vrijdag 29 september 2017

Mi kamocha baeliem Hashem?

Mi kamocha baeliem Hashem?


Een tekst die we allemaal wel kennen, wie is als U onder de machten? Niemand is als de Eeuwige. Hij is zo anders dan wij, dat zelfs de mens die het dichtst bij Hem stond, Mosje, hem niet mocht zien. We zouden het niet kunnen verdragen en ter plekke ophouden te bestaan als we Hem in het gelaat zouden kijken. Deze tekst dicht de Eeuwige ontzagwekkende eigenschappen toe, Hij wekt mensen op uit de dood, maar laat ze ook sterven. Hij ondersteunt de levenden en is ook hen die er niet meer zijn tot steun. Een baken in het menselijk bestaan. Ervaren we dat ook zo? Is Hij groots, dus ver weg, én nabij in onze kleine en grote noden? Duizenden jaren vervolging heeft er toe geleid dat velen zeggen: er is geen G’d, anders liet hij dit niet gebeuren. Zij hebben gelijk. Er zijn er die zeggen: ondanks duizenden jaren vervolgingen zijn we er nog steeds. G’d is er en ziet naar ons om. Ook zij hebben gelijk. Ik kan niet anders dan het dicht bij me houden: in goede tijden voel ik me dankbaar en ná slechte tijden voel ik me ook dankbaar. Er is niemand als de Eeuwige, wie zal Hem begrijpen?


vrijdag 22 september 2017

Oei oei oei, het is weer tijd voor de widoej

We staan weer op de grens van een nieuw jaar. Ik kijk verbijsterd om, de tijd vliegt als kamelenzand door mijn vingers. Elk jaar weer het terugblikken, Jom Kippoer – Grote Verzoendag, stilstaan bij wat ik verkeerd deed en het goede dat ik naliet. Wat ging er mis. Wat kon er beter. Contemplatie. Geen makkelijk woord, ik weet zelf amper wat het betekent, maar ik gebruik het wel voor de periode rond Jom Kippoer. Voor mij was het een heftiger jaar dan ooit. Vaak lijkt alles te draaien om wat je doet, om je carrière. Of lijkt.. zo werkte dat bij mij. Noeste arbeider die maar liefst 6 kinderen en slechts 1 vrouw te voeden heeft. Ik begon aan een nieuwe baan maar vond niet waar ik op hoopte en keerde terug naar de open armen van mijn “vorige” werkgever. De Verloren Zoon werd ik grappend genoemd. Christelijke onderneming, van oorsprong, ik lachte met ze mee. Toch gaat zo’n uitstapje niet in je koude kleren zitten. Hoop en verwachting verdampten, maar daarnaast: veel geleerd. Zingeving hangt niet van af van je werk, dat weet ik nu. Je bent niet je job. Het is genoeg wanneer je gewoon Mister Roel bent. Niet minister Roel, dat zou rampzalige gevolgen hebben en de ondergang inluiden van ons koninkrijk, maar gewoon, mezelf. Zelfkennis als de bron van groei en ontwikkeling. Het is niet belangrijk of je tichelbakker, varkensboer, rabbijn, kunstmatig inseminator of laminaatlegger bent. Wat wel belangrijk is is je kern: blijf dicht bij jezelf.

Gotsammekrake Abraham, wat een chagrijnig en zweverig gezever! Hou es op en doe es normaal, hier zit niemand op te wachten hoor. Je maakte een verkeerde keus, of je maakte een keus die verkeerd uitpakte, nou so what, such is life. Verder nog wat? Geen sappige dingen? Vreemdgegaan met een Poolse aspergesteker? Wat gejat misschien? Wat ben je toch saai. Eh ja.. Toch rammel ik straks weer met een serieus (en hongerig) hoofd met mijn spekkige knuisten op mijn borsten terwijl ik prevel dat ik me schuldig heb gemaakt aan allerlei vreselijks, want oei oei oei, het is weer tijd voor de widoej. Voor de stumpers onder u die geen diskette met Google hebben zal ik even uitleggen wat de widoej inhoudt: het is de schuldbekentenis of schuldbelijdenis die we uitspreken tijdens Jom Kippoer, waarbij een individu vergiffenis vraagt aan de Eeuwige voor zaken die weliswaar niet door hemzelf, maar ongetwijfeld wel door een andere Jood zijn uitgevoerd. We vormen één geheel en zijn verantwoordelijk voor elkaar. Net zoals je je naaste moet liefhebben als jezelf deel je dus ook in de minder lieve kanten. Een solidaire gedachte. We vragen vergiffenis op nederige wijze, in het wit gekleed en op badslippers of houten klompen met een Volendams motief, want leren schoeisel is uit den boze. (Best toepasselijk, deze zegswijze.) Het zijn geen kleine dingen die voorbij komen: asjamnoe: we zijn schuldig, bagadnoe: we waren ontrouw, gazalnoe: we pleegden diefstal, dibarnie dofi: we hebben gelogen en gelasterd, he’ewinoe: we waren onrein en schaamteloos, wehirsjanoe: we hebben anderen aangezet tot zondigen, chamasnoe: we waren gewelddadig en zo gaat het nog even door. We sluiten de schuldbelijdenis af met het Awinoe Malkenoe, volgens de vermaarde opperrabbijn J. Hertz van het Verenigd Koninkrijk én de vermaarde opperschlemiel van Almere, Roel A. het meest emotionele lied van het hele Joodse religieuze jaar: Onze Vader, onze Koning, wees ons genadig, verhoor ons, wij hebben geen daden waarop wij ons beroepen kunnen, maar toch, laat uw recht, dat U spreekt over ons, de mildheid kennen van uw trouw, ja, wil ons helpen."

