dinsdag 5 mei 2020

Laten we het nou eens niet over corona hebben

En dan mag je in deze bizarre tijden weer een column schrijven voor Volzin. Ik staar naar het lege vel in mijn schrijfmachine en realiseer me dat ik gewoon in shock ben. Niet omdat ik iets “moet” schrijven, dat doe ik graag, maar door de compleet veranderde wereld. Alles is volledig anders. Van mijn vrienden zie ik er nog eentje, eens per week. Ik zit te werken op de bank met regelmatig een peuter naast me. Elke dag probeer ik de kinderen uit te laten en dan laveer je door straten, mensen vermijdend terwijl we verontschuldigend naar elkaar glimlachen. Almere is een spookstad tot het opeens weer éven druk is en iedereen daar schande van spreekt. In het verzorgingstehuis waar mijn dochter werkt stierven in twee weken 15 bewoners aan het alomtegenwoordige virus. Mijn moeder was jarig: niet bezocht. De synagogediensten zijn opgeschort, evenals de bijeenkomsten van mijn Loge. Het favoriete speelpark van mijn kinderen, Oud Valkeveen: tot nader orde gesloten. Het geld dat we betaalden voor de abonnementen krijgen we niet terug want ze hebben niks in kas. Kantoren leeg, bedrijven aan de grond, mensen bang, eenzamen nog eenzamer, ouderen sterven alleen. Verdwaasd staar ik voor me uit. Hoe gaat dit aflopen? Mijn vrouw zei: je gaat het in je column toch niet over corona hebben he? Maar hoe kan ik dit wereldwijde virus vermijden? In Zeeland werden tijdens een kerkdienst in één keer 40 ouderen besmet. Dat is dan de dank voor het aanroepen van de godheid. Maar mijn vrouw heeft wel een punt, we worden doodgegooid met verhalen over corona. Corona hier, corona daar, akelig word je ervan. U weet het, ik metsel in mijn columns meestal een ezelsbruggetje naar een joodse feestdag die toevallig in de buurt is als u dit leest. Feestdagen genoeg! ik ren dan ook gelijk dit bruggetje op. In de maand die voor ons ligt zijn er weer een aantal hoogtijdagen en met name Lag ba’Omer is heel toepasselijk. De tijd na pesach (dit jaar gelijktijdig met pasen) is een rouwperiode. Deze periode, de omer, waarin we niet huwen, niet naar feesten gaan, niet naar de kapper gaan was in voorgaande eeuwen een periode waarin veel jodenvervolgingen plaatsvonden. Reden genoeg om te treuren en daaraan terug te denken, vandaar de corona-achtige maatregelen. Lag ba’ Omer, op de 33ste dag van deze periode (18 Ijar, dit jaar 12 mei), doorbreekt die rouw. Er wordt die dag volop gehuwd, gefeest en gekapperd. Andere feesten in de maand mei zijn Jom Jeroesjalajiem, waarop we herdenken dat Jeruzalem werd herenigd in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Het beheer van het tempelplein werd in islamitische handen gelaten, wat ik persoonlijk heel bijzonder vind. Was het andersom geweest, hadden de arabische legers West-Jeruzalem veroverd, dan had er nu geen Jood meer gewoond naar mijn bescheiden mening. De link met corona is dat het nog wel even zal duren voordat de diverse bewoners van Jeruzalem elkaar in de armen zullen vallen. Ze houden nu liever anderhalve meter tussenruimte en dat heeft niks met virussen te maken. Nou ja, misschien met het virus dat wantrouwen heet. Dit jaar op 21 mei, 28 Ijar. De hekkensluiter deze maand is het Wekenfeest of zoals normale mensen zeggen: Sjawoe’ot. Precies 50 dagen na pesach (de uittocht uit Egypte) stonden we aan de voet van de berg Sinai en kwam Moshe (Mozes) naar beneden gestruikeld met de Tien Woorden. Eerst gooide hij ze in zijn boosheid nog aan stukken, omdat het Volk natuurlijk weer ondeugend was, maar de tweede keer kwamen ze heelhuids beneden. Mozes had natuurlijk geen zin om wéér die akelige berg op te moeten. Werden wij met Pesach verlost van onze lichamelijke slavernij, met Sjawoe’ot werden we spiritueel bevrijd van het heidendom, van afgoderij. Voor mij betekent dit: verlos jezelf van ingeroeste patronen, vooroordelen en leer los te laten hetgeen je beperkt, je dwangneuroses, je angsten. Durf voluit jezelf te zijn

zondag 26 april 2020

Ken Uzelve

Nog nooit vond ik het zo lastig om een column te tikken. We zitten met elkaar alweer een dikke maand min of meer opgesloten in ons huus, flabbergasted een beetje naar buiten te staren. In mijn geval houdt het in dat ik met vrouw en zes kindjes in een rijtjeshuis in het polderieke Almere zit gepropt. Een goede reden om gestoord te worden, als ik dat al niet was. Jullie pakken natuurlijk nu gelijk de popcorn want - oh boy - wat zal dat smullen worden! Acht mensen als varkentjes in een ligboxenstal, dat vraagt natuurlijk om slaande ruzies, handgemenen en stampvoetende pubers. Helaas, helaas, het is hier pais (om maar even de achternaam van een geliefde ex-collega aan te halen) en vree. Geen stof om over te schrijven. Ik heb de afgelopen weken thuis gewerkt en het spannendste dat ik beleefde was het bestellen van stofzuigerzakken. Mijn vrouw geeft onze tienjarige dochter les. Gezellig samen in de bedstee, het brengt je nader tot elkander, maar wat een klus elke dag!
Het is natuurlijk allemaal ellendig. We moeten afscheid nemen van veel van onze geliefde ouderen, vreselijk. Sommigen hebben de verschrikkingen overleefd en worden nu slachtoffer van de mondiale griep, heel verdrietig en ingrijpend. Onze economie stort in. We worden op onszelf teruggeworpen. Nu is dat laatste niet verkeerd. Ik denk dat we allemaal wel in de spiegel kijken op dit moment, een periode van “ken uzelve” en contemplatie. Nou ja, misschien denkt u nu wel dat ik maar wat in de ruimte leuter en heeft u zelf nergens last van, maar ik sta toch echt wel even stil. En dan komen er ook nog ontzagwekkende dagen aan. Als u dit leest hebben we Koninginnedag (jaja, ik weet het, ik ben oud…) alweer achter de rug. Dit jaar heette het “Woningsdag.” Hoe komen ze erop. Ik rol echt van de bank, wat niet zo moeilijk is aangezien ik net als Paul Damen minstens 5 kilo ben aangekomen. Echt superlollig bedacht! Haha, we zitten allemaal in onze woning immers! Wat een gekkigheid. Tenzij je dakloos bent, dan is er geen Woningsdag voor jou. Behalve dan voor die zwervende mejuffrouw in Rotterdam die weigerde anderhalve meter afstand in acht te nemen. Die gaat drie weken de bak in. Dus voor haar is het wél een beetje Woningsdag. Ontroerend! Wellicht miste u het jolige zwaaien met een plastic oranje vaantje, de al dan niet muzikale kindjes of de kleedjes vol met omgekiepte zolders. Zelf heb ik niet zoveel met deze dag. Een feest ter ere van een koning past niet zo in mijn beleving van de 21ste eeuw. Het zal u gek in de oren klinken maar ik vind eigenlijk dat Het Volk haar leiders zou moeten mogen kiezen. Ja, ik weet het, maller dan ik kom je ze zelden tegen. Maar goed, ik behoor tot een kleine minderheid en ik hoop dat u er doorgaans wél van geniet. In elk geval ging deze dag dit jaar aan onze volgens sommigen bijzondere neuzen voorbij.
Voor ons ligt nog de 75ste dodenherdenking. Niet met elkaar naar de bekende plaatsen, niet samen rouwen en gedenken, maar thuis in de beslotenheid van het gezin. Misschien zelfs helemaal alleen. Menigeen nog met herinneringen aan dierbaren, gewend dit door te maken met kinderen, kleinkinderen of met een partner. We mogen dankbaar zijn dat er instellingen zijn als Beth Shalom en het Mr. Visserhuis, waar onze dierbare ouderen in deze dagen worden bijgestaan en begrepen. Juist in deze verwarrende tijd die doordesemd is van dood. Voor hen die deze dag alleen, verstoken van contact, noodgedwongen alleen moeten doorbrengen is het een hard gelag. Over vijf mei hoef ik geen woorden vuil te maken, dat volksfeest kunnen we wel een jaartje overslaan. Blijft staan dat dit een bizarre tijd is, waarbij ik merk dat we het niet verleerd zijn: naar elkaar omkijken. We beseffen dat we dit samen doormaken en we kómen er ook samen door. Hou elkaar vast lieve mensen. Op gepaste afstand.
Gepubliceerd in NIW 21, 2020

zondag 5 april 2020

Corona Matzes

Wanneer u dit over een paar weken leest is het hopelijk alweer achter de rug: de corona-crisis. Ik vrees echter dat dat niet het geval zal zijn. Vrijdag de dertiende barstte het pas echt los en we zullen met elkaar die dag niet snel vergeten. Vechtende vrouwen in de Jumbo, stuntelig geprinte biljetten in de Albert Heijn met het verzoek om - alstublieft - het personeel niet aan te vallen. Mensen met drie overvolle karretjes die gehaast, hopelijk omdat ze zich schamen, een kassa opzoeken. Lege schappen. Boze verpleegkundigen die vertellen dat ze geen eten meer kunnen kopen na het draaien van een dubbele dienst in het overvolle ziekenhuis. De beschaving loopt op haar einde, zo lijkt het. Niet om me op de borst te kloppen: ik heb niet gehamsterd. Ik geef het toe, ik werd er knap zenuwachtig van, van die graaiende medeburgers die hun auto’s, achterbank neergeklapt, volladen. Sta je dan met je tas, je kleuter in zijn buggy en in je achterhoofd je zes thuiswonende kinderen. Gelukkig heb ik maar één echtgenote. We hebben thuis een voorraadkast waar standaard al van alles in zit. Wat precies, dat weet ik eigenlijk niet, want wanorde is mijn middelste naam zoals de Amerikanen zeggen. De Amerikanen, die net hun luchtruim hebben gesloten voor die vieze hoestende Europeanen. Dankzij Triomferende Trump zullen de Verenigde Staten gevrijwaard blijven van deze pandemie. Not. Dit gebeurt ons allemaal, globaal. We kunnen niets anders doen dan ons best om de verspreiding in te perken, terwijl we weten dat het weinig soelaas zal bieden. Onze economie, waar we allen als slaven in een tredmolen onderdeel van uitmaken, verkruimelt. Beurzen storten in, bedrijven gaan te gronde. Het is gaande terwijl ik dit op mijn Remington zit te typen. Konden we maar vertrekken, ergens opnieuw beginnen, alles achter ons laten. Letterlijk je schepen achter je verbranden, je Trabant volladen met de net gehamsterde rollen toiletpapier, aardappelen, pasta en blikken bonen. Gaan! In een colonne, met hoopvolle blik, eerst harde tijden tegemoet, een soort woestijn zeg maar, en dan aankomen in het Beloofde Land. De oplettende lezer die zijn klassiekers kent voelt het ezelsbruggetje al aankomen: het is bijna pesach. Het Joodse volk hield de economie van Egypte draaiend, was slaaf in dat systeem maar kon op een mooie dag, minder mooi voor de Egyptenaren, haastig z’n boeltje pakken en vertrekken. Geen blikken soep, gedroogde ham al helemaal niet, ook geen pasta of trays met bier. Matzes! Matzes namen we mee voor de lange reis. Soms is het goed om te gaan. Of om radicaal het roer om te gooien. Dat is iets waar me met elkaar goed over na kunnen en moeten denken nu. Straks beginnen we weer bij nul, met elkaar. Wat willen we? Vechtend door de gangpaden van de Jumbo rollen om de laatste kattenbrokken? De schappen leegtrekken zodat er voor een ander niks meer is? Of echte beschaving omarmen en eerlijk delen, oog hebben voor de zwakkere. Saamhorigheid. Ook het Joodse volk rolde graaiend door de Sinai. Ze wisten: er is genoeg, de Eeuwige zal er in voorzien, genoeg voor iedereen. Toch werd het manna stiekem gehamsterd. Het bedierf al snel en was niet meer te eten. Het is beter dat we vertrouwen.
Om nog even in de sfeer te blijven een wiets, een mop: Moos heeft net gehoord dat Bram met zijn hele misjpooche, met zijn hele gezin, in quarantaine moet. Hij gaat naar de rabbijn en vraagt hem om advies. “Och rebbe, was er maar een remedie tegen deze vreselijke griep, die arme Bram kan niet eens naar sjoel komen. Weet u geen middel?’ De rabbijn glimlacht en strijkt over zijn baard. “Tuurlijk heb ik de oplossing beste Moos. Matzes!” Moos staat versteld. “Is dat de oplossing, rabbijn? Matzes eten? Wordt iedereen dáár beter van?” De rabbijn fronst en zegt: “Ben je mesjogge? Natuurlijk niet, maar je schuift het zo gemakkelijk onder de deur door!”
Ik wens u allen gezondheid en een kosjere pesach!

