegangers kunnen duiden? Ze zijn overduidelijk conservatief gekleed. Dus zullen ze wel de koran als de grote waarheid beschouwen, als hun leidraad voor het leven. Dus zullen ze homoseksualiteit wel veroordelen. Dus zullen ze het bestaansrecht van Israël wel ontkennen. Zo kan ik nog meer Dussen invullen.  In onze huidige samenleving beoordelen we mensen per individu. Of iemand een boerka draagt doet niet ter zake. Dat zegt niets over iemands gevoelens, denkbeelden, meningen - vinden we. Vroeger was het makkelijker. Iemand in een NSB of SA-uniform was fout, klaar. Dit soort eenvoudige conclusies mag je nu niet meer trekken. Terwijl we het stiekem wel doen.


Het is ingewikkeld. Waar gaan we naartoe?

Ik zit aan de tafel rechts in de hoek.

Geschreven in opdracht van de Joodse Omroep http://www.joodseomroep.nl/kijkend-uit-het-raam/

zondag 1 maart 2015

Ik vind twee al zo druk

Enfin, het is dus zover. Mijn vrouw is in verwachting! Geen groot nieuws natuurlijk voor wie ons een beetje heeft gevolgd. Mijn vrouw is eigenlijk altijd wel in verwachting. Dit keer voor de verandering van ons zesde kindje. Gek misschien maar we zijn er erg blij mee! Ook nu kijken we uit naar de komst van de ongetwijfeld bijzondere baby. Mijn gok is dat het een minister-presidentje wordt, of misschien een meester-metselaar, dat mag ook. En als het een meisje is een hooglerares of staatssecretaresse. Of een kantkloskampioene. De reacties lopen niet echt uiteen dit keer. Bij kind vijf werd ik al aangekeken alsof ik niet goed snik was, nu is natuurlijk helemaal het hek van de dam. Wat sinds kind vier standaard is: “Ik vind twee al zo druk.” Vaak gebezigde uitdrukking. Waarom weet ik niet, maar ik word bozig van die uitdrukking. Er klinkt spijt in door van de aanschaf. Het noemen van het getal 2 komt – op deze negatieve manier uitgesproken – onpersoonlijk over. Het wordt er uitgeflapt, soms ook voorafgegaan door de naam van de ooit gekruisigde joodse meneer uit Nazareth. Is dit de manier om naar je kinderen te kijken? Als een druk, een last op je schouders? Mijn standaard antwoord is misschien ook stom. Ik zou moeten zeggen: “Goh. Wat jammer dat je niet tevreden bent over je nabestaanden. Als ‘druk’ het eerste is wat in je opkomt heb je er kennelijk  weinig lol an.” Gelukkig kent u mij als uiterst diplomatiek en invoelend, dus ik zeg dan ook dat hoevéél kinderen je ook hebt, 1 of 10, dat je er toch wel áltijd mee bezig bent. Gevolgd door een glimlach en als ik het kon een knipoog. Maar ik kan niet knipogen, dat ziet er dan uit alsof ik met één oog een boterkoek doormidden probeer te knippen.
Laat ik bij mezelf blijven en mijn oordelen achterwege laten. *Zichzelf even slaat.* Het verwachten van een zesde kindje is een bijzondere gewaarwording. Inmiddels is mijn kippie al lekker dik en hormonaal - het is wel geland zeg maar. Ook heb ik de kleine hemmie of harie al pittig voelen schoppen. Namen hebben we al voor de helft, dus ik hoop maar dat het een jongetje wordt. Meisje zou nu nog Nahmlosientje moeten heten en dat is niet wat. Mij leek Ludmila wel leuk, of Kateřina maar nee hoor, dat werd niet bejaht.

Er moet in ons hamsterkooitje (om het voor de hand liggende ‘konijnenhok’ maar even te vermijden.) nog plek gecreëerd worden voor het zesde Brammetje en dat is gelukkig echt iets voor mij. Zo kon ik bijv. mijn boor niet vinden. Best mal. Zit in een grote koffer met zijn 650 wattjes. Gewoonweg weg gewoon. Nooit meer teruggevonden. Ongelogen de vierde boor in elf jaar die de kuierlatten neemt. Gereedschap ligt bij mij in twee gereedschapskoffers, in de kofferbak van mijn Schorsch, in een la, in de voorraadkast, onder mijn bed, en laatst vond ik een sleutel nummer 10 (best essentieel zeg maar) in een sandaal naast de wasmachine. De andere sandaal ben ik nog steeds kwijt. Toch komt het altijd goed. Je haalt gewoon de schroevendraaier uit je handpalm, plakt een pleister en gaat doorrrrr. Van uitstelgedrag heb ik dan ook helemaal geen last. Pffff. Ik ga maar eens aan de slag. Wordt vervolgd.

zondag 15 februari 2015

De Herhaling

Het is weer zondagochtend en zoals altijd zijn de kindjes naar joodse les. De jongste met plezier, de op één-na-jongste na zachte overreding en veel geduld  “joodse les is stom!” de middelste houdt een spreekbeurt over koning Shlomo (Salomo), de één-na-oudste is hulpjuffie en de oudste helpt mee in het magazijn, met kopiëren en vooral met computerproblemen van de leerkrachten. We vertrokken zoals wel vaker weer wat te laat, reden desalniettemin vrolijk, nou ja, één huilend kind had zich bezeerd aan de gordel, over de verlaten A1 richting sjoel Amsterdam. Ik had me voorgenomen nu eens wat anders te gaan schrijven, iets luchtigs, iets vrolijks, iets over de sneeuwklokjes of mijn Trabant genaamd Schorsch. Dat lukt nu even niet. Ik kan evengoed elke week hetzelfde stukje schrijven lijkt het wel. Gisteren was niet alleen een aanslag gepleegd op de Deense cartoonist Lars Vilks (het NOS-journaal noemde hem omstreden en controversieel, ergo: eigen schuld, dikke bult) maar ook op een sjoel in Kopenhagen. Er was net een Bar Mitswa geweest en een vrijwillige bewaker is doodgeschoten. Ook het bewaken van een synagoge zal straks op het NOS-Journaal wel omstreden, controversieel of provocerend worden genoemd. 