Ik wens jullie allemaal een zoet jaar, maar niet te zoet, want daar word je alleen maar misselijk van.

Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 1, 5778/2017

woensdag 20 september 2017

Politionele koffiekeetje

Ja ja ja, ik weet het, jullie zullen me wel weer niet geloven he, maar ik zeg het toch: ook als je maar liefst zes kinderen hebt zoals ik (en slechts 1 vrouw, wat ging daar mis) hou je van allemaal. Nou niet gaan mekkeren dat dat helemaal niet kan,  dat je er zelf drie hebt en één daarvan het liefst zou teugstoppen, dat er toch echt wel eentje enorm moet tegenvallen omdat ie advertentieverkoper wordt i.p.v. gewoon advocaat of arts zoals iedereen - maar geloof me, ongelogen, ik hou van al mijn kinderen. Uiteraard zijn heel erg verschillend alle zes, heeft er eentje de mazzel dat ie op zijn moeder lijkt en de ander nebbisj pech dat ie mijn oren en rughaar heeft. DESALNIETTEMIN wil ik ze allemaal houden. Nou Roel, poepoe, wat ongelofelijk allemaal, maar waarom smijt je óns dat nou weer in het pokdalige gelaat?? Wel, ik wilde een vrolijke inleiding naar een onderwerp dat wat minder gezellig is. Het is de afgelopen twee weken namelijk weer hommeles in ons aller Israel, de Tempelberg kreeg bezoek van een paar fanatiekelingen en een gezin werd afgelopen sjabbat door een gast bezocht, niet door Eliyahu maar door een Palestijn, Yimach Sjmo V'Zichro, moge zijn naam worden uitgewist, die nu grijnzend wordt verpleegd in een Israelisch ziekenhuis, verzekerd van een heldenstatus voor hemzelf en een inkomen voor zijn familie. Uitgerekend zondag, twee dagen na deze aanslag, bracht ik de twee oudste kinderen naar Schiphol, waarvandaan ze samen met nog een paar fantastische Netzer-pubers vertrokken richting Ben Goerion. Echt leuk!  Vanzelfsprekend ging er van alles mis. Paspoorten waren onvindbaar, ik had geen koffie op en toen ik die wilde kopen bij La Place bleek de bankpas van mijn vrouw geblokkeerd. (Zou ze het erom doen? Ik kreeg nu de koffie gratis!) Maar dus. De kinderen doen mee met een uitwisselingsprogramma: zij een weekje daar, in huis bij gastgezinnen, dolleuke dingen doen, zoals naar een paar musea met ouwe dingen en de Kotel (de Klaagmuur), en een dagje meehelpen in Beth Juliana, (het bejaardenoord voor Nederlanders). Daarna komen de Israelische kinderen waar ze hebben gelogeerd een weekje naar Eretz Nederland en zo leren elkaar goed kennen en voor je het weet staan ze glunderend onder de choepa en schenken ze mijn vrouw en mij 37 prachtige kleinkinderen die allemaal een advocatenkantoor beginnen. Fantastisch! Maar ook best wel een beetje spannend. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen. Niemand wordt bijvoorbeeld vrolijk van de veiligheidsmaatregelen die getroffen worden, niet alleen rond sjoeldiensten, maar ook wanneer er dingen georganiseerd worden die wél leuk zijn. Zoals dingen met eten en zo. Er blijven mensen weg! Gelukkig haalt de politie nou haar gepaalde witte koffiekeetjes weg. Dat scheelt weer uitleggen aan de kindjes waarom er zoveel bewakers zijn. O wacht, die gaan nu natuurlijk vragen: “Waarom zijn de witte hokjes weg?” En dan zeg ik: “O, die zijn niet meer nodig sjnokkeltje. Er hangen nu camera’s en de plietsies zien dan op een scherm dat we worden opgeblazen en dan komen ze hier heel snel naar toe. Ze kunnen allemaggies hard rennen, die plietsies, dus komt helemaal goed!” Enfin. Gelukkig overdrijf ik nooit. Ik mag dit stukje vast niet naar de redactie faxen van mijn vrouw. Ja, zij leest ze altijd. En dat is maar goed ook. Waar waren we gebleven? Bij de oudste jeledjes die nu naar Israel zijn. Ze hebben het vast heel erg naar hun zin, merken niets van woedende muzelmannen en komen overmorgen gezond weer thuis. En natuurlijk knaagt het, maar uiteraard gaan we naar Israel. Omdat we dat willen, omdat Israel ons nodig heeft en wij Israel.


Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 40, 5777/2017

vrijdag 15 september 2017

Vader is de beste

Voordat u denkt dat dit weer zo`n slijmerig gezellig stukje wordt over een fantastische vader die de hele dag aan zijn kinderen denkt en ze nooit harder slaat dan nodig: neen, daarover gaat het niet.
Er schijnt een televisieprogramma te zijn dat zo heet. Mijn Vader Is De Beste.
Het gaat over vaders die dan samen met hun kinderen andere vaders met hun kinderen moeten overwinnen. Of zoiets. En de vader plus kind die dan winnen zijn dan de helden. Nadat ze op een glijbaan van zeep de andere vader plus kind hebben geslagen met thermische lansen. Ik weet het eigenlijk niet precies. Wat ik wel weet is dat jeled 4 al duizend keer heeft gevraagd, nee heeft gezégd dat wij hieraan mee moeten doen. Dus dat ik dan vragen over sport moet gaan beantwoorden en over technische dingen zoals automobielen. Van sport heb ik veel verstand, ik weet bijvoorbeeld dat je NEC ook kunt uitspreken als NAC, omdat dat zo hoort in het Brabants dialect. Wat wel gek is want NEC Zwolle komt helemaal niet uit Brabant. Van automobielen weet ik dat je viertakt hebt en tweetakt. Ik heb tweetakt want ik rijd Trabant. *kuch* Ik voorzie een ramp van ongekende proporties als ik hieraan mee moet doen. En dan moet er ook nog gesport worden. Dan zal ik moeten zeggen dat ik joods ben. En dan hoef ik dat vast niet.

Gelukkig hebben we geen televisietoestel dus ik word niet heel vaak met het bewuste programma geconfronteerd.
Maar Roel, waarom heb je geen televisietoestel? Dat is toch raar? Ja dat klopt. We hadden er eentje, een hele grote platte. Ik had hem besteld bij Bol en inches en centimeters verward. Dus toen kwam er me toch een enorme surfplank door de brievenbus zetten, echt van wat heb ik jou daar nou!
Een gigantische zwarte wand die op een wankel voetje op een kastje gezet werd want gaten boren in een muur, haha, nou laat maar. Dus dat ding stond daar gigantisch lelijk te zijn en toen gooide jeled 4 hem per ongeluk om. Kan gebeuren. Hij kroop namelijk over het kastje achter het televisietoestel langs en die viel toen voorover op een krukje.
Nu heb ik dus geleerd dat houten krukjes die rood met witte stippen geschilderd zijn sterker zijn dan een platte HD ready beeldbuis van een televisietoestel.
Ik hoopte op verlossing maar helaas. Ze hebben op hun teblet ook tv tegenwoordig, dus ik moest nog steeds meedoen van jeled 4. Stel dat ik dat zou doen. We zouden als laatste eindigen en met groenteafval bekogeld worden door het publiek. Ik zou gewond zijn geraakt bij het beantwoorden van een vraag over de klepstelling van een Mercedes Turbo omdat ik uitgleed in mijn eigen angstzweet en de reis naar huis in de Trabant zou lawaaierig als altijd (door de motor, had ik al verteld dat een Trabant een tweetaktmotor heeft?) doch zwijgzaam verlopen. Thuisgekomen zou ik op de bank moeten slapen terwijl mijn vrouw zich over de tot in het diepst van zijn nesjomme gekwetste telg ontfermt en ik zou hem nooit, neehee nooit meer, nooit meer naar school mogen brengen. Mijn G’d wat een ellende. Gelukkig zei mijn vrouw, toen jeled 4 weer es begon over mijn onontkoombare deelname: “ Je hébt al de beste vader van de wereld, kijk maar, hij zit tegenover je.”
Gered. Voor nu.