vrijdag 13 maart 2020

Vrijdag de dertiende

Het is vandaag vrijdag de dertiende. Ik heb net één van de kindjes naar zijn bijzondere school in de bossen van Crailo gebracht en scheur weer terug naar Almere over een uitgestorven A1. Normaal sluit je aan in de file zodra je bij Huizen de rijksweg oprijdt richting Amsterdam, nu kan ik met mijn ogen dicht keihard 110 scheuren met mijn Trabant. Ongekend. Zó knetterhard. Ik ben een verstandig mens dus naast me zit David veilig in zijn stoeltje keihard te zingen. Ik had hem ook op het gordelloze achterbankje kunnen leggen, Brandweerhelmpje op, hoofd op de wielkast, maar zo ben ik natuurlijk niet. Of op de hoedenplank, dat had ook gekund. De andere automobilisten zouden vol afgrijzen naar me staren. Dat doen de meeste mensen sowieso al, dus laat ik me maar gedragen. De politie zette me ook al eens aan de kant omdat er een kindje zonder gordel achterin zat, erg fijn was dat. Het kon niet anders want de stoelen voorin waren reeds bezet. Gelukkig ben ik extreem charmant en knikte zelfs deze stoere blonde agent van 2 meter 5 in lederen kostuum alras begripvol en invoelend na mijn uitleg over oldtimers en dat gordels achterin pas in 1992 werden ingevoerd. Hij zwaaide me met tranen in zijn ogen na toen ik mijn weg vervolgde. Maar dat kwam waarschijnlijk door de blauwe gifwolk die het uitlaatje uitbraakte. Waar was ik gebleven? Jullie leiden me af. O ja. Ik scheurde dus op topsnelheid over de A1 en David van 4 (zelf zegt hij 3) zong zijn lievelingslied: “Daaaavid, Merle Abraham, chai, chai, weh kajaham, David Merle Abrahám, chai chai wehkajahaaaaam.” Merle is zijn tweede voornaam, gewoon op z’n Hollandsch uitgesproken. Jullie kennen het liedje allemaal, het is natuurlijk een variatie op David Melech Jisraël. David zingt over zichzelf uit volle borst dat hij er is en volop leeft. Nou, dat klopt. Daar doet zo’n corona-virus nog even helemaal niks aan af. Zou ook wel gek zijn, want volgens Arnoud van Doorn zou het zó maar kunnen dat Israel het virus heeft bedacht. Ze zijn nu immers hard op weg een vaccin te brouwen, dus dan weet je het wel. Follow the money! Het malle is dat totaalwappie Van Doorn (u kent hem helaas: eerst PVV, daarna zag hij het zwarte licht van de Ka’aba en werd ernstig islamitisch) het virus eerst nog toeschreef aan Allah de Groot. Later werd het dus opeens een Israelische uitvinding. Dus eigenlijk zegt hij dat Israel Allah is. Ik zal het wel weer niet snappen. Israel hoe Akbar. Terwijl bij de Jumbo twee dikke huisvrouwen in bloemetjesjurken vechtend om het laatste pak Kotex door de gangpaden rollen geeft meneer Van Doorn even een nieuwe draai aan middeleeuwse antisemitische sprookjes als zou De Jood de bronnen vergiftigen. Of matzes bakken met stukjes christenkind. Dan ben je niet gek, dan ben je een doortrapt en slecht mens. Hij haalde zijn tweet later weer weg, wetend dat zijn talrijke volgelingen het toch al wel gezien hadden. Hij kreeg geen weerspraak van ze. Wel van talloze joodse en christelijke twitteraars die hij vervolgens wegzet als zionistisch trollenlegioen.
Zulke mannen zijn de wegbereiders voor geweld tegen Joden. Langzaam wordt zo het pad geplaveid. Corona schuld van de Joden. Lege supermarkten schuld van de Joden. Je moet bij gebrek aan toiletpapier je bips afvegen met je hamster schuld van de Joden. Dode mensen schuld van de Joden. Moge Allah zijn stembanden doen verkruimelen en hem zegenen met een akelige hoest in keel en broek.
Moge mijn lieve David nog heel lang in mijn Trabant zitten met zijn Brandweerman Sam-helmpje, zingend en vierend dat hij bestaat en volop leeft.

Eerder gepubliceerd in NIW 21 - 2020

donderdag 5 maart 2020

Poeriem

Afgelopen sjabbat was ik weer eens in sjoel. Dat was alweer een tijd geleden en ik merkte dat ik een beetje zenuwachtig was. Zoals christenen dat zo streng kunnen zeggen: ik had de dienst des Heren verzuimd. Nu maakte dat laatste me eigenlijk niks uit. Ik denk niet dat de Eeuwige tandenknarsend vanaf zijn wolkje naar beneden staart en chagrijnig monkelend mompelt dat die vermaledijde Roel wéér niet de gebeden heeft gepreveld. Als Hij of Zij überhaupt bestaat natuurlijk, want er is er maar Éen die dat zeker weet. Neen, ik neem me elke twee oudjaren die ik per jaar vier voor om vaker ter synagoge te teigen, maar het kómt er maar niet van. Dus verwaarloos ik al een paar jaar de sociale contacten, want daar gaat het toch vooral om (voor mij) bij een bezoek aan de Beit Knesset. Want zo noemt men de sjoel in Israël. Dus weer gegaan! En hoe fijn is dan om te bemerken dat de beveiliging goed oplet en je aanspreekt. Alhoewel je al 100 jaar lid bent, Dat zal me leren! Wie bent u? Een verzuimer! Binnengekomen gaan we gelijk met de kleuter naar de peutergroep die er eens per maand is, waar de kindjes kunnen spelen en wat meekrijgen van de traditie en waar de ouders koffie drinken en elkaar wat beter kunnen leren kennen. Ik merkte dat er niemand meer was van mijn generatie. Niet zo raar, onze oudste is inmiddels 18, de jongste 4 dus inmiddels behoor ik tot de oude hap. Mijn vrouw, die eruit ziet als 30, zal ik uiteraard niet zo betitelen. Zou niet durven. Deze maand is het Poeriem en dat willen we wel een beetje gezellig vieren met elkaar. Poeriem wordt ook wel Joods carnaval genoemd, omdat velen van ons er verkleed naar toe gaan. Israelische en chagrijnige Joden niet, die komen gewoon saai in hun dagelijkse kloffie. We komen verkleed en eigenlijk kan álles. De rabbijn spant vaak de kroon met een geweldige uitdossing - denk aan Mickey Mouse, Sinterklaas of Barbapapa. We herdenken - zoals bij elk feest, welbeschouwd - aan de overwinning op het antisemitisme. In dit geval gaat het om het verhaal van koningin Esther, de joodse gemalin van de Perzische keizer Achasverosj. De voornaamste adviseur aan diens hof, Haman genaamd, had een uitgesproken hekel aan Joden en kwam op het lumineuze idee om alle Joden in zijn land uit te roeien. De datum voor die vrolijke dag liet hij bepalen door het lot, vandaar de naam Poeriem, lotenfeest. Zijn voornemen kwam ter ore van Mordechai, de vader van Esther, en zij slaagde erin haar echtgenoot te verwittigen van het snode plan van die vermaledijde Haman. Tegenmaatregelen werden genomen en niet de Joden maar Haman en diens ongetwijfeld ook erg akelige zonen eindigden aan een paal. Dit verhaal wordt voorgelezen tijdens de dienst en elke keer wanneer de naam “Haman” klinkt zwaaien de kinderen met ratels en wordt er gestampt en “boe” geroepen. Ook volwassenen zwaaien met ratels. Zo zwaaide uw onhandige columnist jaren geleden in de synagoge van Zwolle eens heel hard met een enorme ratel tegen zijn eigen voorhoofd, zodat er eerste hulp verleend moest worden teneinde de hevige doch feestelijke bloeding te stelpen. Nogmaals mijn excuses aan de Zwolse joden voor de buikpijn van het lachen die ik ze bezorgde. Behalve deze ongewilde zelfbeschadiging zijn er andere leuke gebruiken tijdens dit feest die u ongetwijfeld meer zullen aanspreken. Wat dacht u van het drinken van alcoholische versnaperingen tot je het verschil niet meer weet tussen vriend en vijand, tussen Mordechai en Haman? Of het eten van Hamansoren? Dit zijn niet de oren van christelijke kindjes die zijn overgebleven na het bereiden van matzes voor pesach (een klassieke antisemitische mythe luidt dat we hun bloed gebruiken bij het bakken van matzes, maar zover ik weet zijn christelijke kindjes toch echt niet koosjer) maar gewoon lekkere koekjes, die een beetje driehoekig zijn. Waar was ik gebleven? O ja, ik was sinds een lange tijd weer eens in sjoel. Na afloop was er appeltaart en verdrongen mensen zich om even met me te kletsen: we hebben je gemist! Ik neem me voor om vaker te gaan.

maandag 17 februari 2020

Strippenkaart

Wanneer u dit leest is het precies een week geleden dat het Valentijnsdag was! Ja ja, nu veert u op! Gelijk weer rode blosjes op de rimpelige en hangende konen… heerlijk. Wat kreeg u vorige week van uw geliefde(n)? Een vurige kus? Valentijnsdag was niet altijd gezellig. In 1349 werden in Straatsburg 2000 Joden verbrand omdat ze de bronnen hadden vergiftigd. Ik weet het nog goed. Dat was geen fijne dag. Ze hadden de bronnen niet eens vergiftigd. Dat maakte het extra wrang. Maar over het algemeen is Valentijnsdag vrolijk en gezellig. Zo was ik op bezoek in Nijkerk bij het Israël Producten Centrum. Een prachtig pand, met onderin een supermarkt waar je Israëlische producten kunt kopen. En er werken mensen die ons een warm hart toedragen. Daar deden we in het verleden wel eens moeilijk over, want ze wilden ons natuurlijk alleen maar bekeren. Hoe het met u staat weet ik niet, maar ik denk daar inmiddels anders over. Ze steken echt hun nek uit daar. Toen ik er was hoorde ik dat ze op één dag 280 brieven hadden gekregen. Geen bestellingen, maar boze brieven van BDS-aanhangers. Mensen dus die vinden dat je geen cent meer mag uitgeven aan Israëlische producten, omdat de Palestijnen het zo moeilijk hebben. Als je geen cent meer in Israël steekt gaat Israël stuk, kunnen de omringende Arabische landen alle Joden de Middellandse zee indrijven en het hele land naar de Filistijnen helpen, net zoals ze ook met hun eigen landen zo graag doen. Leuk man. Waarom kregen de Christenen voor Israël 280 brieven op één dag? Ze verkopen bijvoorbeeld wijn uit Judea en/of Samaria, en daarop staat dan: “Product of Israel.” Dat mag niet van de Verenigde Natiezwijnen, want het is volgens hunnie een product uit een bezet gebied. Dus hebben mijn vrienden in Nijkerk stickertjes moeten plakken over “Product of Israel”, omdat ze die spullen anders niet meer mogen verkopen. En dan zouden er weer minder centen naar Israël gaan. Maar, haha, niet alleen Joden zijn slim en gevat. Ze hebben er stickers overheen geplakt waarop staat: “Product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria.” En dat vind ik een geweldige oplossing. Doc-P of hoe die NSBDS-ers ook mogen heten niet. Die schreven dus 280 boze brieven. En dan niet over het feit dat een dorp niet tegelijkertijd in Judea én Samaria kan liggen.
Maar goed. Ik was daar dus en praatte met de mensen. Ja heel apart voor zo’n timide knul als ik. Was ook wel eens fijn om te merken dat mensen gewoon achter Israël staan, en achter ons Joden. Klinkt melodramatisch? Mag je vinden. Ik heb liever 70000 vrienden, want zoveel leden hebben ze, dan 70000 vijanden.
Valentijnsdag dus. Beetje lief zijn voor elkaar. Ik peins even. In hoeverre raken politieke beslissingen je persoonlijk? Het is toch een ver van je bed show? Neen. Als ik hoor dat de VN een lijst uitgeeft waarop een aantal ondernemingen aan de schandpaal wordt genageld omdat ze met Joodse bedrijven zaken doen die op de Westbank gevestigd zijn, dan raakt me dat. Het feit dat enkel en alleen die focus op Israel ligt en niet op Tibet, de Westelijke Sahara of Moresnet. Het maakt me woedend. Moresnet is al 100 jaar bezet door België en niemand die er wat van zegt. Waarom die focus op Israel en niet op de rest? 80% van de VN-resoluties gaat over Israël. Ik kan maar één conclusie trekken: Israël is het Joodse land. Dus daarom. O ja, op het lijstje van de VN staan dit keer ook ‘Nederlandse’ bedrijven: Altice, Kardan, Tahal, Booking én busmaatschappij Egged - die ook in Nederland buslijnen exploiteert. U weet wat u te doen staat. Zo duur is een strippenkaart niet.

woensdag 5 februari 2020

Peins

Terwijl ik dit schrijf peins ik over het thema van deze column. Ik heb een dubbel gevoel. Graag zou ik monter en vrolijk willen verhalen over het opgewekte joodse leven in Nederland, het vieren van de hoogtijdagen, huppelende joodse kindjes met linten in hun haar, stralende gezichten. Maar ja. Afgelopen week was er de bommelding bij restaurant HaCarmel in Amsterdam. Vaak noem ik Amsterdam “het voormalige Mokum”, omdat het vroeger een echt joods dorp was en nu niet meer. De synagogen worden bewaakt door de Koninklijke Marechaussee, in sommige delen van de stad kijk je wel uit om als Jood herkenbaar tussen de niet opgehaalde bergen vuilnis te laveren. Maar hee: de bommelding. Live te volgen op AT5, een uur of tien lang. Groot stuk van de Amstelveenseweg afgezet, huizen ontruimd, winkels gesloten. De dappere Daniel Bar-On, samen met zijn vader Sami eigenaar van het koosjere restaurant, verklaarde dat hij zich niet weg liet jagen. “Alleen op een brancard krijgen ze me uit mijn restaurant.” Iedereen haalde opgelucht adem toen bleek dat in de doos - waar zichtbaar draden uithingen - geen bom zat, de robots van de EOD konden terug in de schuur, politielinten konden weg en de mensen weer terug naar hun huizen. Iedereen deed een plas en alles bleef zoals het was. De media zwegen er grotendeels over en dat was het dan. Wat voelde ik zelf? Zat ik popcorn kauwend naar AT5 te kijken? Was ik blij dat het loos alarm was? Dat laatste: uiteraard. Ik merkte dat ik emotioneel was tijdens het hele gebeuren. Ik was boos, ik was verdrietig. De boosheid overheerste. Niet alleen het feit dat dat restaurant weer de pineut was, met het restaurant is namelijk de hele Joodse gemeenschap de pisang: de boodschap kwam aan. Het is bon ton om Joodse objecten te bedreigen, geen haan die er naar kraait. Sterker nog: de reacties op facebook en twitter waren grotendeels honend: Israël werd er met de haren bijgesleept en de de uitbaters van het restaurant moesten vooral niet zeiken, maar liever nog oprotten naar Israël. Deze reacties kwamen niet alleen uit islamitische hoek, maar waren ook afkomstig van kaaskoppen die hier al eeuwig wonen. “Wat te doen?” zou Lenin zeggen.