Mijn oudste twee werden eind vorig jaar óók bar en bat mitswa. Ook zij hadden vrijwillige beveiligers die over hun en ons aller veiligheid waakten. Het had ook toen, ook hier kunnen gebeuren. Eigenlijk denk ik dat het ook hier, ook nu, zál gebeuren. Misschien vallen er gewonden, misschien komt er iemand om, misschien gaat alles goed. Nog een tijdje. Misschien wat langer, misschien wat korter. De wereld hangt kennelijk aan elkaar momenteel van misschien. De gemeente Amsterdam laat tot aan de zomer de extreme veiligheidsmaatregelen intact. Misschien is daarna een “goed” moment. Wat mij opvalt (wederom, en ik val in herhaling, als je het zat bent, steek gerust je hoofd terug in het zand) is het Grote Zwijgen van de boven ons gestelden. We hebben een groot probleem in het voormalige Vrije Westen. Ik citeer even uit een artikel in het Belgische “De Morgen” van 11 februari j.l.: "Ruim de helft van de Belgische moslims is fundamentalistisch en wantrouwt joden en homo's. Dat blijkt uit een studie van het Berlijnse Centrum voor Sociale Wetenschap (WZB) bij 9.000 moslims en christenen in België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zweden en Oostenrijk."

Er is een grote groep mensen die onze samenleving veracht. Die groep woont in ons midden. Wat kunnen we doen? Wat kunnen we doen aan het monsterverbond tussen deze groep en veel progressieve Nederlanders, die alles afdoen als “hetze”? Ik begrijp ook niks van dit verbond, niemand kan het me uitleggen. In mijn jonge jaren was ik lid van de PSP. Iedereen heeft zo z’n jeugdzondes. De PSP stond voor vrouwenrechten, homobelangen, pacifisme. Een anti-religieuze houding kon ze zeker niet ontzegd worden. Ik herinner me spotprenten over kerken n.a.v. de Apartheid in Zuid-Afrika in het blad Rampspoed, van de PSP-jongeren. Nu lopen sommige voormalige PSP-ers zij aan zij te demonstreren met Hamas-aanhangers, homohaters en tegenstanders van de Vrijheid van Meningsuiting. Dit schrijft “de linkste site van Nederland” na de aanslag op Charlie Hebdo: “De moordenaars proberen met hun daad angst en verdeeldheid te zaaien. Als dat ze lukt draait de aanslag uit op een dubbele tragedie, niet alleen voor de medewerkers van Charlie Hebdo en hun nabestaanden, maar ook voor de moslims in Europa die zullen lijden onder de verdere aanwakkering van islamofobie.” Ik denk niet dat “de moslims in Europa” de slachtoffers zijn. Ik denk dat we dat straks allemaal zijn.

Gisteren heb ik met de jongste sneeuwklokjes gezien. Het waren hele erge mooie bloemetjes.

zondag 1 februari 2015

De zondagochtend

We zijn weer eens in Amsterdam op de zondagochtend. Nou ja, weer eens, al tien jaar komen we hier vanwege joodse les voor de kindjes, al sinds de oudste vier werd dus. Gezien ons voortplantingsgedrag verwacht ik hier nog wel een jaar of 13 te komen. En dat is geen grap.
Omdat mijn twee oudste roomboterbabbelaars, bar en bat mitswa geworden in december, onderwijsassistenten zijn en graag op tijd komen zijn we hier altijd al eersten. En dat is heul vroeg op de zondagochtend. We rijden dan met z´n zeventjes vanuit Almere City over de A6 tussen de kerkgangers naar Amsterdam en ik zie ze wel eens hoopvol kijken: Potjandoppie die hebben veel kinderen! Dat zijn vast ook gereformeerden net zoals wij! Helaas, helaas, helaas, dichterbij gekomen zien ze al dadelijk hoe rommelig we tonen, dat we dus waarschijnlijk zigeuners zijn en niet ter kerke tijgen. Enfin, gevoelsmatig rond middernacht staan we dan al voor de deur en worden we niet binnen gelaten omdat er  uiteraard nog niemand is behalve dan de permanent bemande semipermanente politiepost. Daar zijn we blij mee maar de deur openmaken doen ze niet. Zei ik trouwens “voor de deur”? Haha, dat is natuurlijk iets van vroeger hè. Toen stonden we voor de deur. Nu staan voor het hek. Of nou ja, tot vorige week dan. Nu staan we voor de ROADBLOCKS. Ik zweer je. We kwamen vanochtend aanlopen, auto geparkeerd bij het Russische Consulaat omdat het daar zo lekker naar borsjt ruikt en we zagen opeens de stoep, het trottoir voor sommigen, opgeleukt met enorme brokken beton. Grote blokken. Zwaar ook. Zwaarder nog dan ik zelfs. Met een hijskraan daar neergezet denk ik. Of door een nazaat van Simson, dat ligt natuurlijk meer voor de hand. En waarom? Zodat de diepgelovige vrome mannen met weelderige baard en kek bijpassende nachtjapon plus malle slippers  niet met een auto door het hek kunnen knallen om de daarachter wachtende jodelaars plat te rijden. Misschien een hele bizarre reactie, maar ik moest gewoon vreselijk lachen. Maar dan echt. Daar staat een prachtig design gebouw, door een getalenteerd architect ontworpen, voorzien van gracht, hek en kogelwerend glas en nu gelardeerd met anti-tank voorzieningen. Ik vond het hilarisch. Wat het natuurlijk niet is. En we konden niet naar binnen. Wat dat betreft werkt de bescherming dus fenomenaal want niemand komt erin. Kort na ons arriveren, we stonden nog maar een kwartier te blauwbekken, arriveerde de eerste beveiliger die ook chagrijnig was omdat hij er niet in kon. Ook werden we gelijk naar de overkant van de straat gedirigeerd want we stonden nu pal voor de ingang en vormden daar een te makkelijke prooi voor de bloeddorstige wilden. Kortom: een dolle boel.