Eerder gepubliceerd in het NIW, editie 34, 5777/2017.

maandag 11 september 2017

38 Columns



De tussen 2006 en 2015 voor diverse media geschreven columns heb ik gebundeld in een boekje. Als je er elke avond eentje leest heb je 38 nachten om óf lachend in slaap te vallen, óf gezellig met mee te piekeren over de klerezooi in de wereld. 
Mijn "Wederwaardigheden" zijn te bestellen bij bol.com en via de boekhandel (ISBN 9789402139679 paperback en ISBN 9789402147803 voor de hardcoverversie).


vrijdag 13 januari 2017

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

Ik kan nogal zwaar op de hand zijn. Je zou het niet zeggen wanneer je me lichtelijk kent, maar invloeden van buitenaf leggen soms een behoorlijk gewicht in mijn schaal. Volgens mij heb ik het nooit benoemd richting jullie, maar behalve te dik (althans, ik ben natuurlijk niet te dik, ik ben gezellig gevuld, knuffelbaar, knuffelbeer, lekker wollig-warm. Dat mijn kindjes soms zingen “papa is een dikzak, papa is een dikzak, enz. keer 30, dat is natuurlijk een soort van grap) ben ik ook nog joods. 

Dat geeft toch niks, hoor ik je denken, dat kan de beste overkomen, je hebt ook mensen die Drents zijn of schizofreen, dus dat valt allemaal reuze mee. Echter, aangezien ik dus een dikke Jood ben (zeg het es hardop! Het klinkt echt lekker!) en mijn vrouw ook nog es (slank! slank! licht!) zijn mijn kinderen, die naar ik stellig vermoed allezes óók van haar zijn, dat ook. En daar komt het zwaar op de hand zijn vandaan. Kinderen worden geconfronteerd met een soms vijandige buitenwereld. Dat overkomt denk ik alle kinderen wel. Ze hebben rood haar, twee vrouwen als ouder, of drie mannen, of een man en een axolotl en een pekingeend, hun vader is plietsie, of dominee, ze fietsen nog met zijwieltjes, stotteren en laten onwillekeurig de hele dag harde windjes die klinken als een trompet waar een kurk in zit.


We weten natuurlijk allemaal wat ik bedoel. Je kind komt thuis, verdrietig, boos of allebei. Er zijn harde dingen gezegd tegen je aapje en de stoom komt uit je oren. Of de tranen uit je ogen. Zeker als het gaat om hun identiteit, om hun zíjn; doet het pijn. En dat rijmt dus het is waar. Hoe zwaar moet je het nemen? Zoals gezegd, alle kinderen worden wel eens gepest, hele erge dikke helaas, maar wanneer is het erg? Als ze tegen je knuppie in groep 5 zeggen: “jij bent stom want alle joodse maken oorlog” (joodse wát? Trambestuurders? Atleten? (haha. Die bestaan niet.) Varkenshouders?)  is dat erger of net zo erg als “jij stinkt want je vader is getrouwd met een axolotl”? Ik probeer er zo licht mogelijk mee om te gaan, maar dat valt soms niet mee. Toch wil je graag meewerken aan een zo onbezorgd mogelijke jeugd. Dus bedek je alles met de mantel der liefde en zeg je dat ze het maar zo snel mogelijk moeten vergeten. Dat was het weer, tot de volgende keer. Nee. Natuurlijk niet. Luister naar ze, ERKEN HUN GEVOEL, probeer het waarom te beantwoorden maar als je dat niet kunt zeg je dat ook eerlijk. Neem ze serieus en begrijp ze. Vervolgens ga je een rondje hardlopen tot je je weer een ons lichter voelt. 

Deze column verscheen in iets gewijzigde vorm in de wintereditie van Kiind 2016.