“Wat moge de toekomst brengen?” parafraseer ik op een christelijk lied dat ik ooit op een begrafenis hoorde. Wij gaan gewoon door, genieten van onze feesten, veelal opgewekt, meisjes met linten in hun haar planten bomen op Toe Bisjwat, het
  We vieren dit op 15 Sjewat oftewel 10 februari dit jaar. In mijn optiek vieren we “de natuur”: we eten fruit, het liefst uit Israël, het liefst zoveel mogelijk verschillende soorten. Juist het planten van bomen vind ik een enorm sterk en hoopgevend element: er is een toekomst en daar wordt aan gewerkt.

Ook mooi: in Egypte besloot men opeens de Joodse geschiedenis van dat land te gaan koesteren. Miljoenen werden uitgetrokken om de
 Alexandrië te restaureren. Oorspronkelijk gebouwd in 1354 stond het verwaarloosde gebouw op instorten. Nu is het in het in zijn oude luister, nou ja, de luister van 1850 hersteld. Dankzij een bombardement door Napoleon - Trump zou zeggen: een bombardement door de Franse luchtmacht in 1798 - was er van het originele pand niks meer over. De Joodse gemeenschap van Alexandrië is ontroerd. Overigens niet alleen die van Alexandrië, alle Egyptische Joden waren blij. Het zijn er alleen niet zoveel meer. Er woonden eind jaren 40 80.000 Joden in Egypte. Hun bezittingen werden door Nasser onteigend en ze werden verjaagd. Er zijn er nu in het hele land nog 8. We kennen allemaal de geschiedenissen van de Joden in de arabische wereld, daarover hoef ik niet uit te wijden. Ik vind het mooi dat de Egyptische regering over haar eigen schaduw is gestapt en dit kostbare gebaar heeft gemaakt. Uiteraard: het helpt het toerisme, maar het is óók en vooral: verbroederend. En daar hou ik me graag aan vast.

vrijdag 17 januari 2020

Baard

Als je als man een zekere leeftijd bereikt, zeg maar, je loopt tegen de vijftig, dan ken je jezelf door en door en besef je dat je je jeugd achter je hebt gelaten en helemaal volwassen bent. Ik las nu even een pauze in zodat de dames die zo’n man kennen even op adem kunnen komen en zich kunnen verschonen. In gedachten trommel ik liefdevol op jullie ruggetjes aangezien het gierende lachen is overgegaan in een uiterst oncharmante fluitende rochelhoest. Oeps daar gaat je ondergebitje! Maar goed. In weerwil van wat jullie, dames, ook beweren: een man van tegen de vijftig is stoer, afgerond, wijs én… ziet er meestal bijzonder aantrekkelijk uit.

Nu gaat dit natuurlijk niet over mij. Ik ben pas 48, ben nú al knap en kan heel 2020 nog zeggen dat ik volgend jaar 50 word. Zucht. Ik merk dat ik steeds vaker naar de kapper ga en negeer dat ik na een bezoek aan de kroeg meestal horendol ben van de herrie die daar heerst. Vroeger kon je nog normaal met elkaar praten in een taveerne. Nu is het verdorie net een veredelde discotheek, wat ik je brom! Je schreeuwt boven je tripel zieleroerselen in elkaars oor en kunt het antwoord niet verstaan dus knik je maar voortdurend begripvol naar de ander en wil je eigenlijk alleen maar heel hard wegrennen. Leuk ook dat de overige gasten meestal zo’n 27 jaar jonger zijn dan jij. De serveersters spreken je aan met U. Mozes kriebel. Heet dat eigenlijk nog zo? Serveersters? Of mag dat niet meer? Niet genderneutraal genoeg denk ik. Gelukkig heb ik laatst voor zeven gulden een diskette met Google gekocht bij de Dixons: een serveerster heet tegenwoordig een “bedieningsmedewerker.” Wat afschuwelijk. Als een katholiek dood gaat krijgt hij (of zij, dat komt ook voor) toch De Laatste Bediening? Zal het Paul Damen eens vragen. Die weet dat. Nou gezellig!

Afgelopen maandag zat ik ook in de kroeg, met een vijftal andere bijna-vijftigers. Mannen. We staken nogal af ten opzichte van de vreselijk knappe twintigers, maar we werden deze keer nauwelijks genegeerd door de bedieningsmedewerkers. Uiteraard omdat we meer te makken hebben dan die graatmagere opgeföhnde twens met hun malle grote oorbellen. Het gekke is dat ik me onder leeftijdgenoten eigenlijk gewoon nog 17 voel. Ja ja, ik weet het, ik gedraag me nog vaak als een puber, maar ik bedoel dat een gemeenschappelijke geschiedenis kennelijk jong houdt. Je hebt allemaal de eerste aflevering van Kinderen voor Kinderen meegemaakt. De kroning van hare saaie meid, de Koude Oorlog ging je ook niet in de koude kleren zitten. Nou, dus dat. En allemaal doe je een beetje je best er nog goed uit te zien, hip te blijven. De één rijdt motor, de ander heeft een cabrio, fanatieke sporters zitten er ook bij. Ik niet hoor! Ik vermijd gewoon de weegschaal. Scheelt een hoop sores. Maar vanitas vanitatum vanitas: ik besloot plots mijn baard te laten staan. Want ik ben een echte man. Een oermens. Als ik op mijn knieën met de kleuter speel ga ik stuk van de pijn omdat mijn knie dan uit de kom schiet en kom ik nooit meer overeind, maarrrr de baard maakt alles goed. Elke dag groeit hij een beetje. Vrouwen kijken weer naar me op straat en nu niet uit medelijden. Ik loop weer rechter. De man met de baard. De Man. Nadeel is wel dat je erg vaak je profielfoto op facebook moet aanpassen, want dankzij mijn oerhormonen groeit de Baard als broccoli op paardenmest. Op mijn laatste profielfoto kwamen reacties. Je verwacht kreten als: Stoer! Wauw! Hippe Vogel! Niets van dat al. Iedereen lachte. Ze vonden me een spitting image van rabbijn Soetendorp. Mozes kriebel.

Eerder gepubliceerd in NIW 13, 2020

zondag 5 januari 2020

Melancholisch

Wanneer u dit (hopelijk) leest is het nieuwe jaar net begonnen. 2020. Wordt u ook altijd zo melancholisch van een jaarwisseling? Nou, ik ook niet. Dit jaar is het anders merk ik. Ik betreed een nieuw jaar waarin ik kan zeggen dat ik volgend jaar 50 word. Misschien is dat het wel. Of het feit dat ik de afgelopen tijd op de uitvaart van drie leeftijdsgenoten aanwezig ben geweest. Ik weet het niet. We worden allemaal ouder en ik voel de vergankelijkheid. Oudste zoon is gaan studeren, jongste zoon is zindelijk geworden. De tijd vliegt als een schaap door ‘t veen, zoals de Drenten zeggen. Nu is een moment om terug te blikken. Wij arme Joden hebben elk jaar twee keer nieuwjaar, hè. Hoe zielig is dat. Eerst in de nazomer of vroege herfst, dan staan we al stil bij het voorbijgaande jaar, wat deden we goed, wat deden we fout en nu weer. Calimero zou zeggen dat het toch allemaal niet eerlijk is. Toch zijn beide jaarwisselingen voor mij persoonlijk heel verschillend. Waar het Joodse Rosj Hasjana voor mij meer een spirituele lading heeft, waar sta ik als mens, hoe sta ik in het leven, wat valt er nog te beitelen aan de ruwe steen die ik ben teneinde die mooi kubiek te maken? Uren, dagen, maanden, jaren… de tijd verglijdt en ik wordt een ouwe knar voor ik het in de gaten heb. Gelukkig word ik een ouwe knar. Ik maak welbewust het opgroeien van mijn kinderen mee, die alweer 18, 17, 15, 12, 10 en 4 zijn. Hoe bijzonder is dat? Dat is iets om dankbaar voor te zijn. We hebben chanoeka achter de rug, 8 dagen staken we kaarsen aan om de overwinning op het antisemitisme te vieren. En ik als rasoptimist vraag me dan af wat het nieuwe jaar in petto heeft, want we kunnen het nog zo hard vieren - het antisemitisme is helemaal niet overwonnen. Toch heb ik altijd vertrouwen. Waar haal ik dat toch vandaan? Een doorvoeld besef van Iets dat buiten ons is maar ook weer in ons, dat ons geleidt in het leven. Vager kan ik het niet maken, maar zo is het wel - voor mij. Voor u ligt dat ongetwijfeld weer anders en dat is juist zo mooi. Hier is geen goed of fout, geen smal pad dat je moet gaan, geen Heilige Waarheid. Ik hou van die verscheidenheid. Fantastisch, dat we allemaal mogen geloven wat we geloven, vinden wat we vinden en de ander zijn of haar beleving gunnen. Het stuit me tegen de borst wanneer fanatiekelingen, met de armen over elkaar en felle blik, beweren de waarheid in pacht te hebben. De zelfgenoegzaamheid van de allesweter. Een dialoog is onmogelijk, want jij bent toch maar de zielepoot die het allemaal niet snapt en dat is erg, erg, naar. Ik zei dat ze beweren te weten hoe het zit, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze weten het zeker, ze weten. En toch. Zelfs als ik met deze mensen praat, wat uiteraard lastig is voor een onwetende sloeber zoals ik, kan ik blij voor ze zijn. Ze hebben een enorm stevig fundament dat ze troost en houvast geeft. Waar ik zwalk, afweeg, peins, pieker en terugdeins hebben zij helderheid over hun plek in het universum. Dat zal ze ongetwijfeld rust en stabiliteit geven. Fantastisch toch? Zelf zou ik een gedeeltelijke lobotomie verkiezen boven deze zelfopgelegde schijnzekerheid, maar hee, wie ben ik? Het Jodendom doet niet aan geloofszekerheid. Helemaal niet zelfs, je stelt vragen en trekt alles in twijfel wat op je pad komt. Dat geeft een boel beweging, röring en misschien zelfs persoonlijke onrust, maar dat is mijns inziens, maar wie ben ik, te prefereren boven een Zeker Weten Omdat Het Nu Eenmaal Zo Geschreven Is. Maar nu ben ik misschien ook wel zelfgenoegzaam bezig. “O zelfgenoegzaamheid der zelfgenoegzaamheden, alles is zelfgenoegzaamheid.” Zo sprak ooit het nichtje van de Prediker. En zo rol ik 2020 in, mijmerend en een tikje aangeschoten van de wijn met bubbels. Ik hoop op een jaar waarin we elkaar aankijken en verbinding voelen, hoe stellig of juist wankelmoedig we in onze schoenen staan. Ieder met z’n eigen levensvisie of -gevoel. We kunnen zoveel van elkaar leren, als we dat willen. Laat de ander een spiegel zijn voor je eigen ziel. Ik wens jullie allemaal heil, zegen en voorspoed!

dinsdag 17 december 2019

Harige ballen

De meesten van u hebben het inmiddels wel in de gaten: het is weer eens december. Je komt er nooit van af, van die vreselijke maand. Elk jaar weer hetzelfde liedje.
Wellicht herkenbaar wanneer u net als ik gezegend bent met een nestje joodse kindjes: het gemekker om een kerstboom. Als je zoals de meeste normale mensen in de mediene woont worden je nabestaanden op hun uiteraard niet-joodse schooltjes doodgegooid met het kejstfeesjt. En dan komen ze thuis. “Waarom hebben wij geen kerstboom zoals Chanterelle, Chlamydia en Winston Wagenpark?? Die heeft er zelfs eentje op ze slaapkamertje!!!” Zucht. Ja maar lieverd. Wij vieren geen kerst. Wij hebben chanoeka! Wie wil er nou zo’n heerlijk geurende dennenboom met daarin zuurstokken, sokken, engelen, harige ballen, kleine kutkaarsjes die altoos scheef hangen en daardoor alles verzengende branden veroorzaken, een masculiene en dus politiek incorrecte piek in top en dan ook nog een kerststal eronder met een kleine blonde Joske die wordt aangestaard door zijn handenwringende en tandenknarsende stiefvader Spieker Jozef? Dan is zo’n archaïsche kandelaar met 8 a 9 kaarsjes toch veel leukerderder?? Afijn, kindlief laat één traantje over één wang biggelen en dan gaan normale vaders natuurlijk overstag en zetten zo’n hoerige potplant in een hoek van de kamer. Helaasch, helaasch, deze hardvochtige en dus slechte en kille vader volhardt in zijn keiharde afwijzing. De Jiddisjkait moet en zal gehandhaafd blijven in dit huishouden! Ergens in januari zal het kind hem vast wel weer es aankijken.
Maar wat bazel ik! Eerst komt Sinterklaas nog langs, die nare oude man die ervan geniet om ondeugende kindjes in een hondeleren zak te proppen om deze zak van grote hoogte in het nog lege ruim van de voor vertrek gereed staande stoomboot te laten vallen, zodat het luide BLOING tot ver in de omtrek te horen is. Vervolgens worden er nog duizenden zakken gevuld met akelige kindjes overheen gestort, dus dan weet je het wel: de onderste laag met rottige kotertjes wordt door de druk van bovenaf gereduceerd tot een met pepernoten gelardeerde pannenkoek. En dan lacht Sinterklaas zijn harde schelle lach die de geknechte Pieten zo doet huiveren. Echt, leuk feestje! Ik denk dat minimaal 90% van Neêrlands Jodenheid wel Sinterklaas viert. We weten allemaal dat voor de oorlog de Sint vaak besneden was, om van de Zwarte Pieten (tegenwoordig roetveegpieten) maar te zwijgen. Ik snap dat wel, net zoals binnen de vrijmetselarij waar Joden al in de negentiende eeuw volledig gelijkberechtigd en welkom waren was dit één van de weinige mogelijkheden om mee te doen met de rest van de burgerij.
Ik dwaal af en dat doe ik anders ook altijd. We hadden het over december: Sinterklaas, Kerst én chanoeka. En bij mij persoonlijk ook nog twee verjaardagen binnen het gezin, waarvan één op Tweede Kerstdag dat we gelukkig toch niet vieren. Waarom twee kerstdagen eigenlijk? Duurde de bevalling 48 uur? Ach wat geeft het, ieder z’n feestje. Er zijn overigens genoeg mensen in ons Joodse dorp die kerst vieren. Hartstikke gezellig. In Amerika is het zelfs traditie om dan naar een Chinees restaurant te gaan en dan echt massaal. En nee, dat doen ze niet omdat ze kerst overslaan, dat is ook gewoon een manier van vieren. Toevallig. Ik hoop dat jullie allemaal een gezellig Sinterklaasfeest hadden, een Chanoeka Sameach gaan beleven mitsgaders een Zalig Kerstfeest. Als we toch bezig zijn: heil, zegen en voorspoed in 2020! Mag zeker nog niet he? Jammer dan, ik doe het toch.

