dinsdag 5 mei 2020

Laten we het nou eens niet over corona hebben

En dan mag je in deze bizarre tijden weer een column schrijven voor Volzin. Ik staar naar het lege vel in mijn schrijfmachine en realiseer me dat ik gewoon in shock ben. Niet omdat ik iets “moet” schrijven, dat doe ik graag, maar door de compleet veranderde wereld. Alles is volledig anders. Van mijn vrienden zie ik er nog eentje, eens per week. Ik zit te werken op de bank met regelmatig een peuter naast me. Elke dag probeer ik de kinderen uit te laten en dan laveer je door straten, mensen vermijdend terwijl we verontschuldigend naar elkaar glimlachen. Almere is een spookstad tot het opeens weer éven druk is en iedereen daar schande van spreekt. In het verzorgingstehuis waar mijn dochter werkt stierven in twee weken 15 bewoners aan het alomtegenwoordige virus. Mijn moeder was jarig: niet bezocht. De synagogediensten zijn opgeschort, evenals de bijeenkomsten van mijn Loge. Het favoriete speelpark van mijn kinderen, Oud Valkeveen: tot nader orde gesloten. Het geld dat we betaalden voor de abonnementen krijgen we niet terug want ze hebben niks in kas. Kantoren leeg, bedrijven aan de grond, mensen bang, eenzamen nog eenzamer, ouderen sterven alleen. Verdwaasd staar ik voor me uit. Hoe gaat dit aflopen? Mijn vrouw zei: je gaat het in je column toch niet over corona hebben he? Maar hoe kan ik dit wereldwijde virus vermijden? In Zeeland werden tijdens een kerkdienst in één keer 40 ouderen besmet. Dat is dan de dank voor het aanroepen van de godheid. Maar mijn vrouw heeft wel een punt, we worden doodgegooid met verhalen over corona. Corona hier, corona daar, akelig word je ervan. U weet het, ik metsel in mijn columns meestal een ezelsbruggetje naar een joodse feestdag die toevallig in de buurt is als u dit leest. Feestdagen genoeg! ik ren dan ook gelijk dit bruggetje op. In de maand die voor ons ligt zijn er weer een aantal hoogtijdagen en met name Lag ba’Omer is heel toepasselijk. De tijd na pesach (dit jaar gelijktijdig met pasen) is een rouwperiode. Deze periode, de omer, waarin we niet huwen, niet naar feesten gaan, niet naar de kapper gaan was in voorgaande eeuwen een periode waarin veel jodenvervolgingen plaatsvonden. Reden genoeg om te treuren en daaraan terug te denken, vandaar de corona-achtige maatregelen. Lag ba’ Omer, op de 33ste dag van deze periode (18 Ijar, dit jaar 12 mei), doorbreekt die rouw. Er wordt die dag volop gehuwd, gefeest en gekapperd. Andere feesten in de maand mei zijn Jom Jeroesjalajiem, waarop we herdenken dat Jeruzalem werd herenigd in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Het beheer van het tempelplein werd in islamitische handen gelaten, wat ik persoonlijk heel bijzonder vind. Was het andersom geweest, hadden de arabische legers West-Jeruzalem veroverd, dan had er nu geen Jood meer gewoond naar mijn bescheiden mening. De link met corona is dat het nog wel even zal duren voordat de diverse bewoners van Jeruzalem elkaar in de armen zullen vallen. Ze houden nu liever anderhalve meter tussenruimte en dat heeft niks met virussen te maken. Nou ja, misschien met het virus dat wantrouwen heet. Dit jaar op 21 mei, 28 Ijar. De hekkensluiter deze maand is het Wekenfeest of zoals normale mensen zeggen: Sjawoe’ot. Precies 50 dagen na pesach (de uittocht uit Egypte) stonden we aan de voet van de berg Sinai en kwam Moshe (Mozes) naar beneden gestruikeld met de Tien Woorden. Eerst gooide hij ze in zijn boosheid nog aan stukken, omdat het Volk natuurlijk weer ondeugend was, maar de tweede keer kwamen ze heelhuids beneden. Mozes had natuurlijk geen zin om wéér die akelige berg op te moeten. Werden wij met Pesach verlost van onze lichamelijke slavernij, met Sjawoe’ot werden we spiritueel bevrijd van het heidendom, van afgoderij. Voor mij betekent dit: verlos jezelf van ingeroeste patronen, vooroordelen en leer los te laten hetgeen je beperkt, je dwangneuroses, je angsten. Durf voluit jezelf te zijn

