donderdag 21 oktober 2021

Verkouden

Niets blijft mij, de leider onder de lijdenden, bespaard. Nu ben ik weer snipverkouden, hetgeen inhoudt dat ik gelijk een paria met uitslaande harige leprapuisten aan huis gekluisterd ben. Ga maar eens verkouden naar de Jumbo! Aanvankelijk lijkt er niets aan de hand, mensen knikken je vrolijk toe. Een enkeling nog angstig van achter zo’n in China geproduceerd muilkorfje waarover het virus uit datzelfde land, waardoor Nederland nu is gevuld met spooksteden en ontvolkte provincies, zich erg vrolijk maakt. Zodra je echter gaat praten, wat in mijn geval uiteraard zelden voorkomt aangezien ik extreem bedeesd, verlegen, bescheiden, stilletjes en nederig ben, zie je ze al schrikken. Oei, die stem klinkt anders, de neus verstopt, de ogen lodderig. Eén keer nieste ik, de grootste fout van mijn leven, het brandalarm ging af, rode zwaailichten overal, een horde Almeerders stootte schorre kreten slakend diverse schappen met koekjes en chocolade om en ik werd met een stroomstok in de richting van de flesseninname-automaat gedreven. Ik wapperde nog manmoedig en positief met de meegebrachte negatieve thuistest maar het mocht niet baten. In het magazijn van de supermarkt werd ik door mannetjes in astronautenpakken op de palletwikkelaar gezet en voorzien van een prachtig doorschijnend en glimmend laagje huishoudfolie. Sjabat sjalom, zullen we maar zeggen! 

Gewoon verkouden zijn, wie kent het nog? Vroeger waren we het allemaal, ook vaak gezamenlijk. Net zoals die malle vrouwen waar je wel eens van hoort, die met z’n zevenen tegelijk gaan zitten bloeien als een doornige roos in een yurt, onderwijl ritmisch kloppend op een periodieke met kruisjes ingelegde zelf getamponneerde trommel. Maar nu? Niks meer samen! In de kelder met je blafferige gehoest! 

Een verkoudheid is nu reden tot Kamervragen. Thierry zou het wel weten! “Wist u, mevrouw de voorzitter, dat de Joden voor de oorlog ook wel eens verkouden waren? En we weten allemaal hoe dat afliep!” 

Afijn, ik ben dus heel eenzaam verkouden, zit huilend naar buiten te staren, de postbode gooit de pakjes vanaf de stoeprand door het raam, het 150 jarig bestaan van mijn werkgever vierde ik via zoom. Geen gebakje voor mij. Eén groot tranendal mensen. Uiteraard gebeuren er ook nog mooie dingen in mijn verder grimmige bestaan. Omdat ik van nature een positief en opgeruimd mens ben zie ik die nog steeds! Zo reed ik van de week met kindje nummer 5 naar haar bat mitswa - les. Onderweg zaten we heerlijk de brooches te oefenen die ze mag zeggen wanneer ze - be’ezrat Hasjeem - volgend jaar wordt opgeroepen om uit de Tora te lezen. Voor haar is het een extra uitdaging vanwege haar dyslexie. Jarenlang wist ze haar makke te omzeilen met allerhande trucjes en ook nu komt deze eigenschap goed van pas. Ik vroeg haar naar de bracha die ze moet zeggen voordat ze op erev sjabbat de kaarsen aansteekt. Ze wist het even niet meer, maar maakte het gebaar van “warmte van de vlammetjes naar je toe halen” en hupsakee, daar rolde hij vlekkeloos uit haar mond. Jodendom ging altijd door en zal altijd doorgaan, zelfs wanneer we verkouden zijn.


Eerder gepubliceerd in NIW 5, 2021


Geen opmerkingen:

Een reactie posten