zaterdag 26 januari 2019

Zwolle

Lang geleden, in de vorige eeuw, woonde ik in Zwolle. Ik was een actieve bezoeker van de
Joodse Gemeente aldaar en betrokken bij het wel en wee van deze toen nog kwijnende
gemeenschap. Elke dienst zat ik op mijn plek in de sjoel, omringd door andere mannen en
door lege banken. Tegenover ons zaten de vrouwen met in het midden de Bima, de
verhoging van waaruit de Tora werd gelezen. Op zich best een grappig fenomeen, zeg ik nu
terwijl u uiteraard al verontwaardigd met de vinger wappert omdat mannen en vrouwen
gescheiden zitten. Wappert u gerust even door, pas wel op dat u uw vinger niet bezeert
wanneer u tegen de balk zwaait die uit uw eigen oog steekt. Maar inderdaad: in de Joodse
Gemeente te Zwolle, en niet alleen daar maar in elke traditionele gemeente, zitten mannen
en vrouwen niet naast elkaar. Vrouwen horen thuis achter het aanrecht, ik bedoel het
gordijn, en mannen doen de dienst. Zo gaan die dingen. Nu was Zwolle een beetje
recalcitrant. Dat zal ze nog wel zijn, maar ik woon alweer enkele duizenden jaren in Almere
dus verloor Zwolle een klein beetje uit het oog. Zwolle was opstandig. Daar houdt u van en
daar hou ik ook van. Het is namelijk gebruikelijk - ik stipte het al genuanceerd en vriendelijk
aan - dat de vrouwen plaatsnemen op het balkon, achter de zogenaamde mechietse. Dat
kan een gezellig traliehekje zijn, of een naar Robijn Fleur en Fijn riekend gordijn. In Zwolle
was op het balkon sedert jaren een tentoonstelling over het joodse leven opgesteld. Geen
plek dus voor dames. En waar laat je dan het vrouwvolk? Tadaa: gewoon in de sjoel, zeg
maar de kerkzaal, tegenover de mannen. Dus bij binnenkomst zag je de bima, met links
daarvan de banken voor de manskerels en rechts de banken voor de vrouwmensen. Leuk
natuurlijk ook wanneer echtparen dan ook nog tegenover elkaar kunnen zitten teneinde af
en toe malkander te kunnen aankijken of toegapen. Goed geregeld! Het schijnt in de kille
(jiddisch voor gemeente) Maastricht overigens net zo te zijn geregeld. Leve het rebelse
Zwolle! Zelden kwam er een rabbijn in die jaren en dat was maar goed ook. Want ja. Dit was
natuurlijk niet de bedoeling, die in het oog springende dames. Een enkele keer werd de
kehilla (hebreeuws voor gemeente) vereerd met een rabbinaal bezoek en dan konden de
vrouwen dus niet plaatsnemen in ‘hun’ banken. Dan werd er een soort schutting opgesteld
met daarachter klapstoelen. De mannen namen dan gewoon plaats op hun gebruikelijke
plekken en lieten de “damesbanken” demonstratief leeg. Heerlijk!
In Zwolle hielden we elk half jaar een Interreligieuze Gebedsdienst voor de Vrede. Dat was
reuzegezellig. Dat deden we dan afwisselend in een kerk (dat is een gebedshuis voor
christenen, red.), een moskee (dat is een gebeds- annex gemeenschapshuis voor moslims,
red.) en uiteraard was onze synagoge (dat is het dorpshuis voor de Joden, red.) ook af en
toe zo gastvrij om De Anderen binnen te laten en te laten delen in de Joodse traditie. Mij
staat specifiek één Gebedsdienst voor ogen. Hij vond plaats in een protestantse kerk en we
zaten daar met een stuk of 10 bekeppelde afgevaardigden van de Joodse gemeenschap,
omringd door een paar honderd christenen, die ons bekeken alsof we paarse aapjes waren
met een strik in het haar en een paar dozijn Turkse moslims. Er werd gepreekt door een
dominee, door een woordvoerder van onze club én door de imam. Helaas was de
laatstgenoemde het Nederlands niet machtig dus we hadden geen idee wat hij allemaal
vertelde. Het konden de toto-uitslagen zijn, een verslag van zijn all-in-vakantie naar
Benidorm of een door en door hilarische persiflage op de door een tegenpaus in 1385
uitgesproken banvloek op het dragen van geitenwollen onderbroeken. Geen idee! En het
duurde ruim een half uur...