Uiteindelijk geraakten we binnen en hadden we een hele gezellige en ontspannen ochtend. Ik kreeg zelfs gratis koffie van de dames van de schoonmaak.


zondag 18 januari 2015

Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes

Dingen pakken je soms meer dan je eigenlijk wilt en je kunt er niks aan doen. We hebben het allemaal meegekregen; de aanslagen in Parijs, de klopjacht in België, Berlijn en Reims. De gesloten joodse instellingen in Frankrijk en België. De joodse school in Amsterdam die vrijdag dicht bleef. Al deze dingen veroorzaken –bij mij althans-  een vorm van milde maar constant aanwezige paniek. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Volgens onze premier is er niet zoveel aan de hand, we mogen best alert zijn maar echt veel te vrezen hebben we niet. Ondertussen wordt de bewaking van alles wat joods is opgevoerd. Gezellig winkelen tussen de semi-automatische geweren bij de kosjere bakker. Ontspannen naar sjoel tussen beveiliging en semi-permanente politiepost.  Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Eigenlijk staan je haren constant overeind. Je maakt er grappen over met andere potentiële slachtoffers en doelwitten, probeert je schouders op te halen. Het werkt allemaal niet zo. Sprak net een vader die overwoog om zijn kinderen twee weken thuis te houden. Voor de veiligheid. Is toch bizar dat we daar überhaupt over na denken. Dat is het hem nou juist. Het is niet bizar - het is reëel. We zijn doelwit. We zijn potentiële slachtoffers. Onze kinderen zijn dat. Een groep mensen veracht ons zo volkomen dat we dood mogen. Een grote groep. Dat is een gek gevoel, intens gehaat te worden door mensen die je niet kent. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Het bezorgt me een versnelde hartslag. Een sluimerend angstgevoel. Wanneer mensen die me kennen een hekel aan me hebben dan snap ik dat wel. Ben ook strontvervelend, een pestkop. Bovendien gezegend met een bloedstollend knappe vrouw en gruwelijk pientere en mooie kinderen. Hee, zelfs ík zou een hekel aan mij hebben. Maar mensen die mij, die ons nog nooit hebben gezien? Die niet weten hoe zorgzaam mijn kids met elkaar omgaan? Hoe fantastisch mijn vrouw is met kinderen? Sto delatj? zou Lenin zeggen. Wat te doen? Gewoon doorgaan met leven, liefhebben, werken, eten, slapen, opstaan en weer doorgaan. Uiteraard. Ondertussen pieker je je suf. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Wat als straks ook hier de bom barst? Maar Parijs, Antwerpen, Berlijn, dat is toch óók hier? Waar kunnen we heen? Israël natuurlijk, maar willen we dat? Moeten we de mezoeza al van de deurpost halen? Dat leuke keramieken Israëlische naambordje met onze naam in het Hebreeuws? Misschien is de folderbezorger wel een salafist. Paranoia ligt op de loer. Het komt er op neer dat ik het ook niet weet. Wat ik wel weet is dat het oorlog is en dat de vijandelijke soldaten gewoon in ons midden wonen. We zitten er tegenover in de trein, we lopen er langs in de Jumbo. Ze lopen langs onze gebouwen en registreren wat ze zien. Beramen plannen. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes.

Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 22 januari 2015.

Amsterdam-Buitenveldert januari 2015. Foto stond in Trouw.