zondag 26 april 2020

Ken Uzelve

Nog nooit vond ik het zo lastig om een column te tikken. We zitten met elkaar alweer een dikke maand min of meer opgesloten in ons huus, flabbergasted een beetje naar buiten te staren. In mijn geval houdt het in dat ik met vrouw en zes kindjes in een rijtjeshuis in het polderieke Almere zit gepropt. Een goede reden om gestoord te worden, als ik dat al niet was. Jullie pakken natuurlijk nu gelijk de popcorn want - oh boy - wat zal dat smullen worden! Acht mensen als varkentjes in een ligboxenstal, dat vraagt natuurlijk om slaande ruzies, handgemenen en stampvoetende pubers. Helaas, helaas, het is hier pais (om maar even de achternaam van een geliefde ex-collega aan te halen) en vree. Geen stof om over te schrijven. Ik heb de afgelopen weken thuis gewerkt en het spannendste dat ik beleefde was het bestellen van stofzuigerzakken. Mijn vrouw geeft onze tienjarige dochter les. Gezellig samen in de bedstee, het brengt je nader tot elkander, maar wat een klus elke dag!
Het is natuurlijk allemaal ellendig. We moeten afscheid nemen van veel van onze geliefde ouderen, vreselijk. Sommigen hebben de verschrikkingen overleefd en worden nu slachtoffer van de mondiale griep, heel verdrietig en ingrijpend. Onze economie stort in. We worden op onszelf teruggeworpen. Nu is dat laatste niet verkeerd. Ik denk dat we allemaal wel in de spiegel kijken op dit moment, een periode van “ken uzelve” en contemplatie. Nou ja, misschien denkt u nu wel dat ik maar wat in de ruimte leuter en heeft u zelf nergens last van, maar ik sta toch echt wel even stil. En dan komen er ook nog ontzagwekkende dagen aan. Als u dit leest hebben we Koninginnedag (jaja, ik weet het, ik ben oud…) alweer achter de rug. Dit jaar heette het “Woningsdag.” Hoe komen ze erop. Ik rol echt van de bank, wat niet zo moeilijk is aangezien ik net als Paul Damen minstens 5 kilo ben aangekomen. Echt superlollig bedacht! Haha, we zitten allemaal in onze woning immers! Wat een gekkigheid. Tenzij je dakloos bent, dan is er geen Woningsdag voor jou. Behalve dan voor die zwervende mejuffrouw in Rotterdam die weigerde anderhalve meter afstand in acht te nemen. Die gaat drie weken de bak in. Dus voor haar is het wél een beetje Woningsdag. Ontroerend! Wellicht miste u het jolige zwaaien met een plastic oranje vaantje, de al dan niet muzikale kindjes of de kleedjes vol met omgekiepte zolders. Zelf heb ik niet zoveel met deze dag. Een feest ter ere van een koning past niet zo in mijn beleving van de 21ste eeuw. Het zal u gek in de oren klinken maar ik vind eigenlijk dat Het Volk haar leiders zou moeten mogen kiezen. Ja, ik weet het, maller dan ik kom je ze zelden tegen. Maar goed, ik behoor tot een kleine minderheid en ik hoop dat u er doorgaans wél van geniet. In elk geval ging deze dag dit jaar aan onze volgens sommigen bijzondere neuzen voorbij.
Voor ons ligt nog de 75ste dodenherdenking. Niet met elkaar naar de bekende plaatsen, niet samen rouwen en gedenken, maar thuis in de beslotenheid van het gezin. Misschien zelfs helemaal alleen. Menigeen nog met herinneringen aan dierbaren, gewend dit door te maken met kinderen, kleinkinderen of met een partner. We mogen dankbaar zijn dat er instellingen zijn als Beth Shalom en het Mr. Visserhuis, waar onze dierbare ouderen in deze dagen worden bijgestaan en begrepen. Juist in deze verwarrende tijd die doordesemd is van dood. Voor hen die deze dag alleen, verstoken van contact, noodgedwongen alleen moeten doorbrengen is het een hard gelag. Over vijf mei hoef ik geen woorden vuil te maken, dat volksfeest kunnen we wel een jaartje overslaan. Blijft staan dat dit een bizarre tijd is, waarbij ik merk dat we het niet verleerd zijn: naar elkaar omkijken. We beseffen dat we dit samen doormaken en we kómen er ook samen door. Hou elkaar vast lieve mensen. Op gepaste afstand.
Gepubliceerd in NIW 21, 2020