En weet je? Het was zó goed dat we dit deden. Want we ontmoetten elkaar na de diensten
en we spraken elkaar van mens tot mens. Bekend maakt bemind!

Pedofiel

Wat een mot op facebook onlangs! U heeft het vast meegekregen: een Oostenrijkse vrouw
die de islamitische profeet Mohammed negen jaar geleden tijdens een seminar een pedofiel
noemde werd door de rechtbank veroordeeld tot een boete van 480 euro. Verontwaardigd
over deze - volgens haar - aanval op de vrijheid van meningsuiting richtte ze zich tot het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens, in de verwachting dat dat haar zou steunen en
de veroordeling ongedaan zou maken. Een keihard “neen” (of non zo u wilt, de standplaats
is Frankrijk) was haar deel, ze mocht gewoon de 1000 gulden lappen. Niemand betwist dat
Mohammed een echtgenote had, Aïsha genaamd, die jonger was dan 10 jaar toen het
huwelijk werd “geconsumeerd.” Maarrrr omdat de uitspraak “Mohammed is een pedofiel”
kwetsend is voor gelovige moslims werd het arme mens uit Oostenrijk tóch veroordeeld. Hoe
is dit mogelijk?
Conservatieve “vrienden” op Facebook waren het erover eens: dit was godslastering en
deszulks is strafbaar bij Wet als het gaat om de christelijke God en dus geldt het ook voor de
Islamitische profeet. Progressieve vrienden, die zichzelf agnost of atheïst noemen
daarentegen vonden deze rechterlijke uitspraak juist beledigend voor moslims, want het
wekt de suggestie dat Moslims hulpbehoevende zielepoten zijn die onze steun nodig hebben
in plaats van volwassenen die weten waar ze voor staan en waar ze in geloven en die dit -
dus - heus wel naast zich neer kunnen leggen. Eigenlijk net zoals christenen dat al sinds
tientallen jaren doen met allerhande beledigingen aan hun adres.
Interessante discussie! We kennen allemaal de uitspraak van Gerard van het Reve over
God als ezel (of Ezel?) die in 1966 geleden gelovigen tot woede dreef. Gerard werd - dit jaar
toevallig 50 jaar geleden - na een langdurig juridisch gevecht vrijgesproken. Zijn we nu weer
terug bij af? Mag je geen godheid, of daaraan verwante profeet of wat voor goeroe dan ook,
meer beledigen zonder dat je je daarvoor voor de burgerlijke inquisitie moet verantwoorden?
Ik vind het angstaanjagend. “Het einde naakt.” zei ik zelfs op Facebook. De felle respons die
ik over me uitgestort kreeg verwonderde me. Mooi woord he? Verwonderen. Je kijkt met een
onschuldig verbaasde blik naar iets onverwachts, zo vertaal ik dat woord.
Ik ontmoette veel begrip voor mijn standpunt. Uiteraard waren er gelukkig ook mensen die er
anders instonden en die vreesden “dat alles maar gezegd mag worden.” Wees getroost: dit
is niet het geval. Zo werd bijvoorbeeld vorige maand een PVV-er veroordeeld omdat hij
schandelijke uitspraken had gedaan over Arabieren. Ze zouden fervente “kontenbonkers”
zijn en seks met kleine jongetjes niet schuwen. Uiteraard werd deze heer daarvoor
veroordeeld. Je kunt niet alles zeggen.
Een enkel vreesde dat ik “islamofobische neigingen zou hebben”. Heel apart. Ooit werkte ik
met groot genoegen samen met een orthodoxe moslim. Hij bad vijf keer per dag en maakte
geld over naar de “PLO” terwijl ik vrijwilligerswerk deed voor het Israëlische leger. We
hadden groot respect voor elkaar omdat we elkaars beweegredenen begrepen. Er stond
niets tussen ons in. Hij had zelfs Müslüm als voornaam terwijl mijn Joodse voornaam Jisroël
luidt, Israël dus. We werkten fantastisch samen en hadden de mooiste gesprekken, waarbij
we naar elkaar luisterden en elkaar hóórden.

