maandag 7 september 2015

Jom Kippoer 5775

Het is zaterdag 5 september 2015. Havdala is achter de rug en de nieuwe week ligt weer op de loer.

Vanochtend was ik in sjoel met mijn echtgenote en 4 van onze kinderen. Bat Mitswa van een vriendinnetje van onze oudste dochter. Zelf heb ik er weinig van meegekregen, behalve dan de ontzettend lekkere broodjes zalm na afloop, aangezien er de maandelijks peutergroep was en ik daar met de één na jongste heen was. We hebben Rosj Hasjana-kaarten gemaakt!

Toen de peutergroep was afgelopen gingen we nog even terug de dienst in. Keuvelend liepen we later richting de Makadiazaal waar de Bat Mitswa kiddoesj ging maken. Ik praatte met een lieve dame, ze oogt jonger dan ze is en ze draagt een kek rood hoedje. “Je hoedje doet me ergens aan denken.” Zeg ik. “O ja?” vraagt de lieve dame. Mijn vrouw probeert nog, die kent me: “Niet doen!” Maar ik flap er al uit: “conducteur”. Dat was dom! Ik kan niet aangeven of ze het erg vond, hóe erg ze het vond want ik heb er daarna niet meer gesproken.
Mijn vrouw voegde me uiteraard van alles toe, onder andere dat ze me nog waarschuwde, maar het kwaad was al geschied.

Dit soort dingen overkomen mij wel vaker. Of, overkomen, ik doe het natuurlijk helemaal zelf, en dat is niet best. Soms zelfs bewust omdat ik gewoon benieuwd ben naar iemands reactie. Waarschijnlijk heb ik op deze manier al verschillende mensen pijn gedaan of van me verwijderd. Soms gaan grappen te ver, je hoeft niet elke opmerking te maken die in je komt boven borrelen.

Dit is uiteraard een mooie brug naar Jom Kippoer, over ruim twee weken is het weer zo ver! Een zware dag elk jaar, we vasten, we brengen de hele dag door in sjoel als we de zitplaatsen willen of kunnen betalen (blijft een apart gebruik) en we staan vooral stil bij wat er het afgelopen jaar in ons persoonlijke joodse jaar goed en fout ging. Voor mij is het goed om stil te staan bij mijn grote mond, het grappig willen zijn ten koste van een ander. Eigenlijk word je geacht om vóór de dag zelf iedereen die je hebt benadeeld excuses aan te bieden, het goed mee te maken. Maar dat is me toch een brug te ver.

Mag het ook zo? Sorry lieve mensen! Ik zal ook komend jaar 5776 wederom en alweer mijn best doen!
In elk geval een welgemeend goed jaar gewenst voor iedereen die dit leest, moge het een vredig en harmonieus jaar worden, maar dat zal wel niet lukken vrees ik.

Sjana tova!


geschreven voor Christenen voor Israel 2015

zondag 7 juni 2015

Kijkend uit het raam...

Ik zit voor het raam in sjoel. Of erachter. De kindjes hebben les.

ISIS schreef de afgelopen week over hun dankbaarheid jegens Allah voor de ruggengraatloze westerse landen waar ze heen kunnen gaan om uit te rusten en te herstellen van de strijd. Met name Zweden werd uitvoerig bejubeld. Ook werd de hoop uitgesproken om met de hulp van Allah het genoemde land volledig te vernietigen.

Terwijl ik hier in sjoel door het kogelwerende glas kijk zie ik een marechaussee zijn ronde lopen, hij spreekt een jonge man aan die op een bankje zit dat uitzicht heeft op de sjoel, ik zie dat de soldaat zijn ID checkt, iets noteert, en weer doorloopt. De man blijft schijnbaar ontspannen op het bankje hangen.