donderdag 5 december 2019

Hippolytushoef

Het is waarschijnlijk bij u allang weer verdwenen uit uw brein: Hippolytushoef. Er kwamen alweer clowneske uitspraken van Pipo de Trump voorbij, uw steunkousen moesten worden aangetrokken, nicht Anja ging nog clicklaminaat kopen maar heeft nu zo’n lelijke naad in de vloer omdat haar living maar liefst vijf meter breed is en natuurlijk moest u nog naar de Jumbo voor chocoladeletters. Misschien koos nicht Anja wel voor plaklaminaat. Dus enigszins korzelig vraagt u zich nu af waarover ik bazel. Hippolytushoef? Is dat niet zo’n stomvervelend dorp ergens in Westfriesland? Neen, maar wel bijna goed. Het ligt in de Wieringermeer, heeft 5000 inwoners waaronder één Joods gezin en dat gezin wordt getreiterd, uitgescholden, bekogeld, belasterd en een paar weken geleden ontplofte er “zwaar vuurwerk” en lag hun raam in piezels. O ja, u weet het weer. Oud nieuws. Neen lieve lezeressen, lezers en genderdiversen, geen oud nieuws. U mag vermoeid zuchten, alhoewel ik vermoed dat de meesten van u dat niet doen en dat siert u, maar deze “spielerei” duurt al twintig jaar. Ik probeer me dat voor te stellen. Mijn huidige woonstee betrok ik 15 jaar gelêe, ik gewon vier kinderen in dit huis. Het gezin Schmidt in Hippolytushoef heeft een soortgelijke historie. Daar kom je dan in je nieuwe dorp. Terwijl je huis bekogeld wordt, de inwoners hun smoel houden, komen er kinderen, je leven gaat door, maar de terreur ook. Wat een angst! Elke Joodse Nederlander heeft wel verhalen, maar dit is wel even andere koffie.

Weet je, shit happens. Overal. Iedereen maakt wel eens wat mee. Maar wanneer je in een dorp van 5000 inwoners woont, waar het terreur-stokje van de ene generatie op de andere wordt overgedragen binnen die twee decennia, niemand iets weet terwijl iedereen álles weet: hoe eenzaam voelt dat? Hoe verlaten en aan de wolven overgeleverd. Heel erg treurig. Uit arren moede zet je je mooie huis maar te koop. Je raakt het niet kwijt en het gaat maar door met als feestelijk hoogtepunt het “zware vuurwerk.” Dat noem ik, maar wie ben ik, gewoon een bomaanslag.

Terwijl ik dit schrijf sta ik stil bij de decembermaand. Sinterklaas is net geland op het strand, zijn zwarte of witte of pastelkleurige pieten marcheren achter hem aan. 95% van de joodse Nederlanders viert Sinterklaas, al sinds de negentiende eeuw. In het vooroorlogse Amsterdam heette Sinterklaas zelfs in veel gevallen Cohen of Polak. Gekscherend noemde men zo’n Joodse Sinterklaas ook wel Sjouteklaas. Dat betekent “dwaas vrouwmens.” Zal wel met de tabberd van doen hebben en niet met de baard. Wat ik wil zeggen: geen groep zo geïntegreerd als de joodse ‘niche.’ Gewoon lekker meedoen met van alles. Ook met kerst? Ook met kerst. Zelf laat ik tot verdriet van enkele van mijn kindjes de kerstboom aan me voorbijgaan maar ik ken d’r genoeg die er volop van genieten, met alles erop en eraan - behalve dan misschien de Nachtmis. Dat doet een enkeling dan ongetwijfeld stiekem. Chanoeka, da’s ons winterfeest. Als we de chanoekia aansteken, met z’n acht kaarsjes plus 1, dan zijn de kindjes die zielige kerstboom snel vergeten. Bovendien is kerst maar twee dagen diazepam slikken en vriendelijk knikken naar je schoonmoeder, bij ons is het 8 dagen feest he! Jullie jaloezie zal onmeetbaar moeten zijn. Wat we vieren? Dat we terugkeerden uit de Babylonische ballingschap, dat we een Tempel aantroffen die eruit zag alsof André Hazes er een feestje had gevierd, dat we de menora weer wilden ontsteken maar dat er maar olie was voor één dag en het een week zou duren voor er nieuwe olie was want eh.., er moesten onderdelen voor de oliepers in België worden besteld, dat de menora als door een wonder 8 dagen brandde zodat hij tussendoor niet doofde. Eigenlijk ging het natuurlijk, zoals al onze feesten, over de overwinning op het antisemitisme. En zo kom ik weer bij Hippolytushoef. Ook aan de malaise daar zal een einde komen!

donderdag 21 november 2019

Negen november

Vandaag is het negen november. Niet wanneer u dit leest maar wel nu ik dit schrijf. Bij deze dag denken we aan Reichskristallnacht, maar ook aan de val van de Berlijnse Muur. Twee uitersten op 1 dag. De Kristallnacht is de reden dat 9-11 het nooit tot officiële feestdag heeft gebracht bij onze oosterburen. Overigens werd er meer geschiedenis geschreven op 9 november: het uitroepen van de Duitse republiek in 1918, Hitlers Putsch in 1923, de aanslag op deszelven in 1939 en nog wat ooit belangrijke zaken die nu niemand meer interesseren. Voor mij is het een dubbele dag. De Kristallnacht, die angstige nacht vol haat en geweld werpt haar schaduw, maar de val van de muur is juist feestelijk. Laat ik aansluiten bij het laatste, over de Kristallnacht horen we ongetwijfeld wel. Dus! 30 jaar val van de Muur! Het DDR Museum in Monnickendam organiseerde een festijn en ik was als vrijwilliger betrokken bij het festival in Baarn. Ik mocht bezoekers heen en weer brengen van station naar feestgedruis.Omdat je op sjabbes geen auto mag rijden was ik met mijn Trabant. En zo had ik verstokte en mokkende Stalinisten op mijn achterbankje mitsgaders vrolijke democraten die alleen maar blij waren. Ze hadden allemaal een fascinatie met de DDR. De één roemde het sociale systeem, de andere roemde het einde van het land en ik, ik roemde uiteraard de fantastische automobielindustrie. Ik rij al jaren Trabant. Hoe het ook zij, mijn kortstondige passagiers hadden allemaal wel wat te vertellen. En uiteraard en warempel, er stapte zowaar een Joodse mijnheer in. Hij viel enorm op, aangezien hij vreselijk lang was en ook nogal corpulent. Wat zeg ik dat toch weer netjes, ik ben ook best aardig. De meneer in kwestie was gewoon enorm dik. Alsof er een walvis in mijn Trabant moest. Een walvis van 2 meter 5. Nu is Walvisch ook een mooie joodse naam, dus daar is niks mis mee. Hij was goedlachs en had er echt zin in. Er was namelijk ook een tentoonstelling op het terrein van roestvrijstalen Oostduits keukengerei! Kommetjes en schaaltjes en misschien zelfs een kaasschaaf. Ja mensen, dat zijn pas leuke dingen. Meneer Keukengerei vertelde honderduit. Hoe hij tijdens de Koude Oorlog bakkersbenodigdheden leverde aan de DDR, speciale deegmixers die geschikt waren voor het deeg dat het taaie zure Duitse brood moest gaan worden en hoe hij altijd schuddebuikend van de lach Trabanten met pech passeerde in zijn Audi. Wat voor Audi? Een Audi 100 uiteraard, hij reed niet in een sloeberbak. Hij had een ontzettende hekel aan Trabanten gekregen, een diepe minachting en daarom leek het hem goed om er toch eens in te zitten. Om het weer goed te maken. Het passagiersstoeltje kreunde onder de vele kiloos die meneer Deegmixer met zich meetorste en er waren een schoenlepel, een roeispaan en een drietal omstanders voor nodig om de beste man tussen mijn dashboardje met het enkele waarschuwingslampje en het achterbankje te persen. Ik kon alleen nog maar bochten naar rechts maken. Het hoofd van dhr. veroorzaakte een akelige uitstulping in het dakje en ik moest me beheersen om niet heel hard over de Baarnse drempels te stuiteren. Had ik zomaar gratis een sunroof-ie kunnen hebben. Hij klepte gezellig, voor zover hij adem kon halen, over zijn tijd als zakenman achter het IJzeren Gordijn, hoe aardig de vrouwen waren en hoe traag de mannen. Gouden tijden. Hij herinnerde zich dat hij eens ging tanken bij zo’n Oostduits MINOL-tankstation. De pompbediende was een vrouw met blonde krullen. Ze keek hem veelbetekenend aan terwijl ze hem zijn wisselgeld gaf en zei: Eine goldene Münze und eine silberne Münze. Hij keek veelbetekenend terug maar had geen idee wat ze bedoelde want de muntjes waren van een goedkope messing-legering en van aluminium. Mooi verhaal meneer Deeghaak. Aangekomen bij het festival hadden we een lorry nodig om de vacuüm gezogen meneer Schuimspaan uit mijn autootje te verwijderen. Hij sloeg het stof van zijn Gako-pak en fluisterde me in mijn oor: “Nebbisj dat die arme verdomde Muur weg is. Ik vond het wel prettig dat Duitsland in tweeën was verdeeld. Het blijven moffen jongen.” En daar ging hij, richting de roestvrijstalen pannen, ketels en vorken.

dinsdag 5 november 2019

Jom Kipoer 5780

Het was vandaag Jom Kipoer. Dus ik hoorde vandaag niet te schrijven en heb keurig gewacht tot er drie sterren zichtbaar waren aan de hemel, teken dat de dag voorbij is. Op de belangrijkste feestdag is werken uiteraard uit den boze. Bovendien was ik al met de auto naar sjoel. Dat mag ook niet, maar ik zie mezelf ook niet met vrouw en zes kinderen van Almere naar Amsterdam wandelen. Gisteravond begon Jom Kipoer met het Kol Nidre. Dit gebed bestaat al duizenden jaren, de hogepriester sprak het uit voordat hij het Heilige der Heilige binnenging. We vragen met dit gebed ontslag van de verplichtingen die we aangingen, beloftes die we maakten jegens onszelf en de Eeuwige. De huidige melodie is prachtig, gecomponeerd door Max Bruch eind negentiende eeuw. Omdat hij dit deed werd hij door de Duitsers als Jood beschouwd, wat zijn carrière niet ten goede kwam. Nebbisj, plachten we dan te zeggen.
Als ik daar dan sta, met mijn hele gezin een hele bank vullend, en ik hoor de melodie dan hou ik het niet droog. Je blikt terug op het afgelopen jaar, en je voelt - of beter: ík voel - dan nog even alle lasten op je schouders drukken. Daarna is het weg en dat is fijn. Vandaag was ik ook in sjoel en deden we de collectieve schuldbelijdenis. Ik heb gemoord, gestolen, geslagen en zo nog een hele lijst dingen die ik niet heb gedaan maar waar we wel, als collectief en met elkaar, vergeving voor vragen. De droosje, nederjiddisch voor drasja, predikatie was prachtig. Het gaat bij Jom Kipoer om de bewustwording van ingesleten gewoontes, zo hield de rabbijn ons voor. Door bewustwording kun je patronen doorbreken, daar begint het mee. Ondertussen speelde onze peuter tussen de banken, las één puber Lord of the Rings en legde een andere puber uit aan een Amerikaans meisje wat er allemaal door de rabbijn werd gezegd. Vast een herkenbaar beeld ook bij u in de kerk. Afijn, de dienst duurt tot kwart voor acht en dat hield de peuter niet vol, dus met een goed gemoed gingen we na het zingen de synagoge uit, waar ik vrolijk de zwaarbewapende marechaussees bedankte die zo zuinig op ons zijn en ons tijdens de diensten bewaken. Raar misschien, maar zelfs dat went. Duurde wel verscheidene jaren hoor, zeker als je aan je kinderen uit moet leggen waarom er weer méér beveiliging is. Eerst was er alleen een gracht om onze sjoel en onze eigen beveiliging, de vrijwilligers van Bij Leven En Welzijn, zo heet die club. Daarna kwam er politie bij, een permanente politiepost, kogelvrij glas, betonblokken op het trottoir met vast een mooie naam die ik niet ken, marechaussee met kogelvrije vesten en karabijnen en van die dikke hummers. Of mercedessen. Ik heb er geen verstand van. Hoe het ook zij: elke keer mag je weer uitleggen waar het voor is en op een gegeven moment geloven ze je niet meer wanneer je zegt dat de Torarollen nou eenmaal erg kostbaar zijn. Neen. Die soldaten staan daar voor mijn kinderen. En dat went en dat is eigenlijk heel erg. Dus dan kom je buiten, je zwaait een bedankje naar de jongens en meisjes van de militaire politie (dat mag), stapt in je auto (dat mag niet) start hem (dat mag niet) en zet de radio aan (dat mag niet) want het is een rond uur - dus tijd voor het journaal. En dan hoor je van de terreur in Halle an der Saale, in Sachsen-Anhalt, voormalige DDR. Een schietpartij op straat, vlak voor een stampvolle synagoge, want ook daar is het Jom Kipoer, twee doden en een gearresteerde verdachte. Je hoort dat ze de sjoel wilden binnendringen, maar dat dat niet lukte dankzij dezelfde beveiliging die wij ook hebben. De sfeer in de auto was opeens anders. Je probeert nog een grapje te maken, de rabbijn moet zeker wel zijn preek aanpassen voor vanavond, haha, maar het lukt niet echt. Aangeslagen rij je naar huis, ik wou dat het anders was. Nu ik dit schrijf weet ik nog niets van de aanslag in Halle, maar mijn gevoel zegt dat het rechts-extremisten zijn. We zullen het allemaal nog wel horen. Ik zit nu op de bank onder een dekentje, ik tiep mijn stukje en mijn lieve peuter leunt half slapend tegen me aan. Is ook best een pittige dag, Jom Kipoer.