dinsdag 27 september 2016

Grenzeloos

Zoals jullie weten hebben we een boel kinderen. Allemaal heel verschillend van karakter met heel veel eigenschappen waarvan er een paar in het oog springen. Zo is er een superslimme, een supersociale, een superinvoelende, een superintense, een superbaby en een super speciaal gebakje. Zo noem ik hem wel eens als ik over hem praat. Ons speciale gebakje. Ik heb het dan over ons vierde kind. Onze kabouter. Schroeft alles open. Wil van alles weten hoe het werkt. Is alláng “Avi uit”. Zijn lievelingswoord is waarom. Hij kan grenzeloos vragen stellen. Manneke is inmiddels 9 jaar, ziet er uit als een jongetje van 5 door extreme voedselallergieën die hem beroemd maakten op menig artsenconventie. Hij heeft grote moeite met communicatie en hij heeft op zijn linkerschouderblad een donkerblauwe stempel. Autist staat daar. Baf. We wilden nooit een diagnose, een hokje, een doosje om hem in te stoppen. We wilden dat mensen hem zouden zien zoals hij is. In zijn geheel, niet begrensd door een vertroebeld beeld: hij is gewoon zoals hij is. Kan heel hard woedend schreeuwen. Als er dingen gebeuren die hij niet wil. Als er dingen gebeuren die hij niet snapt. Hij begrijpt niet dat mensen kunnen schrikken van hem. Hij is soms grenzeloos in zijn emoties. Dat doet pijn om te zien. Een bijna onbereikbaar kind dat in paniek raakt van… ja waarvan eigenlijk.. van álles. Een zingende zus, een stofzuiger, een broodzak waar hij niet bij kan, een afspraak die niet nagekomen wordt. Alles wat niet past in zijn kaders, in zijn patroon, dat niet valt binnen zijn verwáchtingen. De grenzen van zijn eigen lichaam ervaart hij nog niet. Hij bakent zijn omgeving af door heel gestructureerd hekjes neer te zetten. Zó hoort het, en zéker niet anders.
Hij speelt niet bij klasgenoten. Kinderfeestjes zijn er niet voor hem. Oók van een eigen feestje kan hij nog niet genieten. Hij kan grenzeloos hard lachen, zo hard en schaterend dat de tranen je over de wangen lopen. Omdat je hem blij ziet. Met zijn moppenboekje waar hij uit voorleest. Ook al snapt hij een mop niet: er wordt om gelachen. Zo aanstekelijk, met zijn ene grote-mensen-voortand. Godzijdank heeft hij ouders met grenzeloos geduld, broers en zussen die hem kénnen en hem ondersteunen. Die het er ook zwaar mee hebben af en toe. En hij heeft een uitzonderlijk talent: het verzamelen van uitzonderlijk bijzondere mensen om zich heen. We houden allemaal grenzeloos veel van hem. Nog nooit heb ik hem als autist benoemd, dat vreselijke hokjeswoord vol stempel en oordeel. Je zou deze column als een heel verdrietige coming out kunnen zien. Want ik wil het helemaal niet. Hij is gewoon zoals hij is, en dat is ook goed.


Column in ingekorte vorm gepubliceerd in de derde editie van Kiind magazine 2016

woensdag 27 juli 2016

Niets

Vandaag is het zomer en heb ik na 15 jaar afzien wel es recht op een dagje niets doen. Uiteraard besproken met het vrouwmens en die gunde me dat wel, een dagje vrij.
Om half zes gaat de telefoon, de dikke baby is wakker en natuurlijk wil ik die wel even ophalen. Ophalen? Ja ja, zucht, ik slaap nog steeds op de bank. Voor mij geen doorwaakte nachten, die gun ik mijn echtgenote, maar daar staat tegenover dat ik dus altijd lekker vroeg mag opstaan. Zodat zij nog even kan snurken tot een uur of 8. Licht korzelig, dit is natuurlijk geen nietserig begin van een dag vol niets, maar omdat ik zo vreselijk barmhartig ben toch maar de dikke baby van zolder geplukt.

Ik hoopte op een luier vol niets, of hooguit een beetje pies, maar - uiteraard - de gier zat tot in zijn poezelige nekje. Daar kwam ik achter toen ik er met mijn hand door gleed. Geeft niets. Komt goed, baby poetsen en dat strontpertje over zijn dikke hoofdje trekken, al 1000 keer gedaan, komt goed.

Niets zit me mee. De fluffy zwarte haartjes van mijn bolly zitten nu vol poepstrepen. Ik kan dat negeren, niets aan de hand, maar neen, verman u zelf, o vader van een menigte, baby in bad, schone romper aan, en nu wachten op het grote niets waar ik recht op heb en wat me is beloofd en wat ik nooit heb. Gnnn! En jaja lieve vrouwmensen, ik weet het nu wel, hij kan ook via de beentjes uit, die romper. Zucht.

Er druppelen wat van mijn nabestaanden de trap af. O ik moet een appeltje snijden voor een dochter. Tuurlijk popje. Ik had toch niets te doen. En wat zie je er mooi uit met die zonnetjes op je wangen. Is dat nagellak? Leuk hoor. Kuch. Ik pak straks wel de verfafbijt uit de schuur. Ga nou niet huilen! Ik vind het mooi! Heus! Knap gedaan! Niets erg! Argh. Ik bedoel natuurlijk: Ik zie dat je er blij mee bent! En eh… bijzondere kleuren? Ik dreun geweldloos mijn hoofd een paar keer op de ontbijttafel en ga haar appeltje snijden met de baby op schoot, die heeft toch al zijn vingertjes nog.