Zijn we echt zo ruggengraatloos? De joodse instellingen worden beveiligd van staatswege, er wordt toch actie ondernomen zou je zeggen. Waarom blijft het onbehaaglijke gevoel?
Ik heb wel eens verteld dat ik vlak bij een moskee woon. De moskee van waaruit mensen naar Syrië zijn vertrokken om te gaan slachten voor ISIS. Eén van de mannen is gefotografeerd voor een hek waarop een aantal hoofden was gespietst. Hij blikt serieus de camera in en wijst met een vinger omhoog. De week ervoor liep hij nog door mijn straat met een tas van de Jumbo. Wellicht.
Elke vrijdag trekt er een grote stroom mannen naar die moskee. Sommigen dragen jurken, om het zo maar even te noemen, velen hebben baarden. Ze kijken vaak serieus en strak en lopen gehaast. De weinige vrouwen zijn volledig bedekt.

Inmiddels staan er twéé marechaussees bij de jongeman. Ze zijn teruggekomen en hij moet nu de inhoud van zijn  tas laten zien. Petje gaat af, zakken moeten leeg. Hij gaat nu overduidelijk met ze in discussie. Ook de kontzak gaat binnenstebuiten, hij overhandigt allerlei papieren. Hij praat geagiteerd, met hoofdbewegingen, toch blijft hij zitten. Hij is van Afrikaanse herkomst. De marechaussees lopen weer verder. Zou de man begrijpen waarom hij dit moet ondergaan? Zou hij boos zijn? En op wie dan?

Zou je de klederdracht van de moskeegangers kunnen duiden? Ze zijn overduidelijk conservatief gekleed. Dus zullen ze wel de koran als de grote waarheid beschouwen, als hun leidraad voor het leven. Dus zullen ze homoseksualiteit wel veroordelen. Dus zullen ze het bestaansrecht van Israël wel ontkennen. Zo kan ik nog meer Dussen invullen.  In onze huidige samenleving beoordelen we mensen per individu. Of iemand een boerka draagt doet niet ter zake. Dat zegt niets over iemands gevoelens, denkbeelden, meningen - vinden we. Vroeger was het makkelijker. Iemand in een NSB of SA-uniform was fout, klaar. Dit soort eenvoudige conclusies mag je nu niet meer trekken. Terwijl we het stiekem wel doen.


Het is ingewikkeld. Waar gaan we naartoe?

Ik zit aan de tafel rechts in de hoek.

Geschreven in opdracht van de Joodse Omroep http://www.joodseomroep.nl/kijkend-uit-het-raam/

zondag 1 maart 2015

Ik vind twee al zo druk

Enfin, het is dus zover. Mijn vrouw is in verwachting! Geen groot nieuws natuurlijk voor wie ons een beetje heeft gevolgd. Mijn vrouw is eigenlijk altijd wel in verwachting. Dit keer voor de verandering van ons zesde kindje. Gek misschien maar we zijn er erg blij mee! Ook nu kijken we uit naar de komst van de ongetwijfeld bijzondere baby. Mijn gok is dat het een minister-presidentje wordt, of misschien een meester-metselaar, dat mag ook. En als het een meisje is een hooglerares of staatssecretaresse. Of een kantkloskampioene. De reacties lopen niet echt uiteen dit keer. Bij kind vijf werd ik al aangekeken alsof ik niet goed snik was, nu is natuurlijk helemaal het hek van de dam. Wat sinds kind vier standaard is: “Ik vind twee al zo druk.” Vaak gebezigde uitdrukking. Waarom weet ik niet, maar ik word bozig van die uitdrukking. Er klinkt spijt in door van de aanschaf. Het noemen van het getal 2 komt – op deze negatieve manier uitgesproken – onpersoonlijk over. Het wordt er uitgeflapt, soms ook voorafgegaan door de naam van de ooit gekruisigde joodse meneer uit Nazareth. Is dit de manier om naar je kinderen te kijken? Als een druk, een last op je schouders? Mijn standaard antwoord is misschien ook stom. Ik zou moeten zeggen: “Goh. Wat jammer dat je niet tevreden bent over je nabestaanden. Als ‘druk’ het eerste is wat in je opkomt heb je er kennelijk  weinig lol an.” Gelukkig kent u mij als uiterst diplomatiek en invoelend, dus ik zeg dan ook dat hoevéél kinderen je ook hebt, 1 of 10, dat je er toch wel áltijd mee bezig bent. Gevolgd door een glimlach en als ik het kon een knipoog. Maar ik kan niet knipogen, dat ziet er dan uit alsof ik met één oog een boterkoek doormidden probeer te knippen.
Laat ik bij mezelf blijven en mijn oordelen achterwege laten. *Zichzelf even slaat.* Het verwachten van een zesde kindje is een bijzondere gewaarwording. Inmiddels is mijn kippie al lekker dik en hormonaal - het is wel geland zeg maar. Ook heb ik de kleine hemmie of harie al pittig voelen schoppen. Namen hebben we al voor de helft, dus ik hoop maar dat het een jongetje wordt. Meisje zou nu nog Nahmlosientje moeten heten en dat is niet wat. Mij leek Ludmila wel leuk, of Kateřina maar nee hoor, dat werd niet bejaht.