maandag 21 oktober 2019

Een nieuw jaar - 5780

Alweer een nieuw jaar. Mozes kriebel, houdt het dan nooit een keertje op? De tredmolen van de tijd gaat maar door en door, jaar in jaar uit. Elk jaar weer het zelfde, inmiddels al 5780 jaar beproefde recept, van appeltjes met honing, moge het een zoet jaar worden en elk jaar valt het weer vies tegen met de zoetigheid, weer meer antisemitisme, weer meer gaten in mijn sokken en mijn zadel blijft ook altijd natgeregend zodat er steevast een poepkleurige driehoek op mijn rafelige pantalon te zien valt, alsof mijn toch al opvallende grote derrière nog niet zichtbaar genoeg is. Of mag je het woord derrière alleen voor vrouwen gebruiken? Ons mannen blijft ook niets bespaard. Ik had natuurlijk tochus moeten zeggen. Zucht.
Komkom Roel, zet je sombrero es af en je pretpet eens op! Een nieuw jaar is een nieuwe kans! In 5780 komt alles goed. Nou nee, dat denk ik dus niet. Gisteren nog vertelde een vriendin me dat ze iemand had leren kennen, het klikte, ze hadden het erg gezellig, totdat ze vertelde dat ze op vakantie ging. Naar Israël. Het was gelijk uit met de pret, contact verbroken, geblokt op alle sociale media, over en uit, toedeledokie. Ze vroeg zich af of ze in de toekomst alleen nog maar bevriend zou kunnen zijn met mede-Joden. En hee: de toekomst ligt voor ons! Alweer een nieuw jaar vol dit soort leuke gezelligheid. Neen dank u hartelijk.
Wat ik juist zo mooi vind in onze harrewarrende (ik bedoel natuurlijk hartverwarmende) gemeenschap is de veerkracht die ik zie. Ja, er is sores, we maken het allemaal mee of we kennen iemand die iemand kent die iemand kent die het meemaakt, maar we gaan altijd onverdroten voort. Het hele oude en nieuwe jaar rond. De feesten worden gevierd, we memoreren onze doden, we vieren de nieuwgeborenen en leren onze kinderen wat het betekent om joods te zijn - als we dat zelf al weten natuurlijk - en we geven de traditie door. Volgens mij heb ik nog nooit zoveel uitnodigingen voor brat (haha) mitswa’s voorbij zien komen het afgelopen jaar. Een befaamd zanger vertolkte het al eens: “We zullen doorgaan, tot de allerlaatste snik, we zullen doorgaan!” Die was dan weliswaar niet Joods zult u zeggen, dus het leven lachte hem toe en hij had makkelijk praten. Ho, ho, hij was toevallig wél homo. Die hebben het ook niet makkelijk in het huidig tijdsgewricht. Gelukkig is er nog lang geen sprake van een allerlaatste snik, maar (als ik even mag generaliseren) onze levensinstelling geeft wel vertrouwen. Daarnaast zijn we weerbaar. We laten ons niet in een hoek drukken. Jongeren staan voor wie ze zijn, ik zie het bij mijn eigen kinderen. Ze laten zich niet gek maken. En: mede dankzij mannen en vrouwen, zoals Ronny Naftaniel en Esther Voet, die in de vuurlinie staan en - voor ons allemaal - optreden tegen misstanden en onrecht staan we sterker dan ooit. Uiteraard blijven we ook kwetsbaar, getuige de marechaussees die nog steeds onze clubhuizen bewaken en ons beschermen.
Hoe dan ook, we staan ondanks al onze verschillende opvattingen, verschillende manieren van religieuze beleving, verschillende kijk op de halacha, schouder aan schouder. Dat moeten we nooit vergeten. Hou vertrouwen en blijf de verbinding zoeken. Dan doe ik dat namelijk ook. Wist u dat 70000 mensen aangesloten zijn bij Christenen voor Israël? We staan niet alleen.
Een prachtig jaar gewenst!

maandag 9 september 2019

Kadaverdiscipline

Kadaverdiscipline. Ik moest vandaag opeens aan dat woord denken toen ik terugkeek op de week. Er was weer eens ophef in ons kleine strandland. Vakantie, iedereen vrolijk en vrij. Het maakt niks uit, altijd wel iets om je druk over te maken. Wat was er nu weer voor vreselijks voorgevallen? Welnu, het was de tijd van het Offerfeest! Onbedwelmd en met een scherp mes werden weer duizenden schapen, geiten, vogelbekdieren, pinguïns en galapagoseilandhamsters om zeep gebracht terwijl Allah - alias de Allerhoogste - werd aangeroepen. Waarom eigenlijk? Vraagt de ongeletterde lezer zich wanhopig om z’n onwetendheid af. Gelukkig treft hij (of zij, daar wil ik af wezen) mij nu aan om licht te laten schijnen in de leeghoofdige duisternis. Er wonen inmiddels ruim een miljoen moslims in ons voormalige rooms-protestantse land dus tijd voor een lesje. Het Offerfeest wordt gevierd om te herdenken dat Allah - alias de Almachtige - op het moment dat Ibrahim (die door de toekomstige christelijke minderheid Abraham wordt genoemd en door de marginale Jodenheid Awraham) zijn zoon Ismaïl, oftewel Ishmaël, wilde slachten als een kerstkalkoen ervoor zorgde dat er een volstrekt onschuldig rammelend geitenbeest voor in de plaats kwam, nadat Ibrahabrawim constateerde dat zijn mes niet sneed. Best fijn voor Bram. En ook voor Ishmaël, die weer vrolijk verder kon gaan met leven en terug kon naar zijn niet onaanzienlijke Mesopotamische postzegelverzameling.
Grappig wel dat in de islamitische traditie sprake is van Ishmaël en in de Bijbel/Tora Izaäk/Jitschak het lijdend voorwerp is.
De moslim leert van dit verhaal dat hij te allen tijde bereid moet zijn alles op te offeren als Allah dat van hem verlangt, want Ibrahim was zelfs bereid zijn eigen vlees en bloed in handige barbecue-porties te verdelen. Nou, da’s best een pittige les. Om dus de bereidheid van Ibrahim te herdenken wordt dit feest nog altijd gevierd. Ook in Nederland! Ophef! Er werden namelijk vanuit grote witte vrachtwagens, waarop Vleesvervoer stond, geslachte beesten verkocht aan massa’s moslimmannen -hun vrouwen waren natuurlijk druk met demonstreren tegen het boerka-verbod. Sommigen van de dames (tenminste ik neem aan dat het dames waren) maakten zelfs een vergelijking met het verbod op boerka in (bijvoorbeeld) de abortuskliniek en het uitroeien van de joden door de nazi’s. Dat vond ik persoonlijk een tikkeltje overdreven- zomaar op De Openbare Weg! Schande natuurlijk. Het mocht zelfs van de politie! Mozes kriebel. De één na de ander buitelde over de straat van woede. Mag niet! Regeltjes! Keuringsdienst van Waren! Wij doen dat toch ook niet?? Waarom mogen die malle mannen met die jurken en baarden dat dan wel?? Ze hebben soms ook nog witte mutsjes op, alsof ze allemaal slager zijn en dat is helemaal niet zo! Zo schuimbekte de natie. Zucht. We mekkeren voortdurend dat Nederland steeds meer een land van regeltjes wordt. Terrassen moeten binnen de lijntjes. Roken mag je alleen nog maar in je urn. Prostitutie is bah en moet weg uit Amsterdam. Nu is er eindelijk een club die zich daar niets van aantrekt en lekker op straat vlees loopt te verkopen vanuit walmende diesels, is het weer niet goed. Ik zou zeggen: applausje voor de islamo-anarchisten. Wat ik ook erg gezellig vond was het benoemen van het vlees als kadavers. Mmh! Daar kreeg ik echt trek van! Uiteraard hebben de boze witmannen een punt. Regels gelden voor iedereen. Daarom verkopen ze zelf ook nooit halfgare frikandellen op Koningsdag, waarna niemand ‘s-anderendaags zeven kleuren poep fonteint of tot onherkenbare plakken balk gebreide meelbrokken met bloed en slachtafval genaamd “balkenbrij” op de Heilige Pompdagen in Heino, Salland. Nee, dat doen we allemaal niet want dat mag niet he. Kuch. Als we elkaar nou gewoon een beetje láten, dan kunnen we misschien Nederland Regeltjesland weer ombuigen naar iets meer Vrijstaat. Zo maar een ideetje. Eid mubarak!

maandag 2 september 2019

Karl-Marx-Stadt DDR

Vandaag sprak ik een oude relatie, zakenrelatie van lang gelêe maar altijd nog een lijntje
gehouden. Je kent het wel: de één gaat aan je voorbij en laat niets achter, de ander blijft
plakken omdat hij (of zij, het komt ook voor bij vrouwen, heus) iets in je raakt. Deze beste
man was bijzonder betrokken bij de Joodse gemeenschap, had zich hard gemaakt voor het
Namenmonument, wilde zelfs de 24 bomen redden door ze te verhuizen - er kan zoveel
tegenwoordig. Deze man, dit soort mensen, zijn parels in onze maatschappij. Ze maken zich
niet alleen druk om onrechtvaardigheid maar ze doen er daadwerkelijk wat aan. Oprecht de
verbinding zoeken en mééstrijden. Tijdens de rechtszaak aan de Parnassusweg over het
Namenmonument, vorige maand, zag hij dat de tegenstanders alleen maar tégen waren, ze
hadden geen alternatief, nauwelijks tekst en de rechter was daar zelfs wat verbolgen over.
Afijn, de bomen zijn gekapt, het Namenmonument komt er. Hopelijk. Zeker weten doe je het
nooit want omwonenden gaan met een vroom gezicht heel vilein in beroep en zelfs áls het er
komt weet je niet wat er kan gebeuren. Maar fijn dat niet alleen de (nou ja, “de”) Joodse
gemeenschap er voor knokte, ook niet-joden deden mee, al hadden het er misschien wel
wat meer mogen zijn. Hij vertelde me over een monumentaal pand aan de Nieuwe
Herengracht, ooit gebouwd door een gerenommeerde sefardische familie, Stolperstein voor
de deur. En een poster “Wij zijn tegen” achter het raam. Hij kon er niet over uit. Via deze
gotspe kwamen we bij het Monument van Joodse Dankbaarheid, waarvoor een mooie plek
moet worden gevonden. Dat monument is óók een gotspe, misschien is charpe een nog wel
beter woord. De Nederlandse Joden werden keurig aan de bezetter overhandigd, in
tegenstelling tot die in Denemarken en Bulgarije, maar de weinigen die over waren mochten
nog even hun dankbaarheid tonen. Iets waar ik - en dat wil wat zeggen - stil van word. Maar
wat te doen? In het vorige nummer werd al gesuggereerd het onding op te blazen, heel
begrijpelijk. Zelf vind ik dat we het monument tot in de eeuwigheid moeten bewaren, indien
nodig zelfs restaureren en voorzien van de broodnodige duiding in een museum moeten
plaatsen. Welk museum, daar ben ik nog niet uit, misschien wel het Holocaustmuseum. Zo
denk ik overigens ook over de “Muur van Mussert.” Veel mensen willen van het ding af, het
staat nu op een camping in Lunteren, maar ik zeg: restaureren. We mogen de geschiedenis
niet uitgummen. Baken het af, zet het in voor educatieve doeleinden.

Tot zover de overduidelijk ook heden nog levende geschiedenis, naar het nu. Ik vertelde vorige maand over de rit naar Praag met mijn oudste zoon in onze Trabant, hoe we als filmsterren door de
Tsjechische hoofdstad reden terwijl duizenden toeristen ons toezongen en met confetti
bestrooiden. Als ik het me goed herinner hoor, dat Tsjechische bier hakte er nogal in. We
reden uiteraard ook weer de 1000 kilometer terug naar huis en jawel: bij Karl-Marx-Stadt
(het vroegere Chemnitz) werden we door de Volkspolizei van de weg gehaald. “Ist das Ihr
Fahrzeug?” - zo vroeg de ongetwijfeld jaloerse Polizist me. Ze dachten dat mijn kenteken
verlopen was want Nederlandse platen waren toch altoos geel en niet donkerblauw met wit
opschrift. Na mijn uitleg dat klassiekers hun oude nummerborden mogen houden mocht ik
nog steeds niet weg, nein, ze belden helemaal naar Driebergen om te vragen of mijn verhaal
klopte. Afijn, het was okay en ze gingen er weer vandoor, nadat één van de agenten nog
even mijn Trabant had geaaid. Als kind zat hij op net zo’n achterbankje op weg naar de
Oostzee met zijn ouders. We maakten even verbinding. Ondertussen kwam er een busje
aanrijden op de Raststätte waaruit een aantal jongeren stapte dat lachend foto’s van mijn
autootje ging maken. Ze waren vrolijk en springerig, hun tsietsiet dansten gezellig mee.
Israëlische jongeren op vakantie in Europa, ze hadden uiteraard de bekende plekken van ellende bezocht, maar ook ervaren hoe het Jodendom in Europa leefde en hoe welkom ze
overal waren. Am Jisraeel chai mensen.