Eén van de zoontjes gaat koffie voor me zetten, kijk, die voelt mijn hunkering naar niets goed aan. Nu heb ik een D.E. koffiemaler uit de jaren 50, nog van mijn oma geweest. Je maalt met de hand en dan valt de koffie pardoes in een glazen bakje, alsof het niets is! Het kind maalt als een bezetene want als ik kom kijken ligt de hele keuken vol koffie (gemalen!) en glasscherven van het 60 jaar oude glazen bakje.
Zoonlief staat er middenin te stralen als een kernreactor na een aardbeving en mijn tranen worden alras geabsorbeerd door het koffietapijt.

En dat was dan pas de ochtend.
Fijne zomer allemaal, hopelijk goed gevuld. Misschien wel met niets!


In ingekorte vorm gepubliceerd in de tweede editie van Kiind magazine 2016.

zondag 14 februari 2016

De bank

De bank is maar anderhalve meter lang en ik slaap er al sinds juli op. Er staat een krukje naast met mijn benen erop zodat ik er min of meer op pas - ik lig in een bocht anders val ik er af. Gelukkig is het leven zo zwaar dat ik toch al krom ben.

Om half zes gaat de wekker. Of ja, de wekker… de telefoon gaat en een montere vrouwenstem, die me vaag bekend voorkomt, meldt dat ene David wakker is en of ik hem wil komen halen. Ik strompel de trap op naar wat ooit ook mijn slaapkamer was en tref daar een vrouwmens, dat me vaag bekend voorkomt, benevens een olijk kereltje dat me intens wakker tegemoet lacht. Nu strompel ik de trap weer af met een klein schoppend ventje dat helaas erg op me lijkt en dat ik liever niet plet, dus ik strompel voorzichtig. Beneden aangekomen koester ik de hoop dat de kleine knoetentrol in de box wil, maar neen, het biggetje wil vermaakt worden en wel door mij.

De dag is begonnen.
Normale mannen zitten om zeven uur gestropdast aan den ontbijtdis, terwijl hun slechts in een schortje geklede echtgenote gebakken eieren en een versgestreken ochtendcourant serveert. Ik niet. Ik moet met traangas en een stroomstok twee pubers uit hun bed jagen, terwijl een stuiterende achtjarige me vraagt waarom een analoge telefoon vier draden heeft pap namelijk rood blauw geel groen en een moderne aansluiting alleen maar rood en blauw. Terwijl hij me dit vraagt kotst een zesjarige over mijn sandalen, gelukkig heb ik sokken aan, en huilt een elfjarige dat hij vannacht zijn loszittende kies heeft ingeslikt. Had ik al verteld dat ik ondertussen ook nog een baby bij me draag?

De pubers.
Ondertussen slaapt mijn vrouw eindelijk in – ze heeft de hele nacht met de baby, die slapen haat, liedjes zitten zingen – en ik probeer nogmaals de pubers uit bed te krijgen, wat niet meevalt want ze willen helemaal niet uit bed. Ik probeer ze te lokken. Ik heb zelf brood gebakken maar er zijn ook nog zes plakjes witbrood voor wie er op tijd bij is. Werkt niet. Dan maar heel geweldloos communiceren dat als ze NU niet komen dat ze dan de HELE ontbijtboel – onvoorwaardelijk - ZELF moeten opruimen.

Het kotsende kind.
Ik vergeet behalve te douchen en twee dezélfde sokken met gaten op dezélfde plek aan te trekken helemaal het arme zielige kotsende kind. Eerst moeten de knorretjes van acht en elf naar school, die overleven vast wel een keertje de tocht door Almere zonder mij. Zodra ze de deur uit zijn en ik me er van vergewis dat de pubers niet naar de gevondenvoorwerpenmand in de kleedkamer van de gymzaal ruiken, ga ik op de bedrand zitten van mijn lieve meisje met de rode koontjes. Ik heb het zo warm papa. Ja aapje, je bent ziek. Blijf maar lekker thuis snoetje. Ik ben d’r voor je.



Deze column verscheen in de eerste editie van het magazine Kiind, 2016.

dinsdag 8 september 2015

De Ontmoeting

Zoals jullie weten ben ik een bescheiden persoon die zich het liefst op de achtergrond ophoudt. Mensen merken vaak niet eens dat ik er ben en nieuwsgierigheid of achterdocht is mij vreemd. Ik ben zeg maar een soort varen in een lelijke pot.

