maandag 23 april 2007

Die beppe...

Vrouwlief was met buik en onze favoriete dochter naar de Ikea geweest. Uiteraard gevloerd na dit geweld lag ze op de bank, waar ik normaal op zit wanneer ik geen ramen was cq lap. Ik dus koken. Aan tafel vroeg ik tegen beter weten in aan de jeledjes of ze hun kamertjes hadden opgeruimd. Ik weet heus wel dat het huis er na vanmiddag een onbruikbare verdieping bij had gekregen, maar een man probeert opvoedkundig te doen, nietwaar.
Rivka, de favoriete dochter, vroeg om de aandacht af te leiden plompverloren wanneer ze weer eens naar beppe mocht. Slimme zet. Vergeten waren de tot Libanese dorpen omgetoverde kamertjes. Eh, schatje, beppe is toch overleden? probeerde ik. “Wat is overleden?” Oi, het kind is vier. ik dacht dat ik het lastig zou krijgen wanneer ze 14 zou zijn. “Overleden is een beetje dood.” faalde ik manmoedig. Daar kwam de oudste door de bocht, ook blij dat de waarheid omtrent zijn tot rokende puinhoop gereduceerde kamer nog even geheim zou blijven…. “Een béétje dood pap, dat kan nooit!” Rivka kon het helemaal aan, zeker toen daarop volgde: “als de masjiach komt wordt beppe weer levend!” Yeah, thank you very much, de Joodse Les op zondag kicks in. “Maar dan moet er eerst vrede zijn! Dan moeten alle joodse mensen vrienden zijn!” Ik hoorde mezelf mompelen dat zulks onmogelijk was en dat het gelukkig ook van de rest van de wereld afhing. Daar hoorde zoonlief wel van op. Hij had op de montessori-school nog nooit over de masjiach gehoord. “Dat is wel heel moeilijk, pap!” Ja jong, dat is heel, heel erg moeilijk. “Wat kunnen wíj daaraan doen pap?”
’s-Avonds zag ik hoe hij zijn jongste broertje hielp met het aantrekken van zijn pijama, waarna hij hem een dikke kus gaf.
Het zinnetje ‘spoedig in onze dagen” schoot me te binnen. Als het aan Ischa ligt…..


zondag 1 april 2007

Poeriem is leuk

Poeriem is gein. As simple as that. Lachen, gieren, brullen. vooral voor de mensen die me die dag meemaakten in pak em beet 5762. O, wat hadden ze een lol. Ze waren weliswaar niet Joods, maar hadden pret voor minjan. Roel ging met de misjpooche Poeriem vieren, jawel! We hadden ons echt geweldig uitgedost: mijn koningin als koningin, mijn erfprinsje als piraat en ikzelf als ene wonderschone dame. O ja. Met oorringen. Met gaatjes. Attenoye wat dee dat pijn zeg. Die gaatjes waren al 15 jaar geleden dichtgegroeid maar ik moest ze zonodig weer met mijn eigen puberale oorringetjes doorpriemen. Gloeiende oorlellen. Lekker dik en prachtig rood. Ik had de mooiste jurk aan waar een jongetje van dromen kan en was erg leuk opgemaakt. Als was ik een blinde leprapatiënt met spasmen en Korsakov die op zichzelf een sekseoperatie had toegepast. Maar goed, gein zouden we hebben. Wij met z’n drietjes (nog slechts één kind!) in de Trabant. Jawel, ik reed Trabant. Een P60 Kombi DR-16-95 uit 1963. Wat een pret! Hij wilde niet starten. gebeurde me nooit. Wat te doen? Ik denk: ik step hem aan. En ik stepte en ik dacht: nu ben ik doof. Nog nooit zo’n ontploffing gehoord. Alle ruiten in Zwolle rinkelden in hun stopverf. Ruiten zonder stopverf bogen naar binnen. Schreeuwende kinderen, blaffende honden, huilende vrouwen. Wat een knal! De uitlaat finaal doormidden, maar hij reed! Een prachtig rauw geluid blafhoestte over ons pleintje. Opeens had ik een 24 pk sportauto! Gevolg: iedereen kwam kijken. Al die karbonadekauwende buren, voor wie we toch al een curiositeit waren, stonden om mijn Trabi heen. Koningin Esther had zich inmiddels ín het dashboardkastje verstopt. Met al dat volk werd tootootje zo verlegen dat-ie spontaan afsloeg. Ja, we hadden GEIN. Heel veel GEIN. Gloeiende. Nog nooit zoveel gereformeerden zien lachen. Kijk, dat kunnen ze dus wél! Weer wat geleerd. Ik starten en starten, de straat stond blauw van de onverbrande olie. Duwen! Ik ging duwen. Heb je wel eens een auto aangeduwd? Ja? Ook met een jurk aan? Nou, ik trapte dus op mijn jurk, die scheurde van mijn bips en ik viel met mijn voorhoofd op de bumper. Daar lag ik; in een te krappe panty. met knalrode oorlellen en een deuk in mijn bumper. Het werd een onvergetelijke avond. Ik bleek de benzinekraan niet te hebben opengedraaid. Niet lang daarna zijn we verhuisd.


Eerder gepubliceerd in het NIW, 2007