Er moet in ons hamsterkooitje (om het voor de hand liggende ‘konijnenhok’ maar even te vermijden.) nog plek gecreëerd worden voor het zesde Brammetje en dat is gelukkig echt iets voor mij. Zo kon ik bijv. mijn boor niet vinden. Best mal. Zit in een grote koffer met zijn 650 wattjes. Gewoonweg weg gewoon. Nooit meer teruggevonden. Ongelogen de vierde boor in elf jaar die de kuierlatten neemt. Gereedschap ligt bij mij in twee gereedschapskoffers, in de kofferbak van mijn Schorsch, in een la, in de voorraadkast, onder mijn bed, en laatst vond ik een sleutel nummer 10 (best essentieel zeg maar) in een sandaal naast de wasmachine. De andere sandaal ben ik nog steeds kwijt. Toch komt het altijd goed. Je haalt gewoon de schroevendraaier uit je handpalm, plakt een pleister en gaat doorrrrr. Van uitstelgedrag heb ik dan ook helemaal geen last. Pffff. Ik ga maar eens aan de slag. Wordt vervolgd.

zondag 15 februari 2015

De Herhaling

Het is weer zondagochtend en zoals altijd zijn de kindjes naar joodse les. De jongste met plezier, de op één-na-jongste na zachte overreding en veel geduld  “joodse les is stom!” de middelste houdt een spreekbeurt over koning Shlomo (Salomo), de één-na-oudste is hulpjuffie en de oudste helpt mee in het magazijn, met kopiëren en vooral met computerproblemen van de leerkrachten. We vertrokken zoals wel vaker weer wat te laat, reden desalniettemin vrolijk, nou ja, één huilend kind had zich bezeerd aan de gordel, over de verlaten A1 richting sjoel Amsterdam. Ik had me voorgenomen nu eens wat anders te gaan schrijven, iets luchtigs, iets vrolijks, iets over de sneeuwklokjes of mijn Trabant genaamd Schorsch. Dat lukt nu even niet. Ik kan evengoed elke week hetzelfde stukje schrijven lijkt het wel. Gisteren was niet alleen een aanslag gepleegd op de Deense cartoonist Lars Vilks (het NOS-journaal noemde hem omstreden en controversieel, ergo: eigen schuld, dikke bult) maar ook op een sjoel in Kopenhagen. Er was net een Bar Mitswa geweest en een vrijwillige bewaker is doodgeschoten. Ook het bewaken van een synagoge zal straks op het NOS-Journaal wel omstreden, controversieel of provocerend worden genoemd. 

Mijn oudste twee werden eind vorig jaar óók bar en bat mitswa. Ook zij hadden vrijwillige beveiligers die over hun en ons aller veiligheid waakten. Het had ook toen, ook hier kunnen gebeuren. Eigenlijk denk ik dat het ook hier, ook nu, zál gebeuren. Misschien vallen er gewonden, misschien komt er iemand om, misschien gaat alles goed. Nog een tijdje. Misschien wat langer, misschien wat korter. De wereld hangt kennelijk aan elkaar momenteel van misschien. De gemeente Amsterdam laat tot aan de zomer de extreme veiligheidsmaatregelen intact. Misschien is daarna een “goed” moment. Wat mij opvalt (wederom, en ik val in herhaling, als je het zat bent, steek gerust je hoofd terug in het zand) is het Grote Zwijgen van de boven ons gestelden. We hebben een groot probleem in het voormalige Vrije Westen. Ik citeer even uit een artikel in het Belgische “De Morgen” van 11 februari j.l.: "Ruim de helft van de Belgische moslims is fundamentalistisch en wantrouwt joden en homo's. Dat blijkt uit een studie van het Berlijnse Centrum voor Sociale Wetenschap (WZB) bij 9.000 moslims en christenen in België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zweden en Oostenrijk."