zondag 5 april 2020

Corona Matzes

Wanneer u dit over een paar weken leest is het hopelijk alweer achter de rug: de corona-crisis. Ik vrees echter dat dat niet het geval zal zijn. Vrijdag de dertiende barstte het pas echt los en we zullen met elkaar die dag niet snel vergeten. Vechtende vrouwen in de Jumbo, stuntelig geprinte biljetten in de Albert Heijn met het verzoek om - alstublieft - het personeel niet aan te vallen. Mensen met drie overvolle karretjes die gehaast, hopelijk omdat ze zich schamen, een kassa opzoeken. Lege schappen. Boze verpleegkundigen die vertellen dat ze geen eten meer kunnen kopen na het draaien van een dubbele dienst in het overvolle ziekenhuis. De beschaving loopt op haar einde, zo lijkt het. Niet om me op de borst te kloppen: ik heb niet gehamsterd. Ik geef het toe, ik werd er knap zenuwachtig van, van die graaiende medeburgers die hun auto’s, achterbank neergeklapt, volladen. Sta je dan met je tas, je kleuter in zijn buggy en in je achterhoofd je zes thuiswonende kinderen. Gelukkig heb ik maar één echtgenote. We hebben thuis een voorraadkast waar standaard al van alles in zit. Wat precies, dat weet ik eigenlijk niet, want wanorde is mijn middelste naam zoals de Amerikanen zeggen. De Amerikanen, die net hun luchtruim hebben gesloten voor die vieze hoestende Europeanen. Dankzij Triomferende Trump zullen de Verenigde Staten gevrijwaard blijven van deze pandemie. Not. Dit gebeurt ons allemaal, globaal. We kunnen niets anders doen dan ons best om de verspreiding in te perken, terwijl we weten dat het weinig soelaas zal bieden. Onze economie, waar we allen als slaven in een tredmolen onderdeel van uitmaken, verkruimelt. Beurzen storten in, bedrijven gaan te gronde. Het is gaande terwijl ik dit op mijn Remington zit te typen. Konden we maar vertrekken, ergens opnieuw beginnen, alles achter ons laten. Letterlijk je schepen achter je verbranden, je Trabant volladen met de net gehamsterde rollen toiletpapier, aardappelen, pasta en blikken bonen. Gaan! In een colonne, met hoopvolle blik, eerst harde tijden tegemoet, een soort woestijn zeg maar, en dan aankomen in het Beloofde Land. De oplettende lezer die zijn klassiekers kent voelt het ezelsbruggetje al aankomen: het is bijna pesach. Het Joodse volk hield de economie van Egypte draaiend, was slaaf in dat systeem maar kon op een mooie dag, minder mooi voor de Egyptenaren, haastig z’n boeltje pakken en vertrekken. Geen blikken soep, gedroogde ham al helemaal niet, ook geen pasta of trays met bier. Matzes! Matzes namen we mee voor de lange reis. Soms is het goed om te gaan. Of om radicaal het roer om te gooien. Dat is iets waar me met elkaar goed over na kunnen en moeten denken nu. Straks beginnen we weer bij nul, met elkaar. Wat willen we? Vechtend door de gangpaden van de Jumbo rollen om de laatste kattenbrokken? De schappen leegtrekken zodat er voor een ander niks meer is? Of echte beschaving omarmen en eerlijk delen, oog hebben voor de zwakkere. Saamhorigheid. Ook het Joodse volk rolde graaiend door de Sinai. Ze wisten: er is genoeg, de Eeuwige zal er in voorzien, genoeg voor iedereen. Toch werd het manna stiekem gehamsterd. Het bedierf al snel en was niet meer te eten. Het is beter dat we vertrouwen.
Om nog even in de sfeer te blijven een wiets, een mop: Moos heeft net gehoord dat Bram met zijn hele misjpooche, met zijn hele gezin, in quarantaine moet. Hij gaat naar de rabbijn en vraagt hem om advies. “Och rebbe, was er maar een remedie tegen deze vreselijke griep, die arme Bram kan niet eens naar sjoel komen. Weet u geen middel?’ De rabbijn glimlacht en strijkt over zijn baard. “Tuurlijk heb ik de oplossing beste Moos. Matzes!” Moos staat versteld. “Is dat de oplossing, rabbijn? Matzes eten? Wordt iedereen dáár beter van?” De rabbijn fronst en zegt: “Ben je mesjogge? Natuurlijk niet, maar je schuift het zo gemakkelijk onder de deur door!”
Ik wens u allen gezondheid en een kosjere pesach!