Terug naar Facebook: “Hoe zou jij het vinden wanneer iemand jouw godsdienst en jouw God
(of G’d) zou beledigen?” Mijn antwoord: Het is helemaal niet relevant wat ik daarvan vind. Al
zou iemand de meest godslasterlijke dingen zeggen en zou mijn hart misschien zelfs
ineenkrimpen; ik zou gaan demonstreren voor zijn vrijlating als de politie hem daarvoor van
zijn bed zou lichten. We leven in een volwassen maatschappij en we zijn allemaal volwassen
(al dan niet) gelovigen. Als je je laat pijnigen door woorden van een ander zegt dat
misschien meer over jezelf dan over die ander.
Uiteindelijk kom ik weer terug bij de situatie van mijn oud-collega en ik, jaren geleden in
Zwolle: luister naar elkaar. Dan vind je wat je met elkaar verbindt en valt de scheiding…..
weg.

Pandanus

Mijn oudste zoon verzamelt fruit. Klinkt als een vreemde hobby, alsof ons huis in no time
ingericht is als een biobak, een meurende kliko. Valt mee. En liever zo’n hobby dan dat hij
hele nachten op straat rondhangt, geiten in brand steekt of stiekem booreilanden verplaatst.
Hij heeft een krantenwijk, de held, en steevast komt hij thuis met een nieuwe, door hem pas
ontdekte curieuze fruitsoort. De namen zijn prachtig; tamarinde, pandanus, noni, kiwano,
durian enzovoort! Vaak kijken zijn broers en zussen vol afgrijzen naar de op maankraters of
versteende keutels lijkende versnaperingen en dus ben ik regelmatig de pineut als het op
proeven aankomt. Zelf neemt hij het heel serieus: hij noteert de smaaksensatie in een
ouderwetsch blanco boekje, u kent ze wel, en vraagt daarbij vaak mijn hulp.
Hoe omschrijf je smaak? Dat is misschien nog wel lastiger dan het omschrijven van een
gevoel. Wat betekenen bijvoeglijke naamwoorden als ‘kruidig’, muskaatachtig, zwaar, intens
of luchtig? Het is moeilijk de tongstrelende sensatie te vangen. Het past hem wel. Hij zit in
de zesde, gaat volgend jaar Informatica studeren én misschien wel filosofie. Ondanks (?) het
feit dat hij zichzelf als agnost beschouwt is hij zich erg bewust van onze joodse spijswetten
en zijn afkomst. Dankzij zijn liefhebbende ouders ontkomt hij niet aan zijn erfgoed. Wisten zij
veel. Zowel z’n voor- als zijn achternaam schreeuwen het uit: Pas op! Een Jood! Dus
maakte hij het al het nodige mee. Leeftijdsgenoten die niet naast hem willen zitten bij een
schoolreis, een kapper die hem niet wil knippen, ontzettend leuke grapjes over Duitsers die
hem aanstonds komen halen, echt haha, wat een pret! Het mooie is: hij is - zoals de
Vlamingen dat zo mooi kunnen zeggen - fier op zichzelf en zijn Zijn. Nooit is hij slachtoffer,
hij is wie is hij en helaas pindakaas voor wie daar last van heeft. Dit gaat uiteraard over veel
meer dan zijn religieus-culturele identiteit. Hij doet gewoon alles op zijn eigen manier. Heeft
hij altijd al gedaan, ondanks de pogingen van zijn omgeving hem gelijk een bonzai-boompje
te buigen, te strekken, te rekken en te plooien. Hij ging zijn eigen gang. Hij gáát zijn eigen
gang. Zit nu in het examenjaar zoals gezegd en doet nauwelijks wat aan school. Heeft allang
uitgerekend wat hij moet halen om te slagen en dat gaat hem lukken ook. Er zijn tenslotte
belangrijker zaken in de wereld. Skypen met mensen in diezelfde wereld bijvoorbeeld. Van
Canada tot Servië, overal heeft hij vrienden, echte vrienden. Of meedoen aan het NK
Schoolschaken voor Teams. Naar een klezmerconcert gaan in de snoge zoals vorige week
donderdag. In goed gezelschap.
Wat ben ik trots. Zo’n jong dat over een paar maanden 18 wordt, dat al zo stevig in het leven
staat en zich niet de les laat lezen. Zelfbewust maar niet arrogant, zo zichzelf en zo eigen.
Heeft geen mobiel. Dat is wel een dingetje want hij is dus nooit bereikbaar. Misschien is dat
ook wel lekker de bedoeling. Mijn oudste zoon. Kan veel van hem leren!