Er is een grote groep mensen die onze samenleving veracht. Die groep woont in ons midden. Wat kunnen we doen? Wat kunnen we doen aan het monsterverbond tussen deze groep en veel progressieve Nederlanders, die alles afdoen als “hetze”? Ik begrijp ook niks van dit verbond, niemand kan het me uitleggen. In mijn jonge jaren was ik lid van de PSP. Iedereen heeft zo z’n jeugdzondes. De PSP stond voor vrouwenrechten, homobelangen, pacifisme. Een anti-religieuze houding kon ze zeker niet ontzegd worden. Ik herinner me spotprenten over kerken n.a.v. de Apartheid in Zuid-Afrika in het blad Rampspoed, van de PSP-jongeren. Nu lopen sommige voormalige PSP-ers zij aan zij te demonstreren met Hamas-aanhangers, homohaters en tegenstanders van de Vrijheid van Meningsuiting. Dit schrijft “de linkste site van Nederland” na de aanslag op Charlie Hebdo: “De moordenaars proberen met hun daad angst en verdeeldheid te zaaien. Als dat ze lukt draait de aanslag uit op een dubbele tragedie, niet alleen voor de medewerkers van Charlie Hebdo en hun nabestaanden, maar ook voor de moslims in Europa die zullen lijden onder de verdere aanwakkering van islamofobie.” Ik denk niet dat “de moslims in Europa” de slachtoffers zijn. Ik denk dat we dat straks allemaal zijn.

Gisteren heb ik met de jongste sneeuwklokjes gezien. Het waren hele erge mooie bloemetjes.

zondag 1 februari 2015

De zondagochtend

We zijn weer eens in Amsterdam op de zondagochtend. Nou ja, weer eens, al tien jaar komen we hier vanwege joodse les voor de kindjes, al sinds de oudste vier werd dus. Gezien ons voortplantingsgedrag verwacht ik hier nog wel een jaar of 13 te komen. En dat is geen grap.
Omdat mijn twee oudste roomboterbabbelaars, bar en bat mitswa geworden in december, onderwijsassistenten zijn en graag op tijd komen zijn we hier altijd al eersten. En dat is heul vroeg op de zondagochtend. We rijden dan met z´n zeventjes vanuit Almere City over de A6 tussen de kerkgangers naar Amsterdam en ik zie ze wel eens hoopvol kijken: Potjandoppie die hebben veel kinderen! Dat zijn vast ook gereformeerden net zoals wij! Helaas, helaas, helaas, dichterbij gekomen zien ze al dadelijk hoe rommelig we tonen, dat we dus waarschijnlijk zigeuners zijn en niet ter kerke tijgen. Enfin, gevoelsmatig rond middernacht staan we dan al voor de deur en worden we niet binnen gelaten omdat er  uiteraard nog niemand is behalve dan de permanent bemande semipermanente politiepost. Daar zijn we blij mee maar de deur openmaken doen ze niet. Zei ik trouwens “voor de deur”? Haha, dat is natuurlijk iets van vroeger hè. Toen stonden we voor de deur. Nu staan voor het hek. Of nou ja, tot vorige week dan. Nu staan we voor de ROADBLOCKS. Ik zweer je. We kwamen vanochtend aanlopen, auto geparkeerd bij het Russische Consulaat omdat het daar zo lekker naar borsjt ruikt en we zagen opeens de stoep, het trottoir voor sommigen, opgeleukt met enorme brokken beton. Grote blokken. Zwaar ook. Zwaarder nog dan ik zelfs. Met een hijskraan daar neergezet denk ik. Of door een nazaat van Simson, dat ligt natuurlijk meer voor de hand. En waarom? Zodat de diepgelovige vrome mannen met weelderige baard en kek bijpassende nachtjapon plus malle slippers  niet met een auto door het hek kunnen knallen om de daarachter wachtende jodelaars plat te rijden. Misschien een hele bizarre reactie, maar ik moest gewoon vreselijk lachen. Maar dan echt. Daar staat een prachtig design gebouw, door een getalenteerd architect ontworpen, voorzien van gracht, hek en kogelwerend glas en nu gelardeerd met anti-tank voorzieningen. Ik vond het hilarisch. Wat het natuurlijk niet is. En we konden niet naar binnen. Wat dat betreft werkt de bescherming dus fenomenaal want niemand komt erin. Kort na ons arriveren, we stonden nog maar een kwartier te blauwbekken, arriveerde de eerste beveiliger die ook chagrijnig was omdat hij er niet in kon. Ook werden we gelijk naar de overkant van de straat gedirigeerd want we stonden nu pal voor de ingang en vormden daar een te makkelijke prooi voor de bloeddorstige wilden. Kortom: een dolle boel.