zondag 9 november 2014

Mijn Trabant

Sinds vorige week heb ik eindelijk weer een Trabant. Mijn eerste auto was een Trabant, mijn vierde ook, maar ja,  je kent het, kinderen, ruimte, praktisch denken, het hield op. Een handiger auto, waar de kinderen eventueel een crash in zouden overleven deed haar intrede en dat was het dan. Dat werd dus een Lada. Jammer.
Nu heb ik dus weer een Trabant. En dat deze week 25 jaar na de val van de Berlijnse Muur. Rokend en pruttelend schud ik door Almere, hoofdschuddend en hoestend nagestaard door de geschokte dorpelingen. Wat bezielt me? Ik ben gewoon zelf een Trabant. Ben gelukkig al lang geleden gestopt met roken, maar ook ik stotter wel eens door het leven, sta soms zonder benzine en heb af en toe extra smering nodig om soepel te blijven. Uiteraard, daar wachten jullie natuurlijk op, staat de Trabant ook symbool voor herwonnen vrijheid en het einde aan slavernij. Eigenlijk zouden we pesach moeten vieren op de hoedenplank. Moshe, die had ook een Trabant toen hij de Muren slechtte om het getto van Egypte. Waar de slaven der DDR eerst via Praag naar hun beloofde land trokken, zo ging Moshe door de rode zee en de woestijn.
Laat ik maar dicht bij mezelf blijven. De inwoners van de DDR, waar ik in 1987 te gast was, hadden bijna allemaal een Trabant. Je past er nauwelijks met zijn tweeën in, maar zij gingen met hele gezinnen geschoenlepeld naar binnen en reden dan 1.200 kilometer naar de Zwarte Zee. Als ik er in zit, in mijn pruttelpot uit 1965, dan ruik ik de historie. Of de olie. Ik stel me voor dat ik met mijn gezin, vijf kinderen, één echtgenote, gespannen onderweg ben naar de Muur. Günther Schabowski heeft zojuist verklaard dat de grenzen “ogenblikkelijk en zonder voorbehoud” open gaan. Ik kan me dit niet eens voorstellen want de vijf kinderen op het een meter brede achterbankje zouden elkaar dusdanig in de haren vliegen dat Trabbistein om zou kiepen in een bruinkoolmijn en we nooit maar dan ook nooit heelhuids door de muur zouden komen. Of ik zou er tegenaan rijden. Zoiets. Gezien het hoge gehalte aan nebbisjkeit zou de ontwerper wel Joods mogen zijn. Hij heette Jitschak Ölbenz. Of neen, Werner Lang. Niet Joods, maar wel iemand die in Italië tegen de fascisten vocht. Een kosjere auto dus. Moet ook wel als iedereen je tRabbi noemt. Rabbijn Steinman uit Frankfurt was de 'Rabbi im Trabi'.
Vandaag is het negen november, de dag waarop de geschiedenis van Europa dramatisch veranderde. Van twee Duitslanden, een verdeeld land, wat ik eigenlijk wel een goed idee vond, werd Duitsland weer één land. Zowel de mensen in het westen als die in oosten waren een paar maanden erg blij. Daarna werd het gewoon en klaagden ze steen en been over elkaar. Het grootste minpunt van de eenwording was natuurlijk het faillissement van de Trabantfabriek in Zwickau.
Verder wens ik de Duitsers het allerbeste, zolang de rest van de wereld er geen last van heeft.


gepubliceerd op 11 november 2014 op Jonet.nl

maandag 25 augustus 2014

Een vaderhart

Doorgaans ga ik grappend door het leven (alhoewel ik ook wel zwaar op de hand kan zijn) maar de laatste tijd is dat anders. Ik voel me opgejaagd, schichtig en heb het meer dan ooit het gevoel dat de nieuwsberichten geen ver-van-mijn-bed-show zijn. Elke dag brengt schokkende berichten. Soennitische terroristen die christenen kruisigen, die kinderen onthoofden, die vrouwen verhandelen als seksartikelen, die honderden krijgsgevangenen afslachten, journalisten vermoorden, steden plunderen en de inwoners de hongerdood injagen, en dat enzovoort, enzovoort. Ondertussen lijkt de wereld lamgeslagen. De VS komen eindelijk in actie in het Koerdisch gebied, echt zoden aan de dijk zet het nog niet. Nederland gooide ook wat tupperwarebakjes en slaapzakken op de berg van de Yazidis. Ik had nog nooit van dit betreurenswaardige volk gehoord.
Hun fanclubs zijn ook in Europa actief, we zien ze allemaal door de straten van Frankfurt, Parijs, Berlijn, Keulen, Den Haag en Amsterdam marcheren, met hun zwarte banieren met wit  “logo”. (Even een Godwin: weet je wie ook een zwarte vlag met een wit logo had?) Ze schreeuwen: “Dood aan de joden!” In een voor de meesten van ons onverstaanbare taal, maar ze roepen het wel.
Het enge aan deze mannen en vrouwen vind ik hun stelligheid. Ze weten hoe het zit. Je hoeft ze echt niets te vertellen. Sterker nog: dat is slecht voor de gezondheid. Zij aan zij met deze - al dan niet - religieus geïnspireerden lopen mensen uit de progressieve partijen. Linkse mensen, die vroeger streden voor vrouwen- en homorechten en die nu hand in hand lopen met mensen die vrouwen een andere plek toekennen dan mannen (to put it mildly) en bij wie voor homo’s geen plek is in deze wereld. Dat maakt het nog spannender vind ik. Alle begrip voor hun gevoelens van solidariteit met de kinderen van Gaza, maar is dat voldoende om je te liëren aan groeperingen die lijnrecht tegen je eigen democratische beginselen ingaan? Israël besloot deze maand de huwelijken van homoseksuelen die naar Israël emigreren te erkennen. Dit is onbestaanbaar in de landen om Israël heen. Toch is Israël altijd de bad guy bij het weldenkende deel der natie en zijn veel intellectuele progressievelingen solidair met hen die van Israël af willen.
Het valt me op dat er een grote groep onverschilligen is. Mensen die narrig worden als ze wéér iets horen over het drama in het Midden Oosten. Op Facebook komen ze vaak genoeg voorbij: “Hek erom en het ze lekker laten uitvechten.”, “Gewoon Israel ontwapenen en het lost zich vanzelf wel op.”
 “Je post alleen maar nare berichten, ik volg je niet meer.” Geen enkele intentie om zich er in te verdiepen, want daar krijgen ze een ongemakkelijk gevoel van. Ze willen niet terugkijken naar het ontstaan van Israël of naar de reden dat er nog maar 40.000 joden in Nederland over zijn. Interesseert ze helemaal niks. Voor hun is het wél een ver-van-hun-bed-show en dat moet vooral zo blijven. Liever zien ze cupcake-foto’s en alfabet boerende puppy’s.
Wat mij vooral bezighoudt is dat dit niet over gaat. De oorlog in Israël heeft het uiten van reeds aanwezige gevoelens alleen maar gelegitimeerd. Die haat was er al en wachtte op een uitlaatklep. Als er straks met G’ds hulp weer een soort vrede of wapenstilstand is zullen de uitbarstingen misschien wegebben, maar de haat zal blijven. Wat kunnen we doen? Dit blijft. Ook de duidelijke keuzes die sommige politieke partijen maken, de weg die sommige intelligente mensen gaan (“Isis is een zionistisch complot!”) bevreemden me en maken dat ik me unheimisch voel.