Je persoonlijke chanoeka

Ja ja ja, ik hoor jullie alweer denken en zuchten, toch niet weer zo’n uitgemolken column
over chanoeka he. Over hoe erg het was in de ballingschap en hoe fijn dat “we” konden
terugkeren naar Eretz Israël en mozes kriebel, dat die enorme menora - die alweer
2000 jaar in de kruipruimte onder de deurmat van het Vaticaan ligt te schimmelen - maar
liefst 8 hele dagen bleef branden op dat ene kruikje olie dat we nog aantroffen bij terugkomst
in den Tempel des Heeren.
Maak je geen zorgen, dit gaat daar G’de zij dank absoluut niet over. Wat dacht je van een
allegorische uitleg van het chanoeka-verhaal, een symbolische les? Mmh? Nou? Zit
natuurlijk niemand op te wachten he, heel jammer weer. Je krijgt hem toch. Misschien wel
goed ook, herkenbaar, tenzij je leven gevuld is met de voetbaluitslagen in de PTT
Telecompetitie, bier, kroketten en de familieberichten in eender welke krant. Heerlijk lijkt me
dat, geen last van overkokende hersenen, alleen een rokende frituurpan en een
doodgeslagen bier.
Ik schat in dat de meesten van u helaas behept zijn met een overgevoelig brein en dat u dus
wel wat zult herkennen in wat volgt. Verbaas u niet, verwonder u slechts. Komt-ie: hoe staat
het met uw persoonlijke chanoeka? Of persoonlijke chnouke?
Dat kun je zo lekker nasaal blaten, probeer het maar es. Uw persoonlijke chnouke dus. Bent
u al bevrijd? Hoevelen van ons zitten niet vast, vast in hoofd en onderbuik, aan de heerlijk
bekende vastgeroeste gevoelens en gewoontes.
Op een al dan niet goede dag wordt u geconfronteerd met een verandering in de wereld die
u kende en die u veilig was. Uw dochter blijkt homoseksueel. Uw voet blijkt een amputatie te
behoeven. Uw man wil zich aanmelden bij de Odd Fellows. Uw zoon wordt niet alleen
balletdanser maar hult zich de ganse dag in een oud-roze tutu. U ontdekt dat u zélf niet
langer gelukkig bent met het leventje dat u leidde, u zou wel sumoworstelaar willen worden,
iemand die kan jongleren met zes fietsen of erger nog: een Trabantrijder..… Een grote
omslag. U krijgt de bibberaties. Wat te doen? (Sto delatj, zou Lenin zeggen.) Vasthouden
aan wat was? Uw dochter is ondanks haar zorgvuldig gekweekte snor, tuinbroek en blauwe
stekeltjescoiffure geen homo, uw man blijft gewoon alleen maar gezellig op korfbal? Of
omarmt u de verandering. Ziet u dat het goed is wat er gebeurt en gaat u mee in de nieuwe
stroom, in uw kleine kano?
We kunnen leren van chanoeka dat het soms tijd is om je veilige plek aan de rivier te
verlaten, om Boney M er maar even bij te slepen, om op te staan en een nieuwe horizon op
te zoeken. Vaak met pijn in je buik. Het kan een grote verandering zijn, maar het is niet altijd
een verslechtering. Durf te stap te wagen, durf je naasten in de ogen te kijken, gun ze hun
zelfgekozen plek onder het azuren gewelf, het uitspansel, en steek samen de menora aan.
Ze zal wel es kunnen blijven branden. Als je dat samen doet werkt dat bevrijdend en kun je
met opgeheven hoofd en desnoods vochtige ogen samen stappen zetten. Om de befaamde
dichteres Inge Klumper te citeren: “zeven armen - donker - zonder warmte - daar op het
tempelplein - het volk is bang en dan gebeurt heel bijzonder - een wonder - de olie raakt niet
op - het licht blijft branden acht dagen lang - en hoop vlamt op, laat verwondering leven:
toekomstgericht.”