donderdag 16 juli 2020

Wederwaardigheden deel 2 is uit!

Dit is alweer het tweede deel uit een serie van 980 boeken met een bundeling van de columns van Roel Abraham zoals ze verschenen in het NIW, Volzin en Kiind. Als altijd ligt de humor, met name zijn hilarische zelfspot, om de hoek te wachten om de lezer te bespringen. Dit boek is een must voor iedereen die gelooft in het complot dat vrijmetselaren samen met joden hebben gesmeed om de wereld over te nemen, want Abraham verhaalt ook over zijn spirituele beleving van deze beide levensbeschouwelijke stromingen. Ook hier is humor uiteraard de mortel die de lijm vormt tussen beide bouwstenen van zijn ziel. Naast deze verheven - maar luchtig en toegankelijk gebrachte - thematiek, komen ook opvoeding, antisemitisme en het leven tijdens de corona-periode aan bod. Ook hier valt weer voldoende te lachen en te leren en de gevoelige lezer pinkt wellicht een traantje weg als het gaat over de kinderen.
Over deel 1: "Geheel uit eigen Joods leven gegrepen. Waarschuwing: Wederwaardigheden kan onbedoelde neveneffecten hebben. Bijvoorbeeld hardop schateren in een vliegtuig, het openbaar vervoer, of andere gelegenheden." NIW – Nieuw Israelietisch Weekblad, december 2015.




zaterdag 10 oktober 2015

Wederwaardigheden deel 1



De tussen 2006 en 2015 voor diverse media geschreven columns heb ik gebundeld. Als je er elke avond eentje leest heb je 38 nachten om óf lachend in slaap te vallen, óf gezellig met mee te piekeren over de klerezooi in de wereld. 
Mijn "Wederwaardigheden" zijn te bestellen bij www.wederwaardigheden.nl en via de boekhandel en Bol.




donderdag 1 maart 2007

Ramen Lappen

Mijn teerbeminde is in verwachting. Heel erg in verwachting en het is mijn schuld. Als je in verwachting bent word je ontheven van sommige plichten die dan worden overgedragen op de dader. Vandaag keek ze me aan met de voor mij heel bekende blik, ik moest weer wat! Ramen lappen. Uiteraard heb ik geen idee hoe dat moet. Ik snap ook niet waarom het ramen lappen heet. D’r komt geen lap an te pas. Wel een speciale spons en een trekker. Mijn moeder noemt het dan ook ramen wassen. Op de vraag welke van deze mijn favoriete vrouwen gelijk heeft ga ik niet in. Ik wil nog wel een beetje sjabbesmenoeche bewaren. Enfin, de blik was daar en ik stroopte mijn mouwen op, ik zei maar niet dat de ramen nog steeds licht naar binnen en onze blikken naar buiten lieten, hetgeen inhield dat ze nog steeds hun taak naar behoren aan het vervullen waren, mijn plek dus binnen op de bank was en niet buiten op een wankel trapje. Na een korte introductie (geen heet water en maar 1 druppel schoonmaakspul) toog ik aan den arbeid. Uiteraard regende het licht, maar daar haalt een man als ik zijn schouders voor op. Het is nou eenmaal “tradition” - om Tewje maar eens te citeren – dat, wanneer ik eindelijk eens wat doe, dat gebeurt onder de zwaarste omstandigheden. Papier naar de papierbak met een zuidwesterstorm, jarig zijn met jom kipoer, werken bij het NIW en ga zo maar door. Dus ik de ramen wassen,ik bedoel lappen.
Ik was best trots op mezelf! Na een keer of 5 de drie ramen gelapt te hebben, vond ik het aantal strepen best acceptabel. het water was mijn mouwen ingelopen tot aan de oksel en dat deed denken aan een ketelpakker die zware balken had lopen sjouwen, of zoiets. Glimmend als een haantje (eigenlijk van de regen) liet ik mijn koningin de ramen zien. Ze wees me gelijk op de gemiste plekken. Ze heeft behalve een hele mooie ronde buik ook nog eens een scherpe blik (als ze haar bril draagt). Nadat ik vol afgrijzen de kennelijk 5 keer overgeslagen vlek zag, wees ze naar het andere raam. Ons sjatzie Rivka drukte lachend haar 4-jarige snoetje tegen de ruit, samen met haar in chocolade gedrenkte poezelige handjes. Mijn geliefde zei: “Het ging niet om de buitenkant, die was nog prima. De binnenkant van de ramen was aan de beurt.” Ik voelde een barstende hoofdpijn opzetten. Maar liever hoofdpijn dan dat ik zelf zou moeten bevallen.
Vijf minuten later was ik bezig om de chanoekiaanse kaarsresten van het raam te krabben. Eind mei zijn we uitgerekend. Ik kan haast niet wachten!


Eerder gepubliceerd in De Benjamin 2007