Op vrijdagmiddag haal ik vaak de jongste twee van school. Ik kijk dan naar mijn kindjes, eentje in het stoeltje, de ander op zijn brakke fietsje naast me en voel een steen in mijn maag. Wat te doen? Moeten we hier wel blijven in Nederland? Pfffff….. spanning in mijn geest en in mijn lijf. Thuis zakt het wel weer, maar het blijft aanwezig. Dan kijk ik maar weer naar onze vijf vrolijke aapjes, de jongsten hebben niet in de gaten dat er een vijandige wereld is, de wat ouderen beseffen het soms. Ik maak me gewoon ontzettend veel zorgen. Gelukkig hebben we een overheid die over ons waakt. Toch?



Geschreven in opdracht van de Joodse Omroep, aug. 2014

donderdag 10 juli 2014

Operatie Heel Roel

Zoals jullie allemaal weten, het gaat niet uit je hoofd sinds ik die foto’s op Facebook plaatste, ben ik vier jaar geleden door een heuse dokter gesteriliseerd in mijn scrotum. (zie ook http://jisroel.blogspot.nl/2010/10/onklaar.html).

Klaarrrr! Zul je denken, Roel is steriel, de wereld haalt opgelucht adem, misschien gaat-ie ook nog wel mee op die missie naar Mars, dat zou helemaal fantastisch zijn.
Helaas, helaas, helaas…. Heb ik even slecht nieuws voor jullie. Bij zo’n 2-5% van de mannen, meestal degenen met het hoogste IQ en het grootste geslacht, blijft er complicaties nadat de slager met mesje nummer 17 de slagaders des levens heeft doorklieft. Je blijft er last van houden, je snapt er geen bal van maar het is –plat gezegd- vrij klote. Maar Roel, vertel! Wat schortte eraan knul?? Ho ho ho, nu niet opeens allemaal belangstelling veinzen omdat het toevallig gaat om mijn intieme instrumentarium, mijn jongens, mijn slagwerk, mijn gelderse kookworst.
Omdat jullie zo aandringen en me schijnbaar niet met rust kunnen laten (“mag ik een gipsafdruk Roel???” tssk tssk tssk) zal ik jullie inlichten aangaande deze precaire situatie. Reeds. Ik voelde continu mijn nootjes in de knikkerzak, geen pijn, geen jeuk (hou op), maar gewoon een bewustzijn dat er “iets” zat bij mijn nabestaandenfabriek en dat was reuze IRRITANT. Er dringt zich een vergelijking aan me op die helaas niemand kan verifiëren: alsof je maandverband niet goed zit. GEK werd ik ervan. Bij het lopen, bij het zitten, bij het gaan en bij het staan. Enkel gedurende de intieme situaties in den echtelijke sponde had ik er géén last van. Het idee om mijn vrouw of wellicht willekeurige voorbijgangsters continu bloot te stellen aan mijn Amsterdammertje kon me ook niet bekoren, mensen gaan dan over je praten alsof je mal bent en dat is natuurlijk niet zo. Bovendien weet ik ook niet of ik mijn vrouw lang genoeg vastgebonden zou kunnen houden. Dus. Aangezien ik niet de ganse dag in kennelijke staat kan verkeren moest er wat aan gebeuren.

In mijn grenzeloze wijsheid besloten wij dan ook de hele bliksemse doorgeknipte zooi weer te herstellen alsof er nooit wat gebeurd was. Ik dus naar de uroloog. Nu is praktisch elke uroloog joods dus dat was erg gezellig. Ken je die en die eikel? “Ja, dat is mijn zwager.” O. HAHAHAHA. Slik en nu terzake. Dat was snel voor elkaar want zo’n hersteloperatie, in vaktermentaaljargon “vaso vaso” genaamd, is een leuke klus van zo’n anderhalf uur onder volledige narcose waar elke uroloog letterlijk zijn vingers bij aflikt.

Ik dus opgelucht naar huis. Alles zou reg komen. Fluitje (haha) van een cent (rijksdaalder). En lekker onder narcose. Voor het eerst. Dus ik zal wel doodgaan dan hè, zo gaat dat. Okee, de dag der dagen brak aan ik wandelde vrolijk het hospitaal binnen en voor ik het wist lag ik naakt met een groen shirt (verkeerdom!) aan in een bedje. Gedrogeerd met oxazepam en met een spuit in het buikvet. Heerlijk was dat. Een grote Surinaamse mevrouw – Surinaams accent- , ‘het is een heel gepiel hoor, zo’n operasie’, reed me naar een zaal met allemaal andere stumpers en daarna naar een andere zaal met veel mondkapjes en groene lapjes, alwaar ze zei: – Surinaams accent- “Ik ga je zuurstof geven hoor..” hetgeen een grove leugen was want halverwege het Sjema (joodse geloofsbelijdenis) was ik al weg.