vrijdag 9 augustus 2019

Vaccineren is de nieuwe abortus

Gezellig samen aborteren en vaccineren

Weet u nog? De abortus-discussie? Lijkt alweer lang geleden hè, dat gillende baas-in-eigen-buikeressen en abortus-is-moordenaars tegenover elkaar stonden. Nou ja, lang geleden… het is helemaal niet lang geleden, want deze discussie gaat nog steeds door. Regelmatig komt ze voorbij, met elke keer hetzelfde gehuil, dezelfde argumenten, meestal gebaseerd op (haha) onderbuikgevoelens. Ook ik heb er een mening over, een hele leuke die altijd iedereen boos maakt. Daar geniet ik dan van, hoe die mensen verblind door hun eigen gelijk op me in gaan hakken op internet. Popcorn erbij, pilsje. Wie doet me wat? Ik verbaas me ook. Waarom geen oog voor de ander? We kennen allemaal het verhaal van Koning Boudewijn der Belgen en zijn vrouw, heel verrassend de Koningin der Belgen, Fabiola genaamd. U kent haar en haar treurige historie toch nog wel? De Koning der Belgen en zijn vrouw konden geen kinderen krijgen. Dat is in een conservatieve katholieke samenleving natuurlijk heel deprimerend. Misschien woog het nog wel zwaarder omdat er een troonopvolger moest komen. Gelukkig was in de jaren zestig de bemoeienis van de Kerk wel voorbij, dus niet elke week m’neer Pastoor over de vloer die gretig vraagt of de Majesteiten malkander nog wel vaak genoeg trakteren op royale seksualiteit. Alle gedateerde gekheid op een stokje: die lieve mensen wilden dolgraag kinderen, het lukte niet, er waren miskramen. Een verdrietige situatie. En toen moest Boudewijn ook nog een wet ondertekenen die abortus legaliseerde. Ik kan me indenken dat ze beiden bitt’re tranen weenden, en dat zeg ik zonder ironie. Alle begrip voor de kortstondige troonsafstand zodat het Belgische parlement eigenhandig de wet kon aannemen. Boudewijn maakte een persoonlijke en een principiële keuze. Het blijft een gevoelige en delicate quaestie. 
Ik zie tegenwoordig een vergelijkbare situatie bij de discussie over vaccinatie. Ook hier principes, persoonlijk leed en felle debatten. We weten allemaal dat de vaccinatiegraad in ons onbeduidende landje daalt en dat dat niet alleen komt door de bevindelijk-gereformeerden, die het vervelend vinden om te tornen aan de wil van de Almachtige. Was Hij net van plan om die akelige winkeldief van een Kees, Mohammed of Angela te kastijden met mazelen, lukt het niet omdat de betreffende zondaar is ingespoten met een goddeloze stof die de Wrake Gods voorkómt! Sta je dan een beetje niet meer Almachtig te zijn! Kwetsend hoor! Niet alleen de Ridders van de Zwartekouseband dus, maar ook antroposofen en ander volk dat nadenkt zijn/is verantwoordelijk hiervoor. En ook hier, net als bij de abortus-discussie, zie je twee kampen die lijnrecht tegenover elkaar staan, snoevend, snuivend, stotterend van woede om - alweer - het Eigen Gelijk. Hoe moeilijk is het om een beetje begrip voor elkaar op te brengen? Luister naar elkaars argumenten, zeg dat je elkaar hóórt en dat je gewoon anders in het leven staat. Nog meegekregen, een paar weken geleden? Er was sprake van een mazelen-epidemie op Urk, een uitbraak, een allesvernietigende besmettingshaard en iedereen zou gepokt en gemazeld sterven. Heel Urk in quarantaine. Urk zou weer worden losgekoppeld van de Noordoostpolder, zou worden platgebrand en men zou het eiland laten afzinken, om de rest van ons Koninkrijk te vrijwaren van deze Gesel des Satans. Mozes kriebel: er was NIETS aan de hand. Paar zieke kindjes op de gereformeerde Beëlzebubschool. De meeste van deze kindjes bleven gewoon met hun boek vol zilverwerk naar hun schooltje strompelen, het was zo weer voorbij. O ja, u wilde nog mijn standpunt over abortus weten geloof ik hè? Nou daar gaan we, maakt u zich maar vast kwaad. Mijn mening, maar wie ben ik hè, is de volgende: Ik ben blij dat abortus mogelijk is in Nederland. Daarnaast is het uiteraard wel gewoon moord. Nou, nog een fijne dag met veel invoelend vermogen en tot de volgende maand.

maandag 15 juli 2019

Torafoon

In een Trabant naar Praag.

Deadlines zijn wreed. Ze houden geen rekening met je persoonlijke omstandigheden. Ze komen en gaan en staan als een rots in de branding van je onstuimige leven. Je kunt er soms tegenaan botsen met je rubberbootje, maar aan de kant gaan ze niet. Zo zit ik hier nu op het bed van mijn vakantieadres in Praag en ik weet dat ik vandaag (vrijdag) mijn stukje had moeten inleveren. Gelukkig is het lang licht, nog geen sjabbat, dus ik mág nog even. Op vakantie met mijn oudste zoon, hoe bijzonder is dat. Hij slaagde voor zijn gymnasium vorige maand, werd 18 een paar week geleden en gaat studeren in Amsterdam. Twee studies nog wel. Dus een fijn cadeau is wel op zijn plaats. Samen een weekje naar Praag, de hoofdstad van het land van zijn voorouders. Alhoewel je een rit van 950 kilometer in een Trabant natuurlijk ook als een kastijding kunt betitelen. Mozes kriebel wat was ik kapot gisteren. Met 80-90 over de Autobahn in een overdekte skelter is geen eitje. Maar wél een belevenis. Ik verwachtte in Oost-Duitsland veel meer Trabanten te zien, maar trof er maar eentje. Met Poolse kentekenplaten. Een beetje wat velen van ons op vakantie doen: waar zit de voormalige sjoel en is er een begraafplaats. Vaak is er niks en dat voelt dan toch een beetje als een teleurstelling. Eerst een nachtje doorbrengen in Zwickau, de plaats waar ooit miljoenen Trabanten gebouwd werden, maar wat nu een naargeestig oord is. Een kamer voor twee personen voor 4 tientjes bij Ibrahim. Hij kwam drie jaar geleden uit Syrië en had nu sinds 18 maanden werk bij de Volkswagenfabriek, die heel harteloos de plek van de Trabantfabrieken had ingenomen. Zijn taak bestond uit het bekleden, stofferen zo je wilt, van de autostoelen. Ik vroeg of hij hier gelukkig was. Er volgde geen antwoord. De dag erna scheurden we door naar Tsjechië. Veel bekijks hadden we. Mijn zoon noemt het de “rubberband”. Hoofden in passerende auto’s die bijna 180 graden draaiden om maar naar mijn autootje te kunnen blijven kijken. Veel grijnzen ook. We moesten Praag door en de toeristen waren helemaal hysterisch en dolgelukkig toen ik voorbijreed. Ben nog nooit zo vaak gefilmd, heeft vast met mijn looks te maken. Vandaag gingen we op pad, we wilden naar een groot museum over de geschiedenis van Tsjechoslowakije, maar vooral naar het hoofd van Franz Kafka. Klinkt ietwat luguber, maar het is niet zijn echte hoofd hoor. Neen, dit eerbetoon aan de Duitstalige Joodse Tsjechische schrijver bestaat uit een aantal roterende schijven die de hele dag door draaien om een metamorfose te symboliseren. Denk aan zijn boek “Die Verwandlung” waarin de hoofdpersoon op een dag wakker wordt en veranderd is in een enorme kever. Uren zwierven we rond door de binnenstad, Google Maps bleef ons maar laten verdwalen en onmogelijke routes geven. Net toen we het op wilden geven zei Ischa: nee, als we niet doorzetten hebben we later spijt én geen goed verhaal. Dus we strompelden door, telefoon in de hand, tot we het Hoofd van Kafka uiteindelijk vonden, via steegjes en passages. Onze vreugde was groot en er waren - in tegenstelling tot de volgepakte binnenstad - nauwelijks toeristen. Daar stonden we ons dan te vergapen aan het 11 meter hoge hoofd en de 42 roterenden delen. Filmpje gemaakt, fotootje gemaakt, klaar. Weer naar de metro terug, die we uiteraard ook niet konden vinden. Deze tocht- met de telefoon in de hand - deed me denken aan de Tora. Je staart je er soms blind op, loopt de verkeerde kant uit, hebt geen idee waar je mee bezig bent, maar opeens heb je het, snap je het en weet je wat je te doen staat en hoe je moet wandelen op je levenspad. Ieder op zijn of haar eigen manier uiteraard volg je dan jouw eigen Google Maps via de Torafoon. Morgens eens kijken of we een sjoel kunnen vinden.

maandag 1 juli 2019

Mijlpalen

Deze week werden er opeens drie mijlpalen gepasseerd. Haast ongemerkt slaagde mijn oudste zoon voor zijn examens, mijn oudste dochter evenzo en werd de eerstgenoemde ook nog eens 18. Mozes kriebel. Het was gisteren dat hij werd geboren. Zo voelt het niet alleen maar zo is het ook gewoon. Gisteren! En nu gaat hij studeren. Twee studies: informatica en wiskunde. Zijn vader, dat ben ik volgens mij, had alleen wiskunde A en zelfs dáárvoor kreeg hij bijles. Zijn moeder kan niet eens onze trouwdatum onthouden, puur en alleen omdat daar cijfers in voorkomen. Onze dochter wil de verpleging in, een nobel streven, een mooi beroep. Voor mij zijn deze momenten óók een confrontatie met mijn eigen leven. Het ouder worden, vergankelijkheid, tijd. In het Jodendom kennen we het begrip “ledor wador”. Kort door de bocht: generaties komen, generaties gaan. Ik betrap me erop dat ik er vaker bij stil sta. Bij geboortes, bij sterfgevallen maar ook bij de aangestipte mijlpalen. Ongemerkt schrijdt de tijd voort en voor we het weten geven we in de estafette van het leven ons stokje af. Is het allemaal ijdelheid? De Prediker (of Qohelet) kon het mooi verwoorden. Vanitas vanitatum vanitas. Toch knap van de Prediker, die ongetwijfeld geen Latijn kende. Het woord dat in de Nederlandse vertalingen als “ijdel” wordt neergezet is het Hebreeuwse woord “hebel”. Door de vertaling naar ijdel klinkt het alsof ons bestaan leeg is, hol, nietsbeduidend. Eigenlijk zou een betere vertaling zijn: een ademtocht, een briesje. Dat heeft mijns inziens al een heel andere kleur of smaak toch? Het zegt iets over onze plek in de eeuwigheid en spreekt veel minder een waardeoordeel uit over ons bestaan. Het mooi aan het boek Prediker is dat het totaal niet lijkt te passen in de canon van de (Hebreeuwse en Christelijke) bijbel maar dat het ons wel wat te vertellen en te leren heeft. Toen het boek geschreven werd was er sprake van een maatschappij die te vergelijken is met die van ons. Waar draait het bij ons om? Precies, om de centen, om poen. Dat was rond 250 voor de gebruikelijke jaartelling niet anders. Daarom ook is het boek doorspekt van “economische” terminologie en worden de lezers gewaarschuwd voor de gevolgen van bijvoorbeeld teveel zucht naar geld en macht. Het was een samenleving vol onzekerheden en angsten.
Terug naar het jaar 2019 na Christus, het Jaar des Waren Lichts 6019 of het Jaar van de Wereld 5779. Wat staat onze kinderen te wachten? We maken ons net zoveel zorgen als de ouders in het jaar 250 voor of na Christus. Meestal kwam het wel aardig goed met de generaties na de voorgaande toch? Ik vraag het me af. Wij hier in Europa leven in ongekende welvaart, maar de geestelijke armoe is groot. Mensen in economisch zwakkere landen kennen vaak weer een veelkleurig zieleleven. Waar je ook woont is het knokken, hetzij voor je basisbehoeften, hetzij voor je psychische gezondheid. Wat dat betreft is er in ruim 2000 jaar niks veranderd. Terug naar mijn persoonlijke kleine leven, het zuchtje wind, het briesje in de eeuwigheid. Uiteraard vind ik het ook spannend wat de toekomst voor ons in petto heeft. De wereld is hard en leeg. IJdel in de betekenis zoals we die kennen. Het heeft alleen zo weinig zin je daar druk over te gaan maken. Kinderen worden ouder en kiezen hun eigen pad. Als ouder sta je aan de zijlijn, op de stoep en je ziet ze gaan. Soms vermoed je een drempel of een struikelblok. Voordat je ze wilt waarschuwen springen ze er al behendig overheen of vallen ze plat op hun snuit. Ze krabbelen weer op en vervolgen hun pad. Een mooie les van Prediker voor alle ouders: loslaten. Dat is niet onverschillig, dat is niet ijdel, dat is je kinderen voor vol aanzien en hun de ruimte geven te groeien. En groeien gaat, zoals we allemaal weten, met vallen en opstaan. Heb vertrouwen. Ik wens alle kinderen de ongebonden vrijheid die ze nodig hebben om tot wasdom te komen en hun ouders de wijsheid daar in liefde naast te staan.

zaterdag 1 juni 2019

Herdenken

Ze liggen weer achter ons: de dagen die ons laten terugblikken. Op oorlogen en slachtoffers. Op helden en meelopers, op verraders en uitbuiters. En elk jaar is het beladen, is er wel een klein of groter relletje, een faux-pas van een spreker, een foute herdenking in één of ander dorp waar opeens “de Duitsers” ook worden herdacht als slachtoffer, want ook jonge jongens en dus ook zielig.
We hadden de damschreeuwer een paar jaar geleden en dit jaar was daar de partij Bij1, van Sylvana Simons, die ook wat te schreeuwen had. In een poging mensen uit minderheidsgroepen aan zich te binden vond deze partij het nodig om op te roepen op 4 mei twee minuten stil te zijn om 8 uur des avonds. O, maar da’s toch mooi? Beter dat dan dat jongeren met de kransen gaan voetballen lijkt me. Zeker, een loffelijk streven om ook groepen die niet onze historie delen op die manier bij de geschiedenis van ons land te betrekken. Echter, u voelt hem hopelijk aan aankomen: ze vroeg om stil te staan bij deze groepen and I quote: “Roma, Sinti, lgbtiq+, communisten en anarchisten, en mensen met een beperking. We spreken extra dank uit aan de moslims en mensen van kleur voor hun rol in de bevrijding.”