vrijdag 13 maart 2020

Vrijdag de dertiende

Het is vandaag vrijdag de dertiende. Ik heb net één van de kindjes naar zijn bijzondere school in de bossen van Crailo gebracht en scheur weer terug naar Almere over een uitgestorven A1. Normaal sluit je aan in de file zodra je bij Huizen de rijksweg oprijdt richting Amsterdam, nu kan ik met mijn ogen dicht keihard 110 scheuren met mijn Trabant. Ongekend. Zó knetterhard. Ik ben een verstandig mens dus naast me zit David veilig in zijn stoeltje keihard te zingen. Ik had hem ook op het gordelloze achterbankje kunnen leggen, Brandweerhelmpje op, hoofd op de wielkast, maar zo ben ik natuurlijk niet. Of op de hoedenplank, dat had ook gekund. De andere automobilisten zouden vol afgrijzen naar me staren. Dat doen de meeste mensen sowieso al, dus laat ik me maar gedragen. De politie zette me ook al eens aan de kant omdat er een kindje zonder gordel achterin zat, erg fijn was dat. Het kon niet anders want de stoelen voorin waren reeds bezet. Gelukkig ben ik extreem charmant en knikte zelfs deze stoere blonde agent van 2 meter 5 in lederen kostuum alras begripvol en invoelend na mijn uitleg over oldtimers en dat gordels achterin pas in 1992 werden ingevoerd. Hij zwaaide me met tranen in zijn ogen na toen ik mijn weg vervolgde. Maar dat kwam waarschijnlijk door de blauwe gifwolk die het uitlaatje uitbraakte. Waar was ik gebleven? Jullie leiden me af. O ja. Ik scheurde dus op topsnelheid over de A1 en David van 4 (zelf zegt hij 3) zong zijn lievelingslied: “Daaaavid, Merle Abraham, chai, chai, weh kajaham, David Merle Abrahám, chai chai wehkajahaaaaam.” Merle is zijn tweede voornaam, gewoon op z’n Hollandsch uitgesproken. Jullie kennen het liedje allemaal, het is natuurlijk een variatie op David Melech Jisraël. David zingt over zichzelf uit volle borst dat hij er is en volop leeft. Nou, dat klopt. Daar doet zo’n corona-virus nog even helemaal niks aan af. Zou ook wel gek zijn, want volgens Arnoud van Doorn zou het zó maar kunnen dat Israel het virus heeft bedacht. Ze zijn nu immers hard op weg een vaccin te brouwen, dus dan weet je het wel. Follow the money! Het malle is dat totaalwappie Van Doorn (u kent hem helaas: eerst PVV, daarna zag hij het zwarte licht van de Ka’aba en werd ernstig islamitisch) het virus eerst nog toeschreef aan Allah de Groot. Later werd het dus opeens een Israelische uitvinding. Dus eigenlijk zegt hij dat Israel Allah is. Ik zal het wel weer niet snappen. Israel hoe Akbar. Terwijl bij de Jumbo twee dikke huisvrouwen in bloemetjesjurken vechtend om het laatste pak Kotex door de gangpaden rollen geeft meneer Van Doorn even een nieuwe draai aan middeleeuwse antisemitische sprookjes als zou De Jood de bronnen vergiftigen. Of matzes bakken met stukjes christenkind. Dan ben je niet gek, dan ben je een doortrapt en slecht mens. Hij haalde zijn tweet later weer weg, wetend dat zijn talrijke volgelingen het toch al wel gezien hadden. Hij kreeg geen weerspraak van ze. Wel van talloze joodse en christelijke twitteraars die hij vervolgens wegzet als zionistisch trollenlegioen.
Zulke mannen zijn de wegbereiders voor geweld tegen Joden. Langzaam wordt zo het pad geplaveid. Corona schuld van de Joden. Lege supermarkten schuld van de Joden. Je moet bij gebrek aan toiletpapier je bips afvegen met je hamster schuld van de Joden. Dode mensen schuld van de Joden. Moge Allah zijn stembanden doen verkruimelen en hem zegenen met een akelige hoest in keel en broek.
Moge mijn lieve David nog heel lang in mijn Trabant zitten met zijn Brandweerman Sam-helmpje, zingend en vierend dat hij bestaat en volop leeft.