Toen ik dan ook afgelopen nacht oranje knipperlichten waarnam vanachter de gordijnen wist ik niet hoe snel ik me in mijn badjas moest hijsen om te veinzen dat er absoluut een vuilnisbak in de keuken (we hebben er vier, Almere doet aan extremistische vormen van afvalscheiding) geleegd moest worden in één van onze kliko´s (we hebben er vier, Almere enz.) in het voortuintje.
Ik dus semi-nonchalant met ogen op steeltjes zachtjes neuriënd naar buiten met de voor een kwart gevulde vuilniszak, om daar heel verrast de auto met kennelijke pech op te merken.

Er stonden drie mannen bij met een donker uiterlijk. Ze bleven als betrapt staan en staakten hun bezigheden, wat die ook mochten inhouden. Ik dacht onwillekeurig aan de sticker die ik onlangs op de lantaarnpaal voor ons huis had aangetroffen, die voorbijgangers er op wees dat er in ons huis Israelieten woonden, om het zo maar even uit de drukken. Eén van de mannen maakte zich los van zijn auto en kwam met ferme stappen op me af.

Dus. Auto met knipperlichten aan. Drie mannen met Noord-Afrikaans uiterlijk. Lantaarnpaal met merkteken. Man komt op me af. Met ferme stappen. Midden in de nacht.

De man die op me af kwam gaf me een hand en stelde zich voor. Reza nog wat. Verstond er natuurlijk geen klap van. Hij vertelde me dat ze het kerkgebouwtje naast ons mochten lenen van de International Church omdat ze multimediale producten maakten voor kinderen in Iran en ik geloof ook Tadzjikistan.
Hij vertelde dat ze alle drie uit Iran kwamen en nooit meer terug konden omdat daar de regels van de Islam golden.

Ik vertelde over mijn zoro-astrische (zoek maar op mocht je een versie van Google bezitten) postbode met zijn mooie gouden hanger en hoe bijzonder ik die oude Godsdienst vond. Hij beaamde dat ook de aanhangers van dit “geloof” het niet makkelijk hadden onder de sharia. De andere twee mannen lachten naar me en staken hun hand op.

Later bedacht ik me dat hij waarschijnlijk gewoon anticipeerde op wat zijn ervaring is. Mannen die eruit zien als hij worden misschien wel steevast met wantrouwen bejegend. In het donker wellicht helemaal. Dan kun je beter de buitenwereld met open blik en uitgestoken hand tegemoet treden.

Weer een mooie doordenker voor Jom Kippoer, even een ijkpunt. Hoe bejegen ik de ander, ongeacht kleur en omstandigheid?

Een goed jaar voor ons allemaal, met broederschap en harmonie! Sjana tova 5776.




Geschreven voor de Joodse Omroep 2015. http://www.joodseomroep.nl/de-ontmoeting/

maandag 7 september 2015

Jom Kippoer 5775

Het is zaterdag 5 september 2015. Havdala is achter de rug en de nieuwe week ligt weer op de loer.

Vanochtend was ik in sjoel met mijn echtgenote en 4 van onze kinderen. Bat Mitswa van een vriendinnetje van onze oudste dochter. Zelf heb ik er weinig van meegekregen, behalve dan de ontzettend lekkere broodjes zalm na afloop, aangezien er de maandelijks peutergroep was en ik daar met de één na jongste heen was. We hebben Rosj Hasjana-kaarten gemaakt!

Toen de peutergroep was afgelopen gingen we nog even terug de dienst in. Keuvelend liepen we later richting de Makadiazaal waar de Bat Mitswa kiddoesj ging maken. Ik praatte met een lieve dame, ze oogt jonger dan ze is en ze draagt een kek rood hoedje. “Je hoedje doet me ergens aan denken.” Zeg ik. “O ja?” vraagt de lieve dame. Mijn vrouw probeert nog, die kent me: “Niet doen!” Maar ik flap er al uit: “conducteur”. Dat was dom! Ik kan niet aangeven of ze het erg vond, hóe erg ze het vond want ik heb er daarna niet meer gesproken.
Mijn vrouw voegde me uiteraard van alles toe, onder andere dat ze me nog waarschuwde, maar het kwaad was al geschied.

Dit soort dingen overkomen mij wel vaker. Of, overkomen, ik doe het natuurlijk helemaal zelf, en dat is niet best. Soms zelfs bewust omdat ik gewoon benieuwd ben naar iemands reactie. Waarschijnlijk heb ik op deze manier al verschillende mensen pijn gedaan of van me verwijderd. Soms gaan grappen te ver, je hoeft niet elke opmerking te maken die in je komt boven borrelen.