Lees het rijtje nog maar eens rustig door. Hee, da’s mal. De grootste groep slachtoffers, de Joden, die worden voor het gemak maar even overgeslagen. Zelfs mijn linkse kennissen, die vaak zover mogelijk doorbuigen en meeveren met mw. Simons vielen stil. De Joden worden niet genoemd. Je hoeft uiteraard niet alle zes miljoen bij naam te noemen. Dan ben je ongeveer een miljoen minuten bezig denk ik. Zonder pauze. Dat is zo’n 16.500 uur. Ruim 13 jaar onafgebroken. Ook alleen de 101.800 vermoorde Nederlandse Joden zouden heel wat tijd in beslag nemen. Maar ze helemaal niet noemen? Zolang je genoemd wordt ben je er nog een beetje. Dat is kennelijk niet de bedoeling. Wat zit hier achter? Wat ik vrees: veel mensen zijn tegenwoordig wel een beetje klaar met die slachtoffer-Joden. Ze zijn het gezeur over de oorlog beu, ze zijn het zat. Joden zijn tegenwoordig zelf dader geworden, getuige het gedrag van Israel jegens de Palestijnen. “Ze hebben niks geleerd van hun geschiedenis.” Dit laatste zinnetje is de Kwaadmaker van de Maand, wat mij betreft. Ik hoor het namelijk regelmatig en het suggereert dat de Holocaust of Sjoah een soort opvoedcursus was voor Joden, die jammerlijk gefaald heeft. Nogmaals: ik hoor hem vaak. Er zit veel in: “jullie” zijn geen haar beter dan de nazi’s, jullie zouden beter moeten weten, jullie, jullie, jullie. Jullie bent Jodenvolk, denk ik dan maar. Joden moeten moreel verheven zijn boven de rest der mensheid omdat ze al 2000 jaar lang zelf vervolgd werden. Helaas, helaas, wat vallen die akelige joden weer tegen. Afijn. Ik zal u niet vermoeien met de zoveelste driepuntspreek over hoe menslievend of democratisch het moderne Israel is, hoeveel ruimte daar is voor “Roma, Sinti, lgbtiq+, communisten en anarchisten, mensen met een beperking, moslims en mensen van kleur.” U weet het zelf ook wel: óf u begrijpt wat ik bedoel, óf u staat op het standpunt dat Israel een onderdrukkende terreurstaat is. Het fijne: u mag vinden wat u wilt en dat doet u. Genoeg hierover dan ook. Terug naar de partij van Sylvana Simons. Waarom zo nadrukkelijk de Joden niet genoemd? Dat doe je niet per ongeluk. Raadslid Jazie Veldhuyzen van haar partij schold in februari nog een Joodse man uit voor “kanker-zionist” en collega-raadslid So Roustayar verklaarde begin mei nog dat ze het jammer vond dat er geen raketaanval op Israel kwam. Gelukkig werd ze op haar wenken bediend. Het past allemaal in het plaatje. En weet u: ik word er treurig van. Ooit was ik lid van de PSP, daar was geen sprake van het uitsluiten van groepen. Ik (dienstweigeraar) voelde me er welkom. Er is in links Nederland een tweedeling ontstaan. Een echte nog linkse groep en eentje waar Joden niet gewenscht zijn.

woensdag 15 mei 2019

Sauna

Ik ga graag naar de sauna. Ja ja, hoor ik u denken, zeker omdat daar allemaal naakte vrouwen rondlopen, of niet soms! Uiteraard. Eh.. ik bedoel nee, daar gaat het helemaal niet om. De sauna is bij uitstek de plek waar je jezelf kunt zijn. Helemaal jezelf, zonder opsmuk of poeha, gewoon in je blote niks met je ouwe badjas van de V&D rondstruinen en je laten mishandelen in hete houten hokken waar het 98 graden is en je je kapot zweet. Dat is namelijk gezond. Het is zelfs zo gezond dat ik pas 2 keer ben flauwgevallen, dus dat zegt voldoende lijkt me. Best leuk om es mee te maken. Ik verliet een sauna-cabine en voelde me wat licht in het hoofd. Leunde nog nadampend tegen een muurtje en dacht toen: misschien moet ik even gaan zitten. Te laat. Mijn zwager zag me uiterst charmant voorover vallen en “als een pudding in elkaar zakken.” Hoe je tegelijkertijd voorover kunt vallen én als een plumpudding ineen kunt zijgen is me vooralsnog een raadsel. Zeker gezien mijn atletische gestalte. Maar goed, ik weet nog dat ik mijn ogen weer opsloeg en in het vriendelijke gelaat van een sauna-medewerkster keek die vroeg of ik soms bekend was met diabetes. Terwijl mijn brein nog sudderde en tolde vertelde ik haar naar waarheid dat ik bekend was met diabetes, dat ik iemand kende die dat had en dat sommige mensen het ook wel suikerziekte noemen terwijl dat eigenlijk niet meer mag. Ze bedoelde eigenlijk of ik zélf diabeet was, het was niet haar bedoeling mijn kennis van de Medische Winkler Prins te checken. Ach so. Neen, ik was geen diabeet. Ondertussen hadden ze mijn besneden onderdelen discreet en keurig afgedekt middels een enorme bedrijfshanddoek, waar ook een washandje had volstaan, hetgeen ik erg vriendelijk vond. Je ligt daar toch maar te kijk met zo’n twintig ramptoeristen om je heen. Helaas voor hen: na een paar slokjes zoetig smakende vloeistof werd ik voorzichtig weer op mijn poezelige voeten gezet en kon ik er weer tegen. Geen ambulance nodig. Ja, erg jammer, de zweterige omstanders dropen teleurgesteld af.
Na dit incident dorst ik eigenlijk geen sauna meer in, gelukkig gold dat achteraf gezien alleen maar die dag. Waar ik mee begon: in de sauna is iedereen gelijk. Of nou ja, de één is mooi en de ander is lelijk, maar daaraan kun je niemands status aflezen. Je kletst met een ieder en je hebt geen idee of je met de directeur van Shell praat of met iemand die, gekleed in een drie of vier maten te groot lichtgevend oranje pak met witte strepen, met zo’n rare lange hete stofzuigerstang kauwgom van de tegels losföhnt op de Grote Markt van Almere. Dáár hou ik wel van. Niet van het föhnen van het marktplein van Almere, maar van die statusloosheid. We zijn net uitgeprocedeerde asielzoekers eigenlijk. We willen ook niet naar huis en ons paspoort is nergens te vinden. Nou. Is toch anders. Maar je hebt soms de mooiste gesprekken met volslagen onbekenden, die je daarna nooit weer ziet want je herkent elkaar op straat toch niet met kleren aan. Nog even een vooroordeel logenstraffen: er wordt wel gezegd dat mensen in de sauna, omdat ze allemaal naakt zijn, niet naar elkaar kijken. Dit is natuurlijk een kwetsend vooroordeel en absoluut niet waar. Uiteraard kijk je naar de andere bloterikken. Zeker als hun lichaamsbouw op buitensporige wijze afwijkt van die van jezelf of van het gemiddelde. Ik bijvoorbeeld vind het altijd erg fijn als er mensen zijn die nog dikker zijn dan ik. Of nog grotere struiken op hun rug hebben. Het is toch tof om te zien dat alles altijd erger kan! Soms zijn er ook andere Joden in de sauna. Tenminste dat denk je dan even. Mijn tip, ik zou hem maar even opschrijven als ik u was, want u kunt zich anders vast niet bedwingen, zeg nooit: “Ik zie dat u Joods bent, dat is nou ook toevallig.” Ook normale mensen kunnen namelijk besneden zijn, bijvoorbeeld uit medische of esthetische overwegingen. Staar er dan ook niet al te lang en peinzend naar, het zal uw populariteit - die in het huidig tijdsgewricht toch al tanende is - niet ten goede komen.

woensdag 1 mei 2019

Je persoonlijke bevrijding, gedachten rond pesach

Als u dit leest hebben we het net achter de rug: pesach 2019. Bewust zet ik er een jaartal bij, alhoewel dat wellicht wat vreemd overkomt. Elk jaar is het toch opnieuw pesach, we doorlopen met elkaar al duizenden jaren dezelfde cyclus van Joodse feestdagen en dat doen we al bijna net zolang op dezelfde manier. Pesach. Slavernij. Mozes. Farao. De plagen. Uittocht. Woestijn. Beloofde Land. Je kunt het natuurlijk zo plat bekijken als je wilt en elk jaar dezelfde liturgie doorlopen. Niks mis mee misschien, maar ik persoonlijk vind het dan wel een beetje karig. Mooier is het - mijns inziens - als je elke keer weer opnieuw naar jezelf in combinatie met de Joodse feestdag van dat moment kijkt. Een feestdag is namelijk pas echt een feest als je er je eigen feestje van kunt maken. Wat zegt pesach jou, op dit moment in je leven, dit jaar? Meer toch dan alleen het oude verhaal van de Israelieten die zuchtten onder het juk van Farao, van uitsluiting en afzondering, van slavernij? We hebben allemaal ons eigen verhaal. De één voelt zich een slaaf van zijn werk, sleept zich elke dag naar kantoor om dan van 9-5 te ploeteren voor een karig loon om zich dan weer naar huis te slepen en op de bank te werken om naar TV te kijken en dan te slapen enzovoort. Een ander voelt zich gebonden aan tradities, waar hij of zij maar niet los van kan komen, ingeprent door ouders, voorouders, omgeving en cultuur. We mogen allemaal leren, we mogen allemaal weten dat we vrije mensen kunnen zijn. Ieder op zijn eigen manier en moment. Elk jaar, elke pesach,, mag je erbij stilstaan in welke fase van je leven je je bevindt. Je kunt terugkijken: hoe was het een jaar geleden, ben ik al wat meer bevrijd dan in 2018? Of ben ik me in elk geval meer bewust van de patronen waarin ik zit? Groei en verandering, echte bevrijding, begint met bewustwording. Met pesach word je je van veel bewust, als je daar voor open staat. Dat gebeurt op verschillende manieren. Om te beginnen - belangrijk onderdeel van het Joodse DNA - het eten. Met pesach ben je je extra bewust van hetgeen je in je mond stopt. Geen chameets (gerezen etenswaren, zoals brood, maar eigenlijk alles wat gist, wat rijst, dus ook geen pasta en - heel erg - geen bier) want dat hadden we ook niet toen we halsoverkop uit Egypte vertrokken. Acht dagen matzes. Al voordat pesach begint zijn we druk doende om alle chameets uit ons huis te verwijderen. Dit is ook een mooi symbool voor het gerezene in ons eigen bestaan. Het gegiste. Voel je hem? Het met lucht gevulde deel van ons zelf, onze arrogantie, ons ego, alles wat niet helemaal bij ons hoort en niet helemaal echt is. Ook daarvan mogen we ons bewust zijn, mogen we ons ontdoen. Vlak voordat pesach begint verzamelen we alle chameets die we in huis konden vinden bij elkaar en verbranden dat. Dat is bevrijdend, als je dat kunt zien! Afstand nemen van je eigen luchtigheid, pompeusheid, opgeblazenheid.Terugkeren naar je kale, schone zelf. Net als je huis waar je al zes weken op je knieën aan het schrobben en poetsen bent geweest. Een mooi moment van bewustwording. Dan begint pesach, de sederavond. Samen met je gezin doorloop je het hele verhaal, zoals opgetekend in de Haggada. Het begint met de sederschotel, waarop peterselie ligt, een ei (symboliseert de lente, de periode van de uittocht, maar ook een nieuw begin), een lamsbotje, charoset (zoet mengsel van bijv, appel en rozijnen - symbool voor de metselspecie waar de slaven mee moesten werken) en maror, een bitter kruid, symbool voor de bittere tijden. Al deze onderdelen vertegenwoordigen een deel van het verhaal. Daarna komt de echte geschiedenis, van Mozes in zijn biezen mandje, de brandende struik, de tien plagen, u kent het. Mooi verhaal! Maar wat zegt het jou, wat zegt het u, nu? Goed om bij stil te staan, om even van binnen stil te worden en te beseffen hoe je vrij je bent. Hoe goed dat is. Of ben je toch nog gebonden?
 
.

maandag 15 april 2019

Mozes kriebel

Pesach! De chezellige chag waar we allemaal naar hebben uitgekeken. Het gaat over bevrijding, dat is al fijn, en over reizen door een woestijn, zeg maar een trekkersvakantie van 40 jaar en dat is nog veel fijner! Daar gingen we dan, met knapzak en gitaar, hei ho, hei ho, het Beloofde Land komt zo. Tentje neerzetten, kwakkels opvangen in je keppel, smullen maar! Nu ben ik een makkelijke eter. Zet me wat voor en ik eet het op. Nou ja, geen chazzer natuurlijk of paling of paard of schelpen (die knarsen nogal tussen je kiezen) of slakken of hond of orang pangang of pigmee. Dat allemaal niet maar verder ben ik dus een makkelijke eter. Edoch veertig jaar lang elke dag piepende kwartels naar binnen harken! Mozes kriebel! Respect! 

Gelukkig hoeven wij met pesach alleen maar te genieten van overheerlijke matzes. Acht dagen lang alleen maar matzes. Matzes als ontbijt, matzes als lunch, geprakte en geplette en in de oven als lasagne geboetseerde matzes als avondeten. Heerlijk! Na één dag voelt je buik al als een te hard opgepompte skippybal en dan mag je nog een week. Nooit zul je meer poepen! Heerlijk! Wie houdt er nou van poepen? Precies. Je stopt je genietend van je vrijheid vol met platte schijven (of vierkanten als je ze stiekem uit het buitenland haalt) gipsen plafondplaten, bedekt met allerlei gezonds zoals boter, zalm, jam, hagelslag, kaviaar, bacon of inktvis. Heerlijk! 

Ik moet na twee dagen al huilen als ik denk aan witte bolletjes of aan bier. En dat lieve mensen is nou de les van pesach: die arme oude joden van toentertijd en weleer hadden ook geen witte bolletjes en bier. Alleen maar dodelijk vermoeide kwakkels of kwartels en dat was het dan. Ben even kwijt wat ze ook weer dronken, maar het was zeker geen Straffe Hendrik uit Brugge! O nee! 