Eerder gepubliceerd in NIW 21 - 2020

donderdag 5 maart 2020

Poeriem

Afgelopen sjabbat was ik weer eens in sjoel. Dat was alweer een tijd geleden en ik merkte dat ik een beetje zenuwachtig was. Zoals christenen dat zo streng kunnen zeggen: ik had de dienst des Heren verzuimd. Nu maakte dat laatste me eigenlijk niks uit. Ik denk niet dat de Eeuwige tandenknarsend vanaf zijn wolkje naar beneden staart en chagrijnig monkelend mompelt dat die vermaledijde Roel wéér niet de gebeden heeft gepreveld. Als Hij of Zij überhaupt bestaat natuurlijk, want er is er maar Éen die dat zeker weet. Neen, ik neem me elke twee oudjaren die ik per jaar vier voor om vaker ter synagoge te teigen, maar het kómt er maar niet van. Dus verwaarloos ik al een paar jaar de sociale contacten, want daar gaat het toch vooral om (voor mij) bij een bezoek aan de Beit Knesset. Want zo noemt men de sjoel in Israël. Dus weer gegaan! En hoe fijn is dan om te bemerken dat de beveiliging goed oplet en je aanspreekt. Alhoewel je al 100 jaar lid bent, Dat zal me leren! Wie bent u? Een verzuimer! Binnengekomen gaan we gelijk met de kleuter naar de peutergroep die er eens per maand is, waar de kindjes kunnen spelen en wat meekrijgen van de traditie en waar de ouders koffie drinken en elkaar wat beter kunnen leren kennen. Ik merkte dat er niemand meer was van mijn generatie. Niet zo raar, onze oudste is inmiddels 18, de jongste 4 dus inmiddels behoor ik tot de oude hap. Mijn vrouw, die eruit ziet als 30, zal ik uiteraard niet zo betitelen. Zou niet durven. Deze maand is het Poeriem en dat willen we wel een beetje gezellig vieren met elkaar. Poeriem wordt ook wel Joods carnaval genoemd, omdat velen van ons er verkleed naar toe gaan. Israelische en chagrijnige Joden niet, die komen gewoon saai in hun dagelijkse kloffie. We komen verkleed en eigenlijk kan álles. De rabbijn spant vaak de kroon met een geweldige uitdossing - denk aan Mickey Mouse, Sinterklaas of Barbapapa. We herdenken - zoals bij elk feest, welbeschouwd - aan de overwinning op het antisemitisme. In dit geval gaat het om het verhaal van koningin Esther, de joodse gemalin van de Perzische keizer Achasverosj. De voornaamste adviseur aan diens hof, Haman genaamd, had een uitgesproken hekel aan Joden en kwam op het lumineuze idee om alle Joden in zijn land uit te roeien. De datum voor die vrolijke dag liet hij bepalen door het lot, vandaar de naam Poeriem, lotenfeest. Zijn voornemen kwam ter ore van Mordechai, de vader van Esther, en zij slaagde erin haar echtgenoot te verwittigen van het snode plan van die vermaledijde Haman. Tegenmaatregelen werden genomen en niet de Joden maar Haman en diens ongetwijfeld ook erg akelige zonen eindigden aan een paal. Dit verhaal wordt voorgelezen tijdens de dienst en elke keer wanneer de naam “Haman” klinkt zwaaien de kinderen met ratels en wordt er gestampt en “boe” geroepen. Ook volwassenen zwaaien met ratels. Zo zwaaide uw onhandige columnist jaren geleden in de synagoge van Zwolle eens heel hard met een enorme ratel tegen zijn eigen voorhoofd, zodat er eerste hulp verleend moest worden teneinde de hevige doch feestelijke bloeding te stelpen. Nogmaals mijn excuses aan de Zwolse joden voor de buikpijn van het lachen die ik ze bezorgde. Behalve deze ongewilde zelfbeschadiging zijn er andere leuke gebruiken tijdens dit feest die u ongetwijfeld meer zullen aanspreken. Wat dacht u van het drinken van alcoholische versnaperingen tot je het verschil niet meer weet tussen vriend en vijand, tussen Mordechai en Haman? Of het eten van Hamansoren? Dit zijn niet de oren van christelijke kindjes die zijn overgebleven na het bereiden van matzes voor pesach (een klassieke antisemitische mythe luidt dat we hun bloed gebruiken bij het bakken van matzes, maar zover ik weet zijn christelijke kindjes toch echt niet koosjer) maar gewoon lekkere koekjes, die een beetje driehoekig zijn. Waar was ik gebleven? O ja, ik was sinds een lange tijd weer eens in sjoel. Na afloop was er appeltaart en verdrongen mensen zich om even met me te kletsen: we hebben je gemist! Ik neem me voor om vaker te gaan.

maandag 17 februari 2020

Strippenkaart

Wanneer u dit leest is het precies een week geleden dat het Valentijnsdag was! Ja ja, nu veert u op! Gelijk weer rode blosjes op de rimpelige en hangende konen… heerlijk. Wat kreeg u vorige week van uw geliefde(n)? Een vurige kus? Valentijnsdag was niet altijd gezellig. In 1349 werden in Straatsburg 2000 Joden verbrand omdat ze de bronnen hadden vergiftigd. Ik weet het nog goed. Dat was geen fijne dag. Ze hadden de bronnen niet eens vergiftigd. Dat maakte het extra wrang. Maar over het algemeen is Valentijnsdag vrolijk en gezellig. Zo was ik op bezoek in Nijkerk bij het Israël Producten Centrum. Een prachtig pand, met onderin een supermarkt waar je Israëlische producten kunt kopen. En er werken mensen die ons een warm hart toedragen. Daar deden we in het verleden wel eens moeilijk over, want ze wilden ons natuurlijk alleen maar bekeren. Hoe het met u staat weet ik niet, maar ik denk daar inmiddels anders over. Ze steken echt hun nek uit daar. Toen ik er was hoorde ik dat ze op één dag 280 brieven hadden gekregen. Geen bestellingen, maar boze brieven van BDS-aanhangers. Mensen dus die vinden dat je geen cent meer mag uitgeven aan Israëlische producten, omdat de Palestijnen het zo moeilijk hebben. Als je geen cent meer in Israël steekt gaat Israël stuk, kunnen de omringende Arabische landen alle Joden de Middellandse zee indrijven en het hele land naar de Filistijnen helpen, net zoals ze ook met hun eigen landen zo graag doen. Leuk man. Waarom kregen de Christenen voor Israël 280 brieven op één dag? Ze verkopen bijvoorbeeld wijn uit Judea en/of Samaria, en daarop staat dan: “Product of Israel.” Dat mag niet van de Verenigde Natiezwijnen, want het is volgens hunnie een product uit een bezet gebied. Dus hebben mijn vrienden in Nijkerk stickertjes moeten plakken over “Product of Israel”, omdat ze die spullen anders niet meer mogen verkopen. En dan zouden er weer minder centen naar Israël gaan. Maar, haha, niet alleen Joden zijn slim en gevat. Ze hebben er stickers overheen geplakt waarop staat: “Product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria.” En dat vind ik een geweldige oplossing. Doc-P of hoe die NSBDS-ers ook mogen heten niet. Die schreven dus 280 boze brieven. En dan niet over het feit dat een dorp niet tegelijkertijd in Judea én Samaria kan liggen.
Maar goed. Ik was daar dus en praatte met de mensen. Ja heel apart voor zo’n timide knul als ik. Was ook wel eens fijn om te merken dat mensen gewoon achter Israël staan, en achter ons Joden. Klinkt melodramatisch? Mag je vinden. Ik heb liever 70000 vrienden, want zoveel leden hebben ze, dan 70000 vijanden.
Valentijnsdag dus. Beetje lief zijn voor elkaar. Ik peins even. In hoeverre raken politieke beslissingen je persoonlijk? Het is toch een ver van je bed show? Neen. Als ik hoor dat de VN een lijst uitgeeft waarop een aantal ondernemingen aan de schandpaal wordt genageld omdat ze met Joodse bedrijven zaken doen die op de Westbank gevestigd zijn, dan raakt me dat. Het feit dat enkel en alleen die focus op Israel ligt en niet op Tibet, de Westelijke Sahara of Moresnet. Het maakt me woedend. Moresnet is al 100 jaar bezet door België en niemand die er wat van zegt. Waarom die focus op Israel en niet op de rest? 80% van de VN-resoluties gaat over Israël. Ik kan maar één conclusie trekken: Israël is het Joodse land. Dus daarom. O ja, op het lijstje van de VN staan dit keer ook ‘Nederlandse’ bedrijven: Altice, Kardan, Tahal, Booking én busmaatschappij Egged - die ook in Nederland buslijnen exploiteert. U weet wat u te doen staat. Zo duur is een strippenkaart niet.