Daarna was ik weer wakker. Hier komt een psychisch aspect om de hoek kijken, dus als dat te ingewikkeld is mag je het overslaan. Ik werd huilend (bizar! Ik huil nooit omdat ik een man ben! Kwam door de narcose denk?!) wakker terwijl ik de overige nog half slaperige sloebers trakteerde op een melodramatisch gezongen ”Ik ben weer heel, ik ben weer héél!!!!” Vervolgens vroeg ik de dienstdoende zuster (verpleegkundige, sorry) of ik haar hánd mocht vasthouden. Hier las ik even een pauze in zodat jullie je tranen van het uitlachen kunt drogen. Dit verhaal is namelijk ongelogen.

Men reed mij – met toc en 3000 meter verband om den muis – terug naar mijn kamertje alwaar mijn teerbeminde op mij wachtte. Na enkele uren jammeren mocht ik naar huis, ik heb alleen geen idee meer hoe ik daar gekomen ben, misschien heeft Jorritsma me wel gebracht. Thuis aangekomen werd ik vol afgrijzen door de zoons aangekeken en de dochters vonden het wel grappig geloof ik.

Na twee dagen mocht ik mijn kermende knaapje bevrijden van toc en verband en stond ik oog in oog met het meest afgrijselijke dat ik ooit mocht aanschouwen. Ooit waren het blozende rimpelkussentjes, nu had ik twee paarse kalebassen die op een zomerse groenteshow ongetwijfeld de prijs voor grootste en hardste exemplaren hadden gewonnen als ik ze daar op een schotel, beter een schaal, had gedeponeerd. Het paarse landschap werd doorvlochten door vrolijke zwarte draden die alle kanten opstaken. En het voelde alsof er een satanische mannenhaatster van 176 kilo met grote boerenklompen op aan het springen was. PIJN.
De dames die het lezen wellicht hebben volgehouden en tot deze zin zijn aanbeland verzuchten nu: “Ja, maar alle mannen zijn ontzettende jankers en aanstellers en kleinzerige zeikerige rotpeuters! Wij doen bevallingen en scheuren dan in en uit van navel tot bilnaad! En geven geen krimp behalve een oprechte glimlach omdat we een weliswaar lelijk maar toch lief kind mochten ontvangen!”

Daar hebben jullie een punt, o hennarood geverfde bozige types, mannen staan er om bekend dat ze bij het minste of geringste gaan kermen als halfdoodgeknuppelde walvispuppies, wijs naar een voetballer en hij ligt al stervend op de grond. I know. Ik ben dus niet zo. Ooit had ik een broodmes in mijn vlees, gelukkig kwam die niet door het bot, met een fontein aan slagaderlijke bloedingen tot gevolg. (De jongste telg had het mes vast en ik nam het manmoedig van haar over, waarbij ze haar handje met daarin nog het dodelijke wapen fluks terugtrok, zodoende de tanden van het mes in mijn vlees dringende.) Ik verloor in een mum van tijd 8 liter bloed maar bleef kaarsrecht staan en sprak tot mijn echtgenote:  “Help, help, ik ga dood”.  Of nee, ik zei: “Komaan vrouwmens, draal niet en breng mij dalijk naar het hospitaal.” Enfin.

Wat ik zeggen wilde is het volgende: de zwellingen werden erger en erger, paarse skippyballen in de pantalon, ik kon alleen nog heul, heul wijdbeens zitten met een groen hoofd. Dus de poli gebeld. Drie keer. Daar werken alleen vrouwen. Ze hoonden alles weg. Uiteindelijk mocht ik de dag waarop de uroloog op vakantie ging komen. Dat was een vrijdag! De dag waarop altijd sterilisaties plaatsvinden. De wachtkamer zat vol met zenuwachtige mannen en boosaardig genietende vrouwen. En daar kwam ik binnen. Een groene, strompelende, wijdbeense schaduw van een man, die zich moest vasthouden aan de muur. Alle mannen renden gillend weg, ware het niet dat hun vrouwen hen met enkelbanden aan de in de grond verankerde tafelpoten hadden geketend. Zonder gekheid: mijn deernis werd in hen gekopieerd. Dat was leuk! De uroloog keek me diep in de eh… ogen. Ik zong “Jantje zag eens pruimen hangen o als eieren zo groot…” De uroloog zei: “Ja.” Hij lachte geeneens. Wel noemde hij me een pechvogel. Dat was leuk om te horen. Ik kreeg antibiotica mee en pijnstillers die eigenlijk op de lijst van Verdovende Middelen thuishoren.

Ik strompelde weer weg aan de arm van de vrouw met wie ik nooit meer een intieme relatie zou gaan hebben, door de wachtkamer alwaar de resterende heren flauwvielen. Ik liep langs de balie waar de Surinaamse mevrouw me vroeg: “Had je nou écht wat?” Ik stamelde “Ja”, ze zei: - Surinaams accent – “Zie je wel, zei ik toch.” 