Uiteindelijk geraakten we binnen en hadden we een hele gezellige en ontspannen ochtend. Ik kreeg zelfs gratis koffie van de dames van de schoonmaak.


zondag 18 januari 2015

Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes

Dingen pakken je soms meer dan je eigenlijk wilt en je kunt er niks aan doen. We hebben het allemaal meegekregen; de aanslagen in Parijs, de klopjacht in België, Berlijn en Reims. De gesloten joodse instellingen in Frankrijk en België. De joodse school in Amsterdam die vrijdag dicht bleef. Al deze dingen veroorzaken –bij mij althans-  een vorm van milde maar constant aanwezige paniek. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Volgens onze premier is er niet zoveel aan de hand, we mogen best alert zijn maar echt veel te vrezen hebben we niet. Ondertussen wordt de bewaking van alles wat joods is opgevoerd. Gezellig winkelen tussen de semi-automatische geweren bij de kosjere bakker. Ontspannen naar sjoel tussen beveiliging en semi-permanente politiepost.  Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Eigenlijk staan je haren constant overeind. Je maakt er grappen over met andere potentiële slachtoffers en doelwitten, probeert je schouders op te halen. Het werkt allemaal niet zo. Sprak net een vader die overwoog om zijn kinderen twee weken thuis te houden. Voor de veiligheid. Is toch bizar dat we daar überhaupt over na denken. Dat is het hem nou juist. Het is niet bizar - het is reëel. We zijn doelwit. We zijn potentiële slachtoffers. Onze kinderen zijn dat. Een groep mensen veracht ons zo volkomen dat we dood mogen. Een grote groep. Dat is een gek gevoel, intens gehaat te worden door mensen die je niet kent. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Het bezorgt me een versnelde hartslag. Een sluimerend angstgevoel. Wanneer mensen die me kennen een hekel aan me hebben dan snap ik dat wel. Ben ook strontvervelend, een pestkop. Bovendien gezegend met een bloedstollend knappe vrouw en gruwelijk pientere en mooie kinderen. Hee, zelfs ík zou een hekel aan mij hebben. Maar mensen die mij, die ons nog nooit hebben gezien? Die niet weten hoe zorgzaam mijn kids met elkaar omgaan? Hoe fantastisch mijn vrouw is met kinderen? Sto delatj? zou Lenin zeggen. Wat te doen? Gewoon doorgaan met leven, liefhebben, werken, eten, slapen, opstaan en weer doorgaan. Uiteraard. Ondertussen pieker je je suf. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes. Wat als straks ook hier de bom barst? Maar Parijs, Antwerpen, Berlijn, dat is toch óók hier? Waar kunnen we heen? Israël natuurlijk, maar willen we dat? Moeten we de mezoeza al van de deurpost halen? Dat leuke keramieken Israëlische naambordje met onze naam in het Hebreeuws? Misschien is de folderbezorger wel een salafist. Paranoia ligt op de loer. Het komt er op neer dat ik het ook niet weet. Wat ik wel weet is dat het oorlog is en dat de vijandelijke soldaten gewoon in ons midden wonen. We zitten er tegenover in de trein, we lopen er langs in de Jumbo. Ze lopen langs onze gebouwen en registreren wat ze zien. Beramen plannen. Waar is mijn vrouw, waar zijn de kindjes.

Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 22 januari 2015.

Amsterdam-Buitenveldert januari 2015. Foto stond in Trouw.