Voordat pesach begint mogen we nog wel even stofzuigen. Of nou ja, stofzuigen, met een loep op je knietjes met een veer de laatste kruimels, de laatste chameets bij elkaar vegen en aan de buren verkopen. Die vinden dat leuk, zo’n stukje joodse folklore. Ze snappen er niks van en schudden meewarig het gojse hoofd, maar doen er graag aan mee. Als je daar voor de deur staat met wallen onder je ogen en zweetplekken onder je oksels van het poetsen.

Hoe zit dat eigenlijk met die kwakkels? Waren dat wel kwartels? Mijn opa uit Drenthe, zichrono liwracha, had kwartels. Die beesten waren gewoon een soort minikipjes. Konden niks! Gespikkelde eitjes leggen en hysterisch rondrennen. Vliegen konden ze niet. Piepen wel, zeker als je er per ongeluk op ging staan. Dus niet zo gek dat die kwakkels ter aarde storten recht in de armen van de Israelieten die lekker aan het kamperen waren. Die arme beesten herinnerden zich natuurlijk plotsklapselings dat ze helemaal niet kónden vliegen! Zo ging het. Geloof me. Dus hupseflats op de koosjere barbecue. Is dat een ideetje voor volgend jaar in Jeruzalem? Acht dagen kwartels eten in plaats van gipsen frisbees? Het is maar een ideetje hoor. Ik zal de WUPJ en het IPOR eens even tippen. Wat zullen ze me dankbaar zijn. Kunnen we ook gewoon blijven poepen toch, da’s ook wel de moeite waard. Allemaal gekkigheid natuurlijk. Uiteraard eten we matzes, dat hoort bij het verhaal, dat hoort bij Pesach. En als pesach dan afgelopen is poepen we de mooiste piramide die je je maar kunt voorstellen. Niet door te spoelen zo mooi.

maandag 1 april 2019

Een vrij man van goede naam die metselt aan zichzelf en de wereld

Vorige maand had ik al - heel doorzichtig - een stuk gecomponeerd over de club waar ik lid van ben. Ik vermeed het beestje bij de naam te noemen, maar voor degenen onder u met het IQ van een knolraap doe ik dat nu wel: ik ben vrijmetselaar. Voor mij was het een grote stap om te worden ingewijd maar ik heb er nog steeds geen spijt van. Zoals u weet is de vrijmetselarij omgeven door een waas van geheimzinnigheid. We wijden onze leden in tot leerling-vrijmetselaar en daarover zeggen we het liefst zo weinig mogelijk, om de verrassing voor toekomstige broeders niet te verpesten. Vroeger was dat de geheimhouding al geen sinecure, getuige de diverse verradersgeschriften die werden uitgegeven in de 18e eeuw. Teleurgestelde of kwaadwillende mannen verlieten hun loge en schreven nauwgezet op wat er zich daar afspeelde, teneinde de vrijmetselarij in een kwaad daglicht te stellen. De grap is dat we dankzij hun opruiende boekjes nu wel min of meer een beeld hebben hoe het eraan toe ging in loges van die periode. Onze huidige ritualen zijn zelfs deels op hun overlevering gebaseerd. Dus veel dank aan deze Judassen! Tegenwoordig zijn er - zoals binnen elke organisatie waar mensen samenkomen - nog steeds mannen die afhaken. En die zullen ook wel het nodige verklappen aan hun omgeving, Beetje overbodig: we leven in de 21e eeuw en alles, werkelijk alles, is online te vinden. Zelf heb ik bewust niets opgezocht voorafgaand aan mijn inwijding. Ik zag wel filmpjes op YouTube, maar dan alleen via officiële kanalen, zoals van onze overkoepelende organisatie die de volgende mooie naam draagt: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Dus ik had geen idee wat me te wachten stond bij mijn inwijding, wist alleen dat ik geblinddoekt zou worden want dat zie je op al die antieke schilderijen. Een broeder haalde me thuis op, mijn vrouw kreeg een bos bloemen omdat ze me zomaar uit handen gaf aan een voor haar onbekende groep mannen en zo gingen we op weg naar de tempel, of werkplaats, zoals de ruimte genoemd wordt waar de rituelen worden uitgevoerd. Het bijzondere is dat je na je inwijding bent opgenomen in een wereldwijde groep van zo’n zes miljoen mannen, die je allemaal je broeder mag noemen. Dat die broederschap diep gaat en ook echt wereldwijd geldt hoorde ik al snel van diverse mede-vrijmetselaren. De één had wel eens autopech gehad in Frankrijk en zocht in de buurt de dichtstbijzijnde loge op en werd in no time geholpen en kon met z’n gezin bij wildvreemde mensen (die dus helemaal niet wildvreemd zijn) mee-eten. Een ander verdwaalde in een grote Amerikaanse stad, zag tot zijn vreugde het bekende logo van passer en winkelhaak aan een pand, klopte aan, en verdere uitleg is niet nodig: alles kwam goed. Uiteraard is dit niet uniek. Ook leden van kerkgenootschappen weten elkaar around the globe te vinden en zullen elkaar in de nood bijstaan. Alleen kan ik me voorstellen dat je binnen een kerk wat meer gelijkgestemde mensen vindt, waar “bij ons” geen gemeenschappelijke religieuze noemer is aan te wijzen. Behalve dan dat we elkaar erkennen als broeder is iedereen verschillend. Het mag geen enkele rol spelen en daarom dragen we ook ons “uniform”; het rokkostuum. Engelse schoolknaapjes zijn we. Zo kun je alleen als je een kleermaker bent zien wie een duur kostuum en wie een Gako-pak draagt. Zo was de tuinman van president Theodore Roosevelt voorzitter van de loge waar de president als “gewone” vrijmetselaar - zoals we dat noemen - in de kolommen zat. Rangen en standen, religies en opvattingen, ze vormen geen struikelblok. De vrijmetselaar zoekt wat verbindt en niet wat scheidt. In deze omgeving werk je met elkaar aan het verbeteren van je persoonlijkheid, in jargon: je hakt aan je ruwe steen om de zuivere kubiek die er al in zit tevoorschijn te halen. Wanneer je zelf beter mens bent kun je dat naar buiten toe uitdragen. Een blauwdruk voor de wereldvrede. 

vrijdag 15 maart 2019

Midlife

David is drie. Eén van zijn hobby's is het trekken aan oren. Dat doet hij het liefst bij zijn moeder, de hele nacht, zodat mijn teerbeminde er in de ochtend vaak uitziet alsof lijn 51 over haar heen is gereden. En we weten allemaal wat er met lijn 51 is gebeurd. Overigens wordt ze dit jaar veertig, dat vindt ze vast fijn om te lezen. 
Ook aan de flapperende lappen vlees die zich aan weerszijden van mijn gigantische hoofd bevinden wordt veelvuldig door peuterhandjes gesjord. Ik vind het prima, wanneer je zes kinderen (wat, zes??? Ben je wel goed??? Eh.. nee, maar ik heb desondanks zes kinderen. Samengesteld gezin zeker??? Eh.. nee, er staat duidelijk geschreven dat gij niet zult echtscheiden, dus dat kan niet. Zijn jullie nou klaar???? Eh… nou, wat een impertinente vraag! Enzovoort.) ik zei, wanneer je zes kinderen hebt behoor je tot de geduldigste mensen ter wereld en kun je alles leien. 
Alles? Alles. Echter. Hij plukt tegenwoordig liever aan mijn slaaplokken mitsgaders bakkebaarden. Die zijn inmiddels wit met grijs. Hij trekt dus aan dat schaamhaar op mijn wangen en roept dan: STOFHAAR!!!! Zelf bedacht. Hij dus. Heel fijn om dagelijks te worden geconfronteerd met je eigen verkruimeling. Je kinderen houden je jong? Mijn toges! Om Bart Schut maar even te citeren. Ook heb ik tegenwoordig lange kronkelige haren in mijn voorheen prachtig gladde en mannelijke wenkbrauwen, haren op mijn oorschelp en val ik regelmatig pardoes in slaap terwijl ik een boek lees. Zelfs de vacht op mijn borstkas wordt grijs. Tijd voor actie, harde actie. Dus wilde ik een motorfiets kopen. Een hele grote met van die uitlaten. Dan pers ik mijn 90 kilo spieren in een zwartlederen kostuum en dan maak ik weer de blits, net als vroeger. Prachtige pot op mijn kop. Ach, vanitas vanitatum vanitas, om Paul Damen maar even te citeren. Ik noemde al vroeger: twee keer ben ik van mijn sokken gereden op de A1. Dat is het kiezelpad tussen Almere en Amsterdam. Bijzondere ervaringen, dat kan ik wel zeggen. De eerste keer reed een Joodse meneer me ondersteboven. Dus dan blijf je niet lang boos en ik had toch niks gebroken. Hij kwam bij me thuis om het één en ander af te handelen en voor we het wisten lieten we de verzekeringspapieren de verzekeringspapieren en stonden we gezellig keuvelend voor de boekenkast gemeenschappelijke kennissen op te noemen. Ongelukje, kan gebeuren! De tweede keer echter betrof het een zwarte Suzuki Swift die er als een haas vandoor ging terwijl ik gelijk een ballerina door de lucht vloog om later in slaap te vallen tegen de vangrail. De enige glimp die ik opving betrof een viertal jongeren - mogen ze ingegroeide teennagels krijgen tot in hun ruggenmerg - en dat werd ook bevestigd door de omstanders die me, nadat ik wakker werd uit mijn vreemde dutje, uitermate behulpzaam zijn. Afgevoerd in een ambulance, volgepropt met heerlijke drugs, dus zingend en lallend zoals jullie me kennen, werden mijn gebroken onderdelen vakkundig aan elkaar gelijmd. Mijn motorfiets later verkocht en een Trabant aangeschaft. Je moet wat met de midlife. Ik koop toch maar geen motorfiets. Zou je je bakkebaarden kunnen verven? 

vrijdag 1 maart 2019

Broederschap

Het afgelopen weekend bezocht ik met een 25-tal mannen van onze filosofische vereniging een mini-symposium. Ik was er zelf voor de tweede keer maar het fenomeen bestaat al een jaar of 20. Een aantal leden van onze vereniging komt dan bij elkaar en we wisselen gedachten uit over vooraf ingediende onderwerpen. Soms zijn het diepe levensvragen, bijvoorbeeld over sterfelijkheid maar ook basalere, over het teruglopend ledenaantal van onze club en wat we daaraan kunnen doen. In veel steden en dorpen vind je clubs als de onze en het is mooi om te horen hoe het hun vergaat, hoe ze jongeren weten te vinden en aan zich te binden en soms ook treurig wanneer het duidelijk is dat er in een bepaalde stad geen animo meer is en de ‘gespreksgroep’ daar dreigt te verdwijnen. We bestaan al een tijdje. Het bijzondere dat ons kenmerkt is dat de groep zeer gemêleerd is. Er zitten hoogleraren bij, schoenlappers, ICT-ers, boekhouders, notarissen, heftruckchauffeurs, militairen, pacifisten, jagers, veganisten enzovoort. In theorie veroordeelt niemand elkaar. Atheïsten, vrij-katholieken, boeddhisten, joden, moslims, iets-isten, theosofen en wederom: enzovoort. We komen broederlijk bijeen en delen wat we denken en voelen. We discussiëren niet. Elke mening, elk gevoel mag er zijn en verdient respect. Dat is ons devies. Uiteraard is er wel eens mot binnen een lokale groep, maar in het algemeen werkt het. Dat ontroert me. Wat mondiaal onmogelijk is lukt ons: broederlijk met elkaar omgaan, delen wat ons beweegt, elkaar in de ogen kijken en het mooiste: elkaar begrijpen. En als dat niet lukt dan rest in elk geval nog het respect. Donald Trump zou eens moeten aanschuiven. Dat zou hem niet meevallen want we praten zelden over religie en politiek en we discussiëren niet. We luisteren naar elkaar en zetten dan ons eigen idee ernaast. Hij zou gek worden. Geen bijval, geen aanval, alleen maar een “dank u voor uw bijdrage meneer Trump, ikzelf denk dat het ook zó zou kunnen, hoe ziet u dat?” Vreselijk beschaafd. Hij zou na tien minuten rood aanlopen en na een half uur moeten we de defibrillator van de muur trekken vrees ik.
Zelf ben ik erg dankbaar dat ik zo’n groep in mijn dorp heb gevonden. Het viel nog niet mee want we houden ons nogal op de vlakte. Maar nu draai ik volop mee en geniet van de verhalen en de bijdragen van mijn “broeders”. Want zo noemen we elkaar. In een sfeer van vertrouwelijkheid samenzijn. Mannen tussen de 30 en de 99 jaar die délen. We doen wel wat geheimzinnig en dat doe ik nu ook. Niet zo vreemd, want vervolging en uitsluiting was in de historie ons deel. Ten tijde van de tweede oorlog werden we massaal vervolgd en zijn er zo’n 140.000 van ons in heel Europa omgebracht. Ook doen de wildste verhalen over ons de ronde. We zouden uit zijn op wereldheerschappij, satan aanbidden en samenspannen met de zionisten. In vrijwel alle islamitische landen worden we vervolgd. Sowieso in alle dictaturen. Alleenheersers houden niet van vrijdenkers. Onze rituelen zijn onbekend en worden heidens genoemd. We rijden op geiten door onze zaaltjes.
U bent lezer van Volzin, u weet allang waar ik het over heb. Toch noem ik niet hardop de naam van mijn club, misschien doe ik dat later. U weet ook dat van mijn vereniging alleen mannen lid mogen worden, daar heeft u wellicht een oordeel over. Weet dan ook dat er ook soortgelijke groepen zijn waar enkel vrouwen worden toegelaten. Doorgaans vinden buitenstaanders dát dan weer niet discriminatoir. Ook zijn er die gemengde bijeenkomsten houden, dus met mannen en vrouwen. Kortom er is voor elk wat wils. Ik heb bewust voor een organisatie gekozen met alleen mannen. Dat voelt veilig, prettig en herkenbaar. Geen angst voor baltsgedrag, we zijn openhartig naar elkaar. Van de vrouwengroepen hoor ik gelijkluidende verhalen. Hoe we ook verenigd zijn: we werken aan het verbeteren van onszelf, elkaar en dus uiteindelijk de wereld.