Dit is uiteraard een mooie brug naar Jom Kippoer, over ruim twee weken is het weer zo ver! Een zware dag elk jaar, we vasten, we brengen de hele dag door in sjoel als we de zitplaatsen willen of kunnen betalen (blijft een apart gebruik) en we staan vooral stil bij wat er het afgelopen jaar in ons persoonlijke joodse jaar goed en fout ging. Voor mij is het goed om stil te staan bij mijn grote mond, het grappig willen zijn ten koste van een ander. Eigenlijk word je geacht om vóór de dag zelf iedereen die je hebt benadeeld excuses aan te bieden, het goed mee te maken. Maar dat is me toch een brug te ver.

Mag het ook zo? Sorry lieve mensen! Ik zal ook komend jaar 5776 wederom en alweer mijn best doen!
In elk geval een welgemeend goed jaar gewenst voor iedereen die dit leest, moge het een vredig en harmonieus jaar worden, maar dat zal wel niet lukken vrees ik.

Sjana tova!


geschreven voor Christenen voor Israel 2015

zondag 7 juni 2015

Kijkend uit het raam...

Ik zit voor het raam in sjoel. Of erachter. De kindjes hebben les.

ISIS schreef de afgelopen week over hun dankbaarheid jegens Allah voor de ruggengraatloze westerse landen waar ze heen kunnen gaan om uit te rusten en te herstellen van de strijd. Met name Zweden werd uitvoerig bejubeld. Ook werd de hoop uitgesproken om met de hulp van Allah het genoemde land volledig te vernietigen.

Terwijl ik hier in sjoel door het kogelwerende glas kijk zie ik een marechaussee zijn ronde lopen, hij spreekt een jonge man aan die op een bankje zit dat uitzicht heeft op de sjoel, ik zie dat de soldaat zijn ID checkt, iets noteert, en weer doorloopt. De man blijft schijnbaar ontspannen op het bankje hangen.

Zijn we echt zo ruggengraatloos? De joodse instellingen worden beveiligd van staatswege, er wordt toch actie ondernomen zou je zeggen. Waarom blijft het onbehaaglijke gevoel?
Ik heb wel eens verteld dat ik vlak bij een moskee woon. De moskee van waaruit mensen naar Syrië zijn vertrokken om te gaan slachten voor ISIS. Eén van de mannen is gefotografeerd voor een hek waarop een aantal hoofden was gespietst. Hij blikt serieus de camera in en wijst met een vinger omhoog. De week ervoor liep hij nog door mijn straat met een tas van de Jumbo. Wellicht.
Elke vrijdag trekt er een grote stroom mannen naar die moskee. Sommigen dragen jurken, om het zo maar even te noemen, velen hebben baarden. Ze kijken vaak serieus en strak en lopen gehaast. De weinige vrouwen zijn volledig bedekt.

Inmiddels staan er twéé marechaussees bij de jongeman. Ze zijn teruggekomen en hij moet nu de inhoud van zijn  tas laten zien. Petje gaat af, zakken moeten leeg. Hij gaat nu overduidelijk met ze in discussie. Ook de kontzak gaat binnenstebuiten, hij overhandigt allerlei papieren. Hij praat geagiteerd, met hoofdbewegingen, toch blijft hij zitten. Hij is van Afrikaanse herkomst. De marechaussees lopen weer verder. Zou de man begrijpen waarom hij dit moet ondergaan? Zou hij boos zijn? En op wie dan?

Zou je de klederdracht van de moskeegangers kunnen duiden? Ze zijn overduidelijk conservatief gekleed. Dus zullen ze wel de koran als de grote waarheid beschouwen, als hun leidraad voor het leven. Dus zullen ze homoseksualiteit wel veroordelen. Dus zullen ze het bestaansrecht van Israël wel ontkennen. Zo kan ik nog meer Dussen invullen.  In onze huidige samenleving beoordelen we mensen per individu. Of iemand een boerka draagt doet niet ter zake. Dat zegt niets over iemands gevoelens, denkbeelden, meningen - vinden we. Vroeger was het makkelijker. Iemand in een NSB of SA-uniform was fout, klaar. Dit soort eenvoudige conclusies mag je nu niet meer trekken. Terwijl we het stiekem wel doen.


Het is ingewikkeld. Waar gaan we naartoe?

Ik zit aan de tafel rechts in de hoek.

Geschreven in opdracht van de Joodse Omroep http://www.joodseomroep.nl/kijkend-uit-het-raam/