woensdag 5 februari 2020

Peins

Terwijl ik dit schrijf peins ik over het thema van deze column. Ik heb een dubbel gevoel. Graag zou ik monter en vrolijk willen verhalen over het opgewekte joodse leven in Nederland, het vieren van de hoogtijdagen, huppelende joodse kindjes met linten in hun haar, stralende gezichten. Maar ja. Afgelopen week was er de bommelding bij restaurant HaCarmel in Amsterdam. Vaak noem ik Amsterdam “het voormalige Mokum”, omdat het vroeger een echt joods dorp was en nu niet meer. De synagogen worden bewaakt door de Koninklijke Marechaussee, in sommige delen van de stad kijk je wel uit om als Jood herkenbaar tussen de niet opgehaalde bergen vuilnis te laveren. Maar hee: de bommelding. Live te volgen op AT5, een uur of tien lang. Groot stuk van de Amstelveenseweg afgezet, huizen ontruimd, winkels gesloten. De dappere Daniel Bar-On, samen met zijn vader Sami eigenaar van het koosjere restaurant, verklaarde dat hij zich niet weg liet jagen. “Alleen op een brancard krijgen ze me uit mijn restaurant.” Iedereen haalde opgelucht adem toen bleek dat in de doos - waar zichtbaar draden uithingen - geen bom zat, de robots van de EOD konden terug in de schuur, politielinten konden weg en de mensen weer terug naar hun huizen. Iedereen deed een plas en alles bleef zoals het was. De media zwegen er grotendeels over en dat was het dan. Wat voelde ik zelf? Zat ik popcorn kauwend naar AT5 te kijken? Was ik blij dat het loos alarm was? Dat laatste: uiteraard. Ik merkte dat ik emotioneel was tijdens het hele gebeuren. Ik was boos, ik was verdrietig. De boosheid overheerste. Niet alleen het feit dat dat restaurant weer de pineut was, met het restaurant is namelijk de hele Joodse gemeenschap de pisang: de boodschap kwam aan. Het is bon ton om Joodse objecten te bedreigen, geen haan die er naar kraait. Sterker nog: de reacties op facebook en twitter waren grotendeels honend: Israël werd er met de haren bijgesleept en de de uitbaters van het restaurant moesten vooral niet zeiken, maar liever nog oprotten naar Israël. Deze reacties kwamen niet alleen uit islamitische hoek, maar waren ook afkomstig van kaaskoppen die hier al eeuwig wonen. “Wat te doen?” zou Lenin zeggen.


“Wat moge de toekomst brengen?” parafraseer ik op een christelijk lied dat ik ooit op een begrafenis hoorde. Wij gaan gewoon door, genieten van onze feesten, veelal opgewekt, meisjes met linten in hun haar planten bomen op Toe Bisjwat, het
  We vieren dit op 15 Sjewat oftewel 10 februari dit jaar. In mijn optiek vieren we “de natuur”: we eten fruit, het liefst uit Israël, het liefst zoveel mogelijk verschillende soorten. Juist het planten van bomen vind ik een enorm sterk en hoopgevend element: er is een toekomst en daar wordt aan gewerkt.

