dinsdag 8 september 2015

De Ontmoeting

Zoals jullie weten ben ik een bescheiden persoon die zich het liefst op de achtergrond ophoudt. Mensen merken vaak niet eens dat ik er ben en nieuwsgierigheid of achterdocht is mij vreemd. Ik ben zeg maar een soort varen in een lelijke pot.

Toen ik dan ook afgelopen nacht oranje knipperlichten waarnam vanachter de gordijnen wist ik niet hoe snel ik me in mijn badjas moest hijsen om te veinzen dat er absoluut een vuilnisbak in de keuken (we hebben er vier, Almere doet aan extremistische vormen van afvalscheiding) geleegd moest worden in één van onze kliko´s (we hebben er vier, Almere enz.) in het voortuintje.
Ik dus semi-nonchalant met ogen op steeltjes zachtjes neuriënd naar buiten met de voor een kwart gevulde vuilniszak, om daar heel verrast de auto met kennelijke pech op te merken.

Er stonden drie mannen bij met een donker uiterlijk. Ze bleven als betrapt staan en staakten hun bezigheden, wat die ook mochten inhouden. Ik dacht onwillekeurig aan de sticker die ik onlangs op de lantaarnpaal voor ons huis had aangetroffen, die voorbijgangers er op wees dat er in ons huis Israelieten woonden, om het zo maar even uit de drukken. Eén van de mannen maakte zich los van zijn auto en kwam met ferme stappen op me af.

Dus. Auto met knipperlichten aan. Drie mannen met Noord-Afrikaans uiterlijk. Lantaarnpaal met merkteken. Man komt op me af. Met ferme stappen. Midden in de nacht.

De man die op me af kwam gaf me een hand en stelde zich voor. Reza nog wat. Verstond er natuurlijk geen klap van. Hij vertelde me dat ze het kerkgebouwtje naast ons mochten lenen van de International Church omdat ze multimediale producten maakten voor kinderen in Iran en ik geloof ook Tadzjikistan.
Hij vertelde dat ze alle drie uit Iran kwamen en nooit meer terug konden omdat daar de regels van de Islam golden.

Ik vertelde over mijn zoro-astrische (zoek maar op mocht je een versie van Google bezitten) postbode met zijn mooie gouden hanger en hoe bijzonder ik die oude Godsdienst vond. Hij beaamde dat ook de aanhangers van dit “geloof” het niet makkelijk hadden onder de sharia. De andere twee mannen lachten naar me en staken hun hand op.

Later bedacht ik me dat hij waarschijnlijk gewoon anticipeerde op wat zijn ervaring is. Mannen die eruit zien als hij worden misschien wel steevast met wantrouwen bejegend. In het donker wellicht helemaal. Dan kun je beter de buitenwereld met open blik en uitgestoken hand tegemoet treden.

Weer een mooie doordenker voor Jom Kippoer, even een ijkpunt. Hoe bejegen ik de ander, ongeacht kleur en omstandigheid?

Een goed jaar voor ons allemaal, met broederschap en harmonie! Sjana tova 5776.




Geschreven voor de Joodse Omroep 2015. http://www.joodseomroep.nl/de-ontmoeting/

maandag 7 september 2015

Jom Kippoer 5775

Het is zaterdag 5 september 2015. Havdala is achter de rug en de nieuwe week ligt weer op de loer.

Vanochtend was ik in sjoel met mijn echtgenote en 4 van onze kinderen. Bat Mitswa van een vriendinnetje van onze oudste dochter. Zelf heb ik er weinig van meegekregen, behalve dan de ontzettend lekkere broodjes zalm na afloop, aangezien er de maandelijks peutergroep was en ik daar met de één na jongste heen was. We hebben Rosj Hasjana-kaarten gemaakt!

Toen de peutergroep was afgelopen gingen we nog even terug de dienst in. Keuvelend liepen we later richting de Makadiazaal waar de Bat Mitswa kiddoesj ging maken. Ik praatte met een lieve dame, ze oogt jonger dan ze is en ze draagt een kek rood hoedje. “Je hoedje doet me ergens aan denken.” Zeg ik. “O ja?” vraagt de lieve dame. Mijn vrouw probeert nog, die kent me: “Niet doen!” Maar ik flap er al uit: “conducteur”. Dat was dom! Ik kan niet aangeven of ze het erg vond, hóe erg ze het vond want ik heb er daarna niet meer gesproken.
Mijn vrouw voegde me uiteraard van alles toe, onder andere dat ze me nog waarschuwde, maar het kwaad was al geschied.