Nu heb ik nog één struisvogelei en één kippenei. Komt goed.


vrijdag 21 februari 2014

Geknipt

Vandaag was ik weer gezellig bij mijn Koerdische kapper. Dat is altijd erg prettig, want we vergelijken dan altijd Koran en Tora-verhalen en hebben het uiteraard ook over het Midden Oosten waarbij we dan de prestaties roemen van respectievelijk Israel en Koerdistan. Ooit sprak hij vaak lacherig over de vrome types die in onze buurt wonen, hij had het niet op die scherpslijpers, maar sinds ze zich bij hem laten knippen hangt tóch de islamitische geloofsbelijdenis boven de deur en knipt zijn vrouw alleen nog kinderen en vrouwen. Pragmatisch zakendoen! Ik begrijp het wel, zaken zijn zaken. Enfin, ook vandaag was het leuk. Eerst hadden we het over de zoons van Ibrahim/Abraham/Awraham. Volgens hem waren dat Isjmaïl en Davoud. Ik dacht eerder aan Jitschak, en na een tijdje zei hij ook dat het inderdaad Isjak was. Dit soort gesprekjes voerden we altijd lachend, allebei overduidelijk niet vroom. Hij begreep sowieso die vrome types niet. Halal dit en Haram dat. We waren het erover eens dat als je niet in aanraking wil komen met zaken die haram of treife zijn, dat je het hier dan wel heel erg zwaar moet hebben. Zelfs het weer is hier haram. Daarna werd het serieuzer. Van de week was een Almeerse jihad-strijder in het nieuws geweest, ene Khalid, die op de foto was gezet terwijl hij een pas van zijn romp gescheiden hoofd omhoog hield. Een vrouwelijke klant was in zijn winkel boos geworden en had gevraagd waarom “jullie niet naar school gaan in plaats van jezelf op te blazen”. Dus mijn kapper vroeg mij bezorgd of de terrorist in kwestie inderdaad een Koerd was! Terwijl hij met mijn dunner wordende haardos in de weer ging mocht ik op mijn telefoontje aan de google. Dat viel nog niet mee. Een piekerende kapper knipt vast met gemak per ongeluk je doorlopende wenkbrauw af. Ook heb ik steeds meer moeite de lettertjes op het schermpje van mijn HTC te lezen aangezien dat ding steeds ouder wordt. Mijn kapper vertelde ondertussen dat het eigenlijk nooit voorkwam dat een Koerd een aanslag pleegde omdat zij  liever hun land opbouwden in plaats van een zekere ideologie of hun vlees over de aarde te verspreiden. Ik vroeg hem of Khalid überhaupt een Koerdische naam was. Arabisch vond hij. Maar Koerdisch kon ook. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: de misdadige betweter in kwestie kwam uit Irak. Dan kon hij dus nog steeds een Koerd zijn, want dat nebbisje gebied is verspreid over Irak, Iran, Syrië en Turkije. Uiteindelijk trokken we samen de conclusie: de man was géén Koerd.
Dat was wel een hele opluchting. Bleef de vraag waarom de vrouw uitgerekend hém er op had aangesproken. Hadden we meer gemeen dan onze verschuivende haargrens.


zondag 16 februari 2014

De vaders

De vaders van Talmoed Tora. Elke zondag, als hun joodse kroost les krijgt in geschiedenis, ivriet, nou ja, alles wat met jiddisjkait te maken heeft en soms ook niet, zitten de niet-joodse vaders te wachten in de hippe lounge-ruimte van de LJG Amsterdam. Geduldige vaders. Ze moeten het enkele uren volhouden he. De een leest een boek, de ander leert Russisch, vaak zitten ze ook gewoon gezellig te ouwehoeren. Ooit besloten ze, of misschien wás er geen keus, om hun kinderen in de traditie van de joodse moeders op te laten groeien. Hun eigen achtergrond wordt min of meer genegeerd, of het nu gaat om buitenissigheden als de waals-gereformeerde kerk, hugenoten, Vrij- of Oud-Katholicisme, wat dan ook…. De keus is gemaakt, hun kinderen zijn joods en dát zullen ze weten. Ze gaan mee naar sjoel, de geduldige vaders, ze maken de joodse groei mee van hun kroost tot aan de bar of bat mitswa maar zullen altijd relatieve buitenstaanders blijven. Ze vinden het niet erg. Soms zullen ze wat melancholisch terugdenken aan hun eigen opgroeien, hun eerste communie, de belijdenis, hun doop wellicht… Dingen waar hun joodse kids geen weet van hebben. Misschien zullen die er ooit naar vragen en dan zal de geduldige vader het geduldig uitleggen. De aandacht zal snel verslappen. Niet de wereld van de joodse kinderen, geen Bne Akiwa of Haboniem, maar Catechisatie, geen Netzer maar Geref. Herv. Jongelingsvereniging. Al de herinneringen en de soms ook eeuwenlange tradities worden opzij gezet voor de joodse opvoeding. Dat is niet niks, daar verdienen de vaders respect voor. Maar niemand staat er bij stil en dat is óók goed. Zij hebben er vrede mee en zijn er trots op. Ze zullen nooit helemaal deel uitmaken van de wereld van hun kinderen, geen talliet om hun gezin heenslaan met jom kippoer, geen beracha zeggen over de wijn op sjabbes…Maar ze gaan méé in alles wat er gebeurt, ze leren méé en zijn er trots op dat ze ‘ledor wador’ helpen bewerkstelligen. Daar doen ze een stapje voor opzij gedurende hun hele leven. Ik vind ze tof, deze vaders.