Ook mooi: in Egypte besloot men opeens de Joodse geschiedenis van dat land te gaan koesteren. Miljoenen werden uitgetrokken om de
 Alexandrië te restaureren. Oorspronkelijk gebouwd in 1354 stond het verwaarloosde gebouw op instorten. Nu is het in het in zijn oude luister, nou ja, de luister van 1850 hersteld. Dankzij een bombardement door Napoleon - Trump zou zeggen: een bombardement door de Franse luchtmacht in 1798 - was er van het originele pand niks meer over. De Joodse gemeenschap van Alexandrië is ontroerd. Overigens niet alleen die van Alexandrië, alle Egyptische Joden waren blij. Het zijn er alleen niet zoveel meer. Er woonden eind jaren 40 80.000 Joden in Egypte. Hun bezittingen werden door Nasser onteigend en ze werden verjaagd. Er zijn er nu in het hele land nog 8. We kennen allemaal de geschiedenissen van de Joden in de arabische wereld, daarover hoef ik niet uit te wijden. Ik vind het mooi dat de Egyptische regering over haar eigen schaduw is gestapt en dit kostbare gebaar heeft gemaakt. Uiteraard: het helpt het toerisme, maar het is óók en vooral: verbroederend. En daar hou ik me graag aan vast.

vrijdag 17 januari 2020

Baard

Als je als man een zekere leeftijd bereikt, zeg maar, je loopt tegen de vijftig, dan ken je jezelf door en door en besef je dat je je jeugd achter je hebt gelaten en helemaal volwassen bent. Ik las nu even een pauze in zodat de dames die zo’n man kennen even op adem kunnen komen en zich kunnen verschonen. In gedachten trommel ik liefdevol op jullie ruggetjes aangezien het gierende lachen is overgegaan in een uiterst oncharmante fluitende rochelhoest. Oeps daar gaat je ondergebitje! Maar goed. In weerwil van wat jullie, dames, ook beweren: een man van tegen de vijftig is stoer, afgerond, wijs én… ziet er meestal bijzonder aantrekkelijk uit.

Nu gaat dit natuurlijk niet over mij. Ik ben pas 48, ben nú al knap en kan heel 2020 nog zeggen dat ik volgend jaar 50 word. Zucht. Ik merk dat ik steeds vaker naar de kapper ga en negeer dat ik na een bezoek aan de kroeg meestal horendol ben van de herrie die daar heerst. Vroeger kon je nog normaal met elkaar praten in een taveerne. Nu is het verdorie net een veredelde discotheek, wat ik je brom! Je schreeuwt boven je tripel zieleroerselen in elkaars oor en kunt het antwoord niet verstaan dus knik je maar voortdurend begripvol naar de ander en wil je eigenlijk alleen maar heel hard wegrennen. Leuk ook dat de overige gasten meestal zo’n 27 jaar jonger zijn dan jij. De serveersters spreken je aan met U. Mozes kriebel. Heet dat eigenlijk nog zo? Serveersters? Of mag dat niet meer? Niet genderneutraal genoeg denk ik. Gelukkig heb ik laatst voor zeven gulden een diskette met Google gekocht bij de Dixons: een serveerster heet tegenwoordig een “bedieningsmedewerker.” Wat afschuwelijk. Als een katholiek dood gaat krijgt hij (of zij, dat komt ook voor) toch De Laatste Bediening? Zal het Paul Damen eens vragen. Die weet dat. Nou gezellig!

Afgelopen maandag zat ik ook in de kroeg, met een vijftal andere bijna-vijftigers. Mannen. We staken nogal af ten opzichte van de vreselijk knappe twintigers, maar we werden deze keer nauwelijks genegeerd door de bedieningsmedewerkers. Uiteraard omdat we meer te makken hebben dan die graatmagere opgeföhnde twens met hun malle grote oorbellen. Het gekke is dat ik me onder leeftijdgenoten eigenlijk gewoon nog 17 voel. Ja ja, ik weet het, ik gedraag me nog vaak als een puber, maar ik bedoel dat een gemeenschappelijke geschiedenis kennelijk jong houdt. Je hebt allemaal de eerste aflevering van Kinderen voor Kinderen meegemaakt. De kroning van hare saaie meid, de Koude Oorlog ging je ook niet in de koude kleren zitten. Nou, dus dat. En allemaal doe je een beetje je best er nog goed uit te zien, hip te blijven. De één rijdt motor, de ander heeft een cabrio, fanatieke sporters zitten er ook bij. Ik niet hoor! Ik vermijd gewoon de weegschaal. Scheelt een hoop sores. Maar vanitas vanitatum vanitas: ik besloot plots mijn baard te laten staan. Want ik ben een echte man. Een oermens. Als ik op mijn knieën met de kleuter speel ga ik stuk van de pijn omdat mijn knie dan uit de kom schiet en kom ik nooit meer overeind, maarrrr de baard maakt alles goed. Elke dag groeit hij een beetje. Vrouwen kijken weer naar me op straat en nu niet uit medelijden. Ik loop weer rechter. De man met de baard. De Man. Nadeel is wel dat je erg vaak je profielfoto op facebook moet aanpassen, want dankzij mijn oerhormonen groeit de Baard als broccoli op paardenmest. Op mijn laatste profielfoto kwamen reacties. Je verwacht kreten als: Stoer! Wauw! Hippe Vogel! Niets van dat al. Iedereen lachte. Ze vonden me een spitting image van rabbijn Soetendorp. Mozes kriebel.