Dit soort dingen overkomen mij wel vaker. Of, overkomen, ik doe het natuurlijk helemaal zelf, en dat is niet best. Soms zelfs bewust omdat ik gewoon benieuwd ben naar iemands reactie. Waarschijnlijk heb ik op deze manier al verschillende mensen pijn gedaan of van me verwijderd. Soms gaan grappen te ver, je hoeft niet elke opmerking te maken die in je komt boven borrelen.

Dit is uiteraard een mooie brug naar Jom Kippoer, over ruim twee weken is het weer zo ver! Een zware dag elk jaar, we vasten, we brengen de hele dag door in sjoel als we de zitplaatsen willen of kunnen betalen (blijft een apart gebruik) en we staan vooral stil bij wat er het afgelopen jaar in ons persoonlijke joodse jaar goed en fout ging. Voor mij is het goed om stil te staan bij mijn grote mond, het grappig willen zijn ten koste van een ander. Eigenlijk word je geacht om vóór de dag zelf iedereen die je hebt benadeeld excuses aan te bieden, het goed mee te maken. Maar dat is me toch een brug te ver.

Mag het ook zo? Sorry lieve mensen! Ik zal ook komend jaar 5776 wederom en alweer mijn best doen!
In elk geval een welgemeend goed jaar gewenst voor iedereen die dit leest, moge het een vredig en harmonieus jaar worden, maar dat zal wel niet lukken vrees ik.

Sjana tova!


geschreven voor Christenen voor Israel 2015

zondag 7 juni 2015

Kijkend uit het raam...

Ik zit voor het raam in sjoel. Of erachter. De kindjes hebben les.

ISIS schreef de afgelopen week over hun dankbaarheid jegens Allah voor de ruggengraatloze westerse landen waar ze heen kunnen gaan om uit te rusten en te herstellen van de strijd. Met name Zweden werd uitvoerig bejubeld. Ook werd de hoop uitgesproken om met de hulp van Allah het genoemde land volledig te vernietigen.

Terwijl ik hier in sjoel door het kogelwerende glas kijk zie ik een marechaussee zijn ronde lopen, hij spreekt een jonge man aan die op een bankje zit dat uitzicht heeft op de sjoel, ik zie dat de soldaat zijn ID checkt, iets noteert, en weer doorloopt. De man blijft schijnbaar ontspannen op het bankje hangen.

Zijn we echt zo ruggengraatloos? De joodse instellingen worden beveiligd van staatswege, er wordt toch actie ondernomen zou je zeggen. Waarom blijft het onbehaaglijke gevoel?
Ik heb wel eens verteld dat ik vlak bij een moskee woon. De moskee van waaruit mensen naar Syrië zijn vertrokken om te gaan slachten voor ISIS. Eén van de mannen is gefotografeerd voor een hek waarop een aantal hoofden was gespietst. Hij blikt serieus de camera in en wijst met een vinger omhoog. De week ervoor liep hij nog door mijn straat met een tas van de Jumbo. Wellicht.
Elke vrijdag trekt er een grote stroom mannen naar die moskee. Sommigen dragen jurken, om het zo maar even te noemen, velen hebben baarden. Ze kijken vaak serieus en strak en lopen gehaast. De weinige vrouwen zijn volledig bedekt.

Inmiddels staan er twéé marechaussees bij de jongeman. Ze zijn teruggekomen en hij moet nu de inhoud van zijn  tas laten zien. Petje gaat af, zakken moeten leeg. Hij gaat nu overduidelijk met ze in discussie. Ook de kontzak gaat binnenstebuiten, hij overhandigt allerlei papieren. Hij praat geagiteerd, met hoofdbewegingen, toch blijft hij zitten. Hij is van Afrikaanse herkomst. De marechaussees lopen weer verder. Zou de man begrijpen waarom hij dit moet ondergaan? Zou hij boos zijn? En op wie dan?

Zou je de klederdracht van de moskeegangers kunnen duiden? Ze zijn overduidelijk conservatief gekleed. Dus zullen ze wel de koran als de grote waarheid beschouwen, als hun leidraad voor het leven. Dus zullen ze homoseksualiteit wel veroordelen. Dus zullen ze het bestaansrecht van Israël wel ontkennen. Zo kan ik nog meer Dussen invullen.  In onze huidige samenleving beoordelen we mensen per individu. Of iemand een boerka draagt doet niet ter zake. Dat zegt niets over iemands gevoelens, denkbeelden, meningen - vinden we. Vroeger was het makkelijker. Iemand in een NSB of SA-uniform was fout, klaar. Dit soort eenvoudige conclusies mag je nu niet meer trekken. Terwijl we het stiekem wel doen.


Het is ingewikkeld. Waar gaan we naartoe?

Ik zit aan de tafel rechts in de hoek.

Geschreven in opdracht van de Joodse Omroep http://www.joodseomroep.nl/kijkend-uit-het-raam/