Geschreven voor Christenen voor Israël http://christenenvoorisrael.nl/2015/02/de-vaders/

zaterdag 15 februari 2014

De vaat

Mijn vrouw houdt van bio. Biologisch, biotex, bioindustrie, als het maar bio is. Dat kost een man een godsvermogen, al die rechtsdraaiende fietsbanden, bij maanlicht door ongestelde maannimfen geplukte zeeanemonewortelpuntjes, in een middeleeuwse grot gebakken ranonkelstruikkoekjes, rodondenderondrankdrek, onbespoten snorkelkontjes, en cetera en zo verder zo voort. Het biogebeuren strekt zich verder uit dan levensmiddelen alleen. Ook het huishouden moet eraan geloven. Zeep, met de mond geboetseerd door tandeloze 90-jarige peniskokers uit Toekatoekaland, op 30 graden gewassen tweedehands toiletpapier bestaande uit nog levende sponzen afkomstig uit het Babylonische reuzelmeer, haargel gemaakt van gemalen gefermenteerde mars-aubergines en zo verder, cetera usw.
Vandaag waren de nog door mij gekochte vaatwasblokjes op. Die kwamen uit een enorme grote kartonnen ton bij de Praxis en waren lekker goedkoop, lekker veel en hartstikke goed want de gaten vielen al in je huid als je er alleen maar naar wees. Welnu, die waren OPPERDEPOP. Het enige in huis aanwezige alternatief bestond uit ecover blokjes van waarschijnlijk een rijksdaalder per stuk, ooit om 12 uur des nachts met volle maan door mijn vrouw geoogst in een macriobiotisch biotopisch geweldloos communicerend aanrechtkastje gepaard gaand met het geklepper van een zwanger cimbaal.
Niets aan te doen. Ik deed het blokje als altijd huiverig in het daarvoor bestemde vakje en sloot den deur des afwasapparaats. Op een krukje ging ik erbij zitten en legde mijn hand tegen de knop van de vaatwasser om hem, zoals in de gebruiksaanwijzing van de bioblokjes stond, te bedanken voor het werk dat hij zo onbaatzuchtig verrichte voor mij en mijn gelukzalige gezin. Een uur lang. In vijf talen want anders was ik chauvinistisch.
Na dat uurtje bedankjes prevelen was de vaatgodin klaar en ik opende haar grote klep en constateerde dat de vaat NIET SCHOON was.

Toen ik bij zinnen kwam riep ik mijn vrouw, die uiteraard niet kwam. Toen ik het haar vriendelijk vroeg kwam ze gelijk kijken. Ik vond het fantastisch. Die dure troep van haar, bestaande uit gemalen schelpen en bioresonantiestralen DEED het dus NIET. Triomf, triomf, TRIOMF der ouderwetschen mannelijken MAN!! Ze keek me aan. Ze wees. Ik had het plasticje niet van het blokje gehaald. Hoofdschuddend slaakte ze een zucht en ging verder met breien. Hysterisch gillend ging ik met mijn hoofd tegen de vloer van de keuken bonken.


zondag 26 januari 2014

Een bijzondere dag

Vandaag was de dag van de Auschwitzherdenking in het Wertheimpark. Ik herinner me vorig jaar nog: ijzige kou, regen, kinderen van Talmoed Tora die een grafkrans in de handen gedrukt kregen om neer te leggen namens de Oud-Katholieke Vrouwenvereniging van Zwollerkerspel e.o. Dit jaar was ik er niet bij. Ik zette de twee oudste jeledjes af bij de Stopera, zij namen de honneurs waar. Een leerzame middag kregen ze ook, samen met de leeftijdsgenootjes van de NIHS. LJG- en NIHS-jeugd samen, een fantastisch toekomstgericht initiatief!

Ik moest echter terug naar sjoel, waar de overige drie kindjes joodse les hadden zoals altijd op zondag. Aangezien de Auschwitzherdenking tot 16 uur zou duren besloten we na de lessen de tijd de doden in het Joods Historisch Museum. Leuk voor de jongste drie, challe bakken in het kindermuseum. Wij daar dus heen, ik mocht rijden, mijn grootste hobby in Amsterdam.

Via een taxi-standplaats kwam ik warempel in de parkeergarage waar na 12 keer in- en uitsteken de Dacia geparkeerd was, zo ongeveer in een vak. Fijn! 70 cent per 10 minuten. Ze hebben bij de gemeente Amsterdam echt een hékel aan mensen. De verkeerde lift genomen omdat ik zo zeker wist dat dat de goeie was en uiteindelijk in het museum beland.

Knaapje vond het fantastisch. Leuk om al die dingen van thuis te herkennen, maar het aller-allerleukst was natuurlijk wel het feit dat hij overal op knopjes kon drukken, overal hoofdtelefoons, filmpjes (sommige sloeg ik maar even over) en rolstoeltrapliften. Uitermate fascinerend! Omhoog, omlaag, openklappen, hij wilde het allemaal weten. Is natuurlijk ook leuker dan het zoveelste verhaal over pesach of chanoeka. Ook was hij onder de indruk van een oud filmpje waar je mensen zag die midden in de nacht wakker werden omdat er “onraad” was en die zich dan gingen verstoppen via een heel klein deurtje achter een kast! Hoe het met die mensen is afgelopen vertel ik hem later wel.

Enfin, het was een fijne en goede dag ondanks de zweem van triestheid rondom de herdenking, ik zet een blij berichtje op facebook en we togen naar de Snoge om de oudste zoon en dochter op te halen die óók al zo’n bijzondere dag hadden gehad. Terug naar de auto, weeksalaris in de parkeermeter en hupsakee weer naar de polder. En toen zag ik de reactie van een vage kennis van vroeger op mijn vrolijke facebookposting. Ik zou mijn kinderen indoctrineren en leren dat ze Palestijnen moeten haten. Ook had ik ze vast nog nooit een moskee laten zien van binnen.

We hebben onze fijne zondag er niet door laten versjteren. Geen centje pijn om de vage kennis uit mijn vriendenlijst te schrappen. De kleinste kindjes hadden zelfgevlochten brood gebakken en op de sjofar geblazen, de oudste kinderen hadden de doden herdacht en nieuwe vrienden gemaakt. Dát was onze dag.