Eerder gepubliceerd in NIW 13, 2020

zondag 5 januari 2020

Melancholisch

Wanneer u dit (hopelijk) leest is het nieuwe jaar net begonnen. 2020. Wordt u ook altijd zo melancholisch van een jaarwisseling? Nou, ik ook niet. Dit jaar is het anders merk ik. Ik betreed een nieuw jaar waarin ik kan zeggen dat ik volgend jaar 50 word. Misschien is dat het wel. Of het feit dat ik de afgelopen tijd op de uitvaart van drie leeftijdsgenoten aanwezig ben geweest. Ik weet het niet. We worden allemaal ouder en ik voel de vergankelijkheid. Oudste zoon is gaan studeren, jongste zoon is zindelijk geworden. De tijd vliegt als een schaap door ‘t veen, zoals de Drenten zeggen. Nu is een moment om terug te blikken. Wij arme Joden hebben elk jaar twee keer nieuwjaar, hè. Hoe zielig is dat. Eerst in de nazomer of vroege herfst, dan staan we al stil bij het voorbijgaande jaar, wat deden we goed, wat deden we fout en nu weer. Calimero zou zeggen dat het toch allemaal niet eerlijk is. Toch zijn beide jaarwisselingen voor mij persoonlijk heel verschillend. Waar het Joodse Rosj Hasjana voor mij meer een spirituele lading heeft, waar sta ik als mens, hoe sta ik in het leven, wat valt er nog te beitelen aan de ruwe steen die ik ben teneinde die mooi kubiek te maken? Uren, dagen, maanden, jaren… de tijd verglijdt en ik wordt een ouwe knar voor ik het in de gaten heb. Gelukkig word ik een ouwe knar. Ik maak welbewust het opgroeien van mijn kinderen mee, die alweer 18, 17, 15, 12, 10 en 4 zijn. Hoe bijzonder is dat? Dat is iets om dankbaar voor te zijn. We hebben chanoeka achter de rug, 8 dagen staken we kaarsen aan om de overwinning op het antisemitisme te vieren. En ik als rasoptimist vraag me dan af wat het nieuwe jaar in petto heeft, want we kunnen het nog zo hard vieren - het antisemitisme is helemaal niet overwonnen. Toch heb ik altijd vertrouwen. Waar haal ik dat toch vandaan? Een doorvoeld besef van Iets dat buiten ons is maar ook weer in ons, dat ons geleidt in het leven. Vager kan ik het niet maken, maar zo is het wel - voor mij. Voor u ligt dat ongetwijfeld weer anders en dat is juist zo mooi. Hier is geen goed of fout, geen smal pad dat je moet gaan, geen Heilige Waarheid. Ik hou van die verscheidenheid. Fantastisch, dat we allemaal mogen geloven wat we geloven, vinden wat we vinden en de ander zijn of haar beleving gunnen. Het stuit me tegen de borst wanneer fanatiekelingen, met de armen over elkaar en felle blik, beweren de waarheid in pacht te hebben. De zelfgenoegzaamheid van de allesweter. Een dialoog is onmogelijk, want jij bent toch maar de zielepoot die het allemaal niet snapt en dat is erg, erg, naar. Ik zei dat ze beweren te weten hoe het zit, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze weten het zeker, ze weten. En toch. Zelfs als ik met deze mensen praat, wat uiteraard lastig is voor een onwetende sloeber zoals ik, kan ik blij voor ze zijn. Ze hebben een enorm stevig fundament dat ze troost en houvast geeft. Waar ik zwalk, afweeg, peins, pieker en terugdeins hebben zij helderheid over hun plek in het universum. Dat zal ze ongetwijfeld rust en stabiliteit geven. Fantastisch toch? Zelf zou ik een gedeeltelijke lobotomie verkiezen boven deze zelfopgelegde schijnzekerheid, maar hee, wie ben ik? Het Jodendom doet niet aan geloofszekerheid. Helemaal niet zelfs, je stelt vragen en trekt alles in twijfel wat op je pad komt. Dat geeft een boel beweging, röring en misschien zelfs persoonlijke onrust, maar dat is mijns inziens, maar wie ben ik, te prefereren boven een Zeker Weten Omdat Het Nu Eenmaal Zo Geschreven Is. Maar nu ben ik misschien ook wel zelfgenoegzaam bezig. “O zelfgenoegzaamheid der zelfgenoegzaamheden, alles is zelfgenoegzaamheid.” Zo sprak ooit het nichtje van de Prediker. En zo rol ik 2020 in, mijmerend en een tikje aangeschoten van de wijn met bubbels. Ik hoop op een jaar waarin we elkaar aankijken en verbinding voelen, hoe stellig of juist wankelmoedig we in onze schoenen staan. Ieder met z’n eigen levensvisie of -gevoel. We kunnen zoveel van elkaar leren, als we dat willen. Laat de ander een spiegel zijn voor je eigen ziel. Ik wens jullie allemaal heil, zegen